Openbaar rouwbetoon

'Mijn man is dood.' De soberste annonce op de pagina met rouwadvertenties, maar daardoor ook de aangrijpendste.

Behalve indrukwekkend, is het samen met de ondertekening, ook een publieke mededeling, zoals je die verwacht onder een rubriekskop Familieberichten. Een bericht inderdaad, met feitelijke informatie over een gebeurtenis. Ooit was die plek in de krant daar ook louter voor bedoeld. Men zette een advertentie in plaats van berichten aan persoonlijk geadresseerden rond te zenden of, als aanvulling daarop, bestemd voor verre verwanten en vage bekenden. Geboorte, huwelijk en dood, bekendgemaakt voor wie het aanging.

Behalve dat de familie op deze wijze over het overlijden berichtte, waren er ook de advertenties waarin degene die was overleden werd herdacht in door hem of haar beklede functies. Een vorm van maatschappelijk eerbetoon waar men ook de zin van kan inzien. Misschien heb ik de betrokkene dan wel niet gekend, maar ik mag best weten dat iemand uit de samenleving is heengegaan die zich jarenlang heeft ingezet voor een goed doel, de dragende kracht is geweest in een bedrijf, als journalist verantwoordelijk is geweest voor spraakmakende reportages of belangrijk medisch onderzoek heeft gedaan. Slechts als diverse geledingen van één onderneming elk apart een advertentie zetten, meen ik te mogen vermoeden dat het gaat om een verkapte vorm van reclame.

Tussen de traditionele rouwadvertenties van familie en samenleving is echter een steeds groter middenveld ontstaan van vrienden en bekenden die ook hun droevige zegje willen doen. Als krantelezer vraag je je wel eens af wat je met die gevoelsmededelingen moet doen. Dat de wandeltochten nooit meer zullen zijn zoals ze waren, nu de overledene niet meer meeloopt. Dat het een stuk stiller zal zijn in het stamcafé nu haar schaterlach daar niet meer zal worden gehoord. Dat het hockeyelftal een gezellige veteraan in zijn midden moet missen. Dat men dankbaar is haar gekend te hebben. Het is allemaal waar en treurig stemmend, maar zijn dat niet de dingen die men memoreert tijdens de begrafenis of crematie als men onder elkaar is met familie, vrienden en bekenden, die weten over wie en waarover je het hebt? Waarom moet dat zo en plein public? Waarom moet iedere willekeurige lezer dat óók weten?

En als het overlijden een Bekende Nederlander betreft is het hek helemaal van de dam. Men zou kunnen zeggen dat in zo'n geval een familie-advertentie ook overbodig is, maar dat is niet waar. Ik kan me ten minste goed voorstellen dat men de mededeling ook zelf wil doen, niet wil overlaten aan de algemene berichtgeving en de overledene geen eigendom van het nieuws wil laten zijn. Mijn man, mijn vrouw, mijn vader, onze moeder is dood.

Ook de advertenties met eerbetoon over werk en functies kan men begrijpen. Maar al die tussenannonces van vrienden en bekenden, waarom moeten die? Is het een willen delen in de glorie? Wij hebben hem gekend. Oh, maar ik dan! En wij toch zeker ook! En de overledene is er zelf niet meer om al dan niet met scheef lachje te zeggen: “Oh, ja, waren wij vrienden, wat aardig.” Zetten zulke mensen rouwadvertenties voor iedere vriend of vriendin die is overleden? Lijkt me onwaarschijnlijk. Geen eer aan te behalen.

Het sobere met diepe droefheid delen wij u mede, is veelal verleden tijd. De pagina met familieberichten roept op sommige dagen associaties op met bepaalde televisieprogramma's waarin men openlijk de meest intieme emoties toont. Rouwadvertenties als Love Letters. Is het omdat in het moderne leven een publieke belijdenis makkelijker is dan een getuigenis van vriendschap en liefde in de intimiteit van het privébestaan? Is het omdat het effect, de impact dan groter is? Een mooie prent deze week van Peter van Straaten in het Parool. Een paar dat mokkend naast elkaar in bed ligt heeft als tekst: 'Zullen we het hier goed maken of op de televisie, zoals iedereen?'

Ook dringt zich hier een variant op de uitspraak van MacLuhan op: the medium is the message. Wat de krant de radio of televisie niet heeft gehaald, is niet gebeurd. Als ik mijn droefheid niet publiekelijk heb geannonceerd, ben ik misschien ook niet zo erg droevig geweest? Emoties moeten worden geafficheerd, anders zijn ze niet echt.

De emotionele, zo niet geëxalteerde tekst van de advertenties is bovendien in toenemende mate gericht tot de overledene. Ik kan daar maar niet aan wennen. Te meer niet, als men er blijkt van geeft niet in een leven-na-de-dood te geloven, laat staan in een leven waarin men kranten leest. Wat is dat dan voor wonderlijke stijlkeuze?

En dan ten slotte de advertenties die door hun onvolledige of zelfs cryptische tekst geen mededeling bevatten, maar slechts een uitroep, een zegswijze. Voor wie zijn die bestemd? De overledenen kunnen ze niet lezen. De lezers weten niet over wie het gaat of raken in verwarring. De ondertekenaars kunnen de tekst net zo goed en goedkoper voor zichzelf opschrijven en aan de muur hangen.

'Pim, ik zal je nooit vergeten. Je maatje Joanna.' Welke Pim? Ik ken één Pim. Die zal het toch niet zijn? Twee jaar geleden voor het laatst gezien. Juist gedacht dat ik hem wel eens voor advies kon bellen. Zou wel kunnen natuurlijk. Maar heette zijn vrouw niet Joke? Of is je maatje niet je vrouw, maar een medestrijdster voor natuurbehoud of iemand met wie je squasht? Hoeveel eenvoudiger en sociaal gesproken handiger zou het niet zijn geweest als er stond: 'Met droefheid deel ik mede dat mijn man Pim de Lange is overleden, Joanna van Dijk, Utrecht.'

En dat ze hem nooit zal vergeten weet ik dan ook zonder dat ze dat annonceert.