Barings drukte sinds 1762 stempel op Britse adeldom

ROTTERDAM, 27 FEBR. De mysterieuze piepjonge Barings-werknemer Nicholas William Leeson heeft met zijn onfortuinlijke derivaten-transacties in Singapore niet alleen een einde gemaakt aan een toonaangevende bank met expertise op het gebied van de emerging markets. Met de val van Barings verdwijnt ook een 200 jaar oud Brits instituut, dat met ongekend succes zijn stempel heeft gedrukt op de Britse aristocratie.

De geschiedenis van Barings begint in 1762 als de wolhandelaar Sir Francis Baring met hulp van expertise uit Amsterdam, toen het financile centrum in de wereld, een bank opricht die zich toelegt op de financiering van de internationale handel. Sir Francis, telg uit een van oorsprong Nederlands geslacht en overtuigd protestant, legde daarmee de basis voor een toonaangevend instituut in de Londense City.

De Barings nemen vrijwel onmiddellijk een belang in de grote financiële transacties van hun tijd. Zo financieren ze onder andere de Amerikaanse aanschaf van het Lousiana Territory en bezorgen de Fransen middelen voor de wederopbouw na de nederlaag bij Waterloo. Voor China en Japan regelen ze de uitgifte van staatsobligaties. Groot worden ze ook in de grondstoffenhandel tussen Engeland en de koloniën. In het begin van de negentiende eeuw vat Richelieu de macht van de Barings als volgt samen: “Er zijn zes grootmachten in Europa: Engeland, Frankrijk, Pruisen, Rusland, Oostenrijk én de broertjes Baring.”

In de loop van de negentiende eeuw legt de bank zich toe op de emerging markets van die tijd: de snel opkomende landen in Latijns Amerika. In 1890 dreigt er een einde te komen aan de spectaculaire opmars van het geslacht. De bank had een vermogen geleend aan diverse projecten in Argentinië, onder andere aan de Buenos Aires Water Supply and Drainage Company, een grootschalig project dat de stad van een sanitaire infrastructuur moet voorzien. Mismanagement en politieke onrust brengen het project evenwel in gevaar. In November 1890 loopt het tekort van Baring mede daarom op tot 9 miljoen pond, ongeveer drie keer zoveel als het totale kapitaal van de bank. De redding kan dan alleen nog maar van buiten het bedrijf komen.

Na een week koortsachtig onderhandelen achter gesloten deuren lukte toen in Londen wel, wat afgelopen weekeinde jammerlijk faalde: onder leiding van de centrale bank, de Bank of England, wordt een reddingsoperatie op touw gezet. De Bank of England legt 1 miljoen pond op tafel voor een garantiefonds, aangevuld met 500.000 pond van Rotschild en de bank Glyn Mills. Ook toen werd gevreesd dat de ondergang van Barings vergaande effecten kon hebben op andere banken in de City.

De emerging markets blijven ook in deze eeuw een van de handelsmerken van de bank. In de jaren tachtig loopt Barings als Westerse bank voorop in Tokio als daar de aandelen omhoogschieten. Het is op diezelfde emerging markets dat de bank de afgelopen weken haar ondergang tegemoet ging.

Wat blijft is de invloed van de Baring-clan in de Britse samenleving: maar liefts vijf aristocratische 'peerages' - Ashburton, Cromer, Howick, Northbrook en Revelstoke - komen voort uit de Baring-familie. De huidige Lord Ashburton (vroeger Sir John Baring) is bestuursvoorzitter van British Petroleum. Andere Barings hadden in de koloniale tijd de leiding over India, Egypte en Kenia. Ook de Princess of Wales (Lady Di) is een verre afstammeling van een Baring.