Het leek wel of Folkert Velten er geen zin in had

ALMELO, 27 FEBR. Een bekerduel kent andere maatstaven dan een competitiewedstrijd. Zeker als het een krachtmeting betreft tussen een eredivisie- en een eerste divisie-club. Niet het recht van de sterkste, maar de 'psychologische' factor regeert in zo'n geval. Als de kleintjes het bekertoernooi aangrijpen om zich te ontworstelen aan het sluimerende, anonieme bestaan in de eerste divisie en boven zichzelf uitstijgen. Wanneer eredivisie-clubs zich verslikken in de opportunistische dadendrang, het soort voetbal met het hart in plaats van het verstand die de op één na hoogste klasse in het betaalde voetbal typeert. Niet voor niets stond de afgelopen twee seizoenen een eerste divisionist in de finale: Heerenveen ('93) en NEC ('94).

Als iemand zaterdagavond in het duel tussen Heracles en Volendam (0-1) de aanzet voor een nieuwe bekerstunt had kunnen geven, was het Folkert Velten (30) wel. De doelgerichte Heracles-spits, in 1988 overgekomen voor het schamele bedrag van achtduizend gulden van Enter Vooruit, scoort er dit seizoen lustig op los. Met negentien treffers uit 23 wedstrijden voert Velten de topscorerslijst in de eerste divisie aan. De speelwijze van de Almelose club is voor een belangrijk deel gebaseerd op de inbreng van de aanvaller met de hoge handelingssnelheid. Mede door zijn scoringsdrift bezet de club de derde plaats en gloort stilletjes de hoop in het Twentse land op een terugkeer naar de eredivisie. Desnoods via een periodetitel en de daaropvolgende na-competitie.

Door de recente prestaties van de Sportclub Heracles'74 waande de club zich niet kansloos. De winst op Sparta (2-1 via de sudden death) in de vorige ronde gold daarbij als raadgever. Een eventuele zege op Volendam betekende dat de Twentenaren voor het eerst in de clubhistorie tot de halve finale zouden doordringen. Dat was mogelijk, zeker met Folkert Velten in goeden doen. Dat kon de krachtsverhoudingen tussen de subtopper in de eerste divisie en de modale eredivisionist bij voorbaat tot een minimum beperken.

Maar Velten, drie weken geleden door zijn collega's verkozen tot beste speler van de eerste divisie, faalde hopeloos op het Gemeentelijk Sportpark aan de Bornsestraat. Hij speelde zoals hij wel vaker doet: onzichtbaar en allesbehalve scherp, alsof hij er geen zin in had. Ballen sprongen van zijn voet, passes kwamen niet aan en slechts bij hoge uitzondering wist hij te ontkomen aan zijn directe tegenstander, mandekker Robert Molenaar.

De spits met de immer mistroostige oogopslag was geen schim van de doorgaans trefzekere aanvaller die bij vlagen op onnavolgbare wijze het doel weet te vinden. Uit religieuze overwegingen weigert Velten op zondag te voetballen, reden waarom coach Azing Griever hem komend weekeinde in de uitwedstrijd tegen FC Den Haag niet kan opstellen. Maar ook op zaterdag geeft de grillige puntspeler wel eens niet thuis. Daardoor werd het op voorhand interessante bekertreffen gedevalueerd tot een 'gewone' wedstrijd, ontdaan van bekersentimenten en waarin de sterkste ploeg, Volendam, zegevierde door een doelpunt van Smeets in de slotfase: 0-1.

Ook de verliezende trainer, Azing Griever, kon na afloop zijn ergernis over het teleurstellende optreden van zijn topscorer maar nauwelijks verhullen. Aanvankelijk vermeed de oud-doelman de naam van zijn op papier waardevolste speler en sprak hij cynisch over “de spits van Volendam die scherper was dan de onze”. Om daar na enig aandringen aan toe te voegen dat “Velten meer had moeten brengen”. Daarmee herhaalde Griever indirect de kritiek die hij eerder deze maand uitte aan het adres van de veeboer uit Enter. Na het verlies tegen koploper Fortuna Sittard (1-0) verweet de coach hem een te gemakzuchtige houding en wisselvallige prestaties.

Griever kreeg zaterdag bijval van zijn winnende collega Wim Rijsbergen, wiens woorden sinds enkele weken in de voetbalwandelgangen meer gewicht hebben gekregen nu zijn naam voortdurend in verband wordt gebracht met nagenoeg iedere eredivisieclub waar het contract met de dienstdoende coach afloopt. “Vooropgesteld, ik vind Velten een goede spits. Maar misschien hebben wij wel de beste voorstopper van de eredivisie (Molenaar, red). Bovendien heeft Velten nog nooit op eredivisie-niveau gespeeld.”

Het eeuwige dilemma van menige, veelscorende spits in de eerste divisie: te groot voor het servet, te klein voor het tafellaken. Voetballers van het type Harry van der Laan en Ton Cornelissen, elke voetbaljaargang goed voor om en nabij de twintig treffers maar zodra zij de stap naar een club uit de eredivisie maken, stokt de produktie terstond.

Wat dat betreft behoeft Velten zich weinig zorgen te maken. Voetballers die weigeren op de Dag des Heeren te spelen, zijn niet erg gewild in de eredivisie, waar het merendeel van de clubs de thuiswedstrijden op zondag afwerkt.