Orgaandonatie (3)

In de parlementaire en buitenparlementaire discussie over bovenstaand onderwerp mis ik tot dusver een essentieel punt. Bij het verkrijgen van donororganen gaat men er stilzwijgend van uit dat de donor is overleden, alvorens men overgaat tot het verwijderen van de te transplanteren organen.

Voor zover het gaat om organen die eigenlijk alleen als donororgaan bruikbaar zijn indien de donor niet langdurig een verlaagde bloeddruk of een slechte bloedcirculatie heeft gehad tijdens de overlijdensfase, dan zou de toestand van de donor tijdens het uitnemen van de donororganen niet altijd met zekerheid als gestorven beschouwd kunnen worden. Het publiek heeft het volste recht op dit punt voorgelicht en gerustgesteld te worden. Hoe Eurotransplant dat geregeld heeft bij de verkrijging van donororganen uit het buitenland dient zeker getoetst te worden. Er zijn buitenlanden, waar men het niet zo nauw neemt bij het oogsten van donororganen!

De urgentie om meer donororganen te verkrijgen wordt in het politieke debat voorts vertroebeld door als argument te hanteren, dat te veel wachtenden op een orgaan voortijdig en onnodig sterven. Dat argument kan met even veel recht gehanteerd worden bij patiënten die een kransslagader-operatie behoeven, maar wegens gebrek aan faciliteiten in de gebudgetteerde ziekenhuizen soms zo lang moeten wachten, dat ook zij voortijdig overlijden. Dit overlijdensrisico zou vermeden kunnen worden, door het aantal verrichtingen op te voeren, met meer operatiekamers en met meer cardio-chirurgen; hiermee wordt weliswaar het bestaande budget van de gezondheidszorg overschreden, maar dat zou met een toenemend aantal orgaan-transplantaties toch ook het geval zijn.

Parlement en kabinet maken zich helaas slechts druk om één categorie patiënten.