Santer: bedrijven moeten informatisering financieren

BRUSSEL, 25 FEBR. Met een fel pleidooi voor particuliere investeringen en meer liberalisering heeft Jacques Santer, voorzitter van de Europese Commissie, gisteravond de toon gezet voor de G-7 conferentie over de informatiemaatschappij die dit weekeinde in Brussel plaatsheeft.

Santer noemde het in zijn rede voor de Europese Commissie, ministers van de G-7 landen (VS, Canada, Japan, Duitsland, Frankrijk, Groot-Brittannië en Italië) en industriële grootheden “vanzelfsprekend” dat het bedrijfsleven de investeringen - “honderden miljarden ecu's en dollars” - doet die nodig zijn voor een succesvolle informatiemaatschappij. Daarmee ging hij een stap verder dan het vorig jaar verschenen Bangemann-rapport, vernoemd naar de Europees Commissaris voor industrie en technologie, dat concludeert dat de vereiste investeringen 'grotendeels' door de private sector zullen moeten worden opgebracht.

Om dat geld vrij te maken, zo zei Santer, is het van groot belang dat overeenstemming wordt bereikt over de principes waarop zo'n van computer- en telecommunicatietechnologie doordrongen maatschappij moet worden gegrondvest. Om alle potentiële voordelen te kunnen realiseren zijn eerlijke concurrentievoorwaarden en toegang tot markten nodig. “Elkaar verwijten maken helpt in dat verband niet - ieder land heeft lijken in de kast - sommige groter dan andere”, zei Santer. Hij verwees daarmee impliciet naar de vele landen die hun nationale telecom-bedrijf angstvallig afschermen van concurrenten, of naar een land als Frankrijk dat buitenlandse film- en tv-produkties via stricte quota aan banden legt.

Ook noemde Santer het essentieel dat niemand wordt uitgesloten van participatie in die informatiemaatschappij, dat rekening wordt gehouden met de effecten van de informatisering op werkgelegenheid en opleiding, en dat respect blijft bestaan voor culturele verschillen. “We moeten een overtuigend antwoord vinden op de potentiële risico's die inherent zijn aan deze nieuwe technologische revolutie.”

Klaus Hänsch, voorzitter van het Europese Parlement, drukte het iets sterker uit: “Het is absoluut noodzakelijk dat er een wettelijk kader komt om het pluralisme in de informatiemaatschappij te bewaren.”

Parlementsvoorzitter Hänsch hekelde in zijn toespraak de eenzijdige aandacht voor de economische aspecten van de G-7. Hij zei het te betreuren dat vertegenwoordigers van werknemers, onderwijs en cultuur ontbraken. “Onderwijs, milieu, regionale politiek en gezondheidszorg zijn van minstens zo groot belang in de informatiemaatschappij.”