Paars scoort goed met consumentenvertrouwen

“De golven gaan hoog, ons schip is klein”, zei minister-president Wim Kok eind augustus 1994 in de regeringsverklaring. Maar met de verkiezingsdatum van 8 maart in zicht krijgt de paarse coalitie de wind in de zeilen: veel conjunctuurbarometers staan op groen.

Een goede graadmeter voor het effect van de economie op de politieke conjunctuur is de index van het consumentenvertrouwen. De overwinning in 1977 en 1986 van respectievelijk PvdA en CDA vonden plaats tegen de achtergrond van een toenemend vertrouwen van de consument in de economie. Het herstel van de PvdA tussen november 1993 en mei 1994, van 22 zetels in de peilingen naar een uitslag van 37 Kamerzetels, liep ook parallel aan een herstel van het consumentenvertrouwen. Toen in april 1994 bekend werd dat het consumentenvertrouwen zich verder herstelde, werden in het PvdA-campagneteam de champagne-flessen ontkurkt.

De campagne-strategen van PvdA, VVD en D66 kunnen ook nu weer de kurk van de fles laten knallen. Het Centraal Bureau voor de Statistiek maakte deze week melding van een “opmerkelijke” stijging van het consumentenvertrouwen. Traditioneel neemt het consumentenvertrouwen in de maand februari af, maar deze maand signaleert het CBS een stijging. Door de stijging in de eerste twee maanden van dit jaar is de inzinking in het laatste kwartaal van vorig jaar vrijwel teniet gedaan.

Recente CBS-publicaties bevestigen het beeld van een voortgaand economisch herstel. De industriële produktie bijvoorbeeld herstelde vorig jaar van de langdurigste neergang na de Tweede Wereldoorlog. In 1994 lag de produktie 3,8 procent hoger in vergelijking met het voorafgaande jaar. In 1992 en 1993 was er nog sprake van een daling van het produktievolume. De groei van de industriële produktie van consumentengoederen blijft relatief achter. Deze ontwikkeling is terug te vinden in de matige groei van de gezinsconsumptie.

Het economisch herstel begint langzaam maar zeker ook door te werken op de arbeidsmarkt. De werkloosheid blijft stabiel, maar het aantal uitzendbanen stijgt. In de periode november '94 / januari '95 waren er gemiddeld 492.000 werklozen. Vergeleken met een jaar eerder is de geregistreerde werkoosheid nog steeds hoger, maar het verschil wordt wel voortdurend kleiner. In het tweede kwartaal van 1994 was het verschil met de overeenkomstige periode van 1993 nog 67.000. In de driemaands periode november '94 / januari '95 was het verschil in vergelijking met een jaar eerder 12.000.

Maar er is hoop. Het CBS maakte deze week bekend dat de omzet van de Nederlandse uitzendbureaus vorig jaar “explosief” is gestegen. De omzet bedroeg vorig jaar 5,8 miljard gulden. Het aantal gewerkte uren van uitzendkrachten steeg met twintig procent ten opzichte van 1993. De groei van het aantal uitzenduren liep in de loop van het jaar sterk op; in het eerste kwartaal van 1994 lag het nog op hetzelfde niveau als de overeenkomstige periode van 1993. In het vierde kwartaal was de toename 37 procent. Het aantal uitzenduren was in het vierde kwartaal 55 miljoen. Dat komt overeen met ruim 100.000 volledige banen. Het CPB verwacht voor 1995 en 1996 een groei van de werkgelegenheid van respectievelijk 75.000 en 100.000 banen.

De groei van het aantal uitzenduren is een gevolg van de aantrekkende economie. Ondernemers proberen het extra werk dat daarmee gepaard gaat, eerst op te vangen door het inhuren van losse arbeidskrachten. Wanneer de economische groei aanhoudt, zijn bedrijven geneigd meer vast personeel aan te nemen. Bij deze ontwikkeling moet de kanttekening worden geplaatst dat ondernemers hun organisatie flexibel willen houden. Een afnemende vraag moet dus direct worden opgevangen met het afstoten van arbeid. Dat kan niet bij vast personeel dus zal er een groter beroep worden gedaan op uitzendkrachten.

En in de euforie van CBS-cijfers deze week stuurde minister Gerrit Zalm (financiën) de zogeheten februari-nota naar zijn collega's. Daaruit bleek dat het financieringstekort over 1994 is uitgekomen op 2,2 procent van het bruto binnenlands produkt. In de Miljoenennota 1995 verwachtte Zalm nog een tekort van 3 procent van het binnenlands produkt.

De VVD-minister heeft meer geluk dan zijn partijgenoot Ed Nijpels. Tijdens het eerste kabinet Lubbers klaagde de VVD-fractievoorzitter over de economische ontwikkeling. Te vroeg ging het te goed. Het financieringstekort daalde, de werkloosheid daalde, de economische groei nam flink toe. Alleen het duurde nog ruim een jaar voordat er verkiezingen zouden worden gehouden.