Premier wil Turken paaien met hogere lonen; Economische politiek maakt veel onvrede bij bevolking los

ANKARA, 25 FEBR. De Turkse premier Tansu Çiller heeft deze week haar prestige aanzienlijk opgevijzeld door de bijna 1,6 miljoen ambtenaren en 2,5 miljoen gepensioneerden per 15 april loonsverhogingen van tussen de 53 en 91,2 procent in het vooruitzicht te stellen. Het minimum maandinkomen voor ambtenaren wordt hierdoor opgetrokken tot 6.900.000 Turkse lira's (280 gulden).

De aankondiging komt nog geen week na het tiendaagse bezoek van een delegatie van het Internationale Monetaire Fonds (IMF), in verband met het vrijgegeven van het derde deel (109 miljoen dollar) van een ruim 700 miljoen dollar omvattend standby-krediet. Turkse kranten meldden dat de regering binnenkort een nieuwe letter of intend aan het IMF overhandigt, met de bijgestelde macro-economische doelen voor dit jaar.

De internationale financieringsorganisatie besloot in mei van het vorig jaar om mevrouw Çiller te ondersteunen in haar pogingen om de noodlijdende economie weer op de rails te krijgen. De regeringscoalitie van conservatieven en sociaal-democraten kondigde daartoe een versoberingsprogramma af. De prijzen van de staatsprodukten stegen tot 100 procent, er werden nieuwe belastingen ingevoerd, de salarissen van de ambtenaren gingen nauwelijks omhoog (men leverde gemiddeld 30 procent in) en er werd vaart gezet achter het privatiseringsprogramma.

Na de bekendmaking dat de inflatie over 1995 desondanks tot een recordhoogte van 150 procent was gestegen, nagelden de Turkse media premier Çiller genadeloos aan de schandpaal. Haar economische beleid werd als failliet bestempeld. En de bevolking was verontwaardigd dat men voor niets de broekriem verder had aangehaald. Economen lieten weten dat het stabiliseringspakket slechts een 'zak met prijsverhogingen' was.

Het IMF schilderde daarentegen een veel rooskleuriger beeld. De Turkse handelsbalans is weer in evenwicht en de internationale reserves zijn toegenomen. Dat zijn uiterst positieve ontwikkelingen die de teleurstelling over de hoge inflatie als gevolg van het omvangrijke begrotingstekort enigszins verzachten. De financieringsorganisaties zouden Turkije hebben voorgesteld om het standby-krediet, dat op 7 september afloopt, te verlengen tot het eind van dit jaar. Turkije op zijn beurt hoopt dat het IMF daaraan ook de conclusie verbindt om de hoogte van het krediet evenredig aan te passen.

Economen menen dat mevrouw Çiller heeft gewacht met optrekken van de inkomens van de ambtenaren tot er overeenstemming was met het IMF over het toegestane begrotingstekort voor dit jaar. Volgens de Turkse kranten zou dat van 198 biljoen Turkse lira's (4,8 miljard dollar) tot 220 biljoen Turkse lira's (5,3 miljard dollar) zijn opgetrokken. Hierdoor was er ruimte voor het verhogen van de overheidssalarissen. Weliswaar nog steeds minder sterk dan het inflatiepeil, maar genoeg - zo laat het zich aanzien - om sociale onrust te vermijden.

Met het IMF zou tevens zijn afgesproken dat het begrotingstekort niet zozeer wordt gedrukt door de staatsuitgaven te verminderen, maar door de staatsinkomsten te verhogen. Hoe dit in praktijk precies uitpakt, is nog niet duidelijk. Wat al wel vast staat is dat er nieuwe belastingen worden ingevoerd en dat een nieuwe poging wordt gedaan om de noodlijdende staatsbedrijven in snel tempo van de hand te doen. De staatsminister voor economie, Aykon Dogan (dakje op g) liet deze week optekenen dat hij verwacht dat het IMF midden maart positief beslist over het vrijgeven van het derde deel van het standby-krediet.

Het bezoek van het IMF aan Ankara viel samen met een controverse tussen de regering en de werknemers van de staatsbedrijven. Volgens staatsminister Bekir Sami Daçe behoeven deze over de eerste helft van dit jaar geen salarisverhoging omdat hun inkomen (gemiddeld 19 miljoen Turkse lira's, 750 gulden) stukken hoger is dan die van de ambtenaren (nu gemiddeld ruim 200 gulden). Türk-Is, de grootste vakbondsfederatie, reageerde woedend.

Bovendien verhinderde de regering dat de Turkse vliegmaatschappij THY vanaf gisteren in staking ging, door te stellen dat 'de nationale veiligheid' in het geding was. Dienstplichtige militairen die in Zuidoost-Turkije zijn gelegerd, worden uit veiligheidsoverwegingen met burgervliegtuigen vervoerd. De separatistische Koerdische Arbeiders Partij (PKK), die een guerrilla-oorlog voert in het zuidoosten, heeft in verleden aanslagen gepleegd op konvooien over de weg.