Ontwikkelingshulp

Nu men opnieuw begint over een Rijksdienst voor Ontwikkelingssamenwerking (NRC Handelsblad, 14 februari) moet het maar eens hardop worden gezegd: diplomaten zijn in dezen géén pressiegroep.

Prof. Hommes citeert 'Scandinavische en Noordamerikaanse voorbeelden' van misbruik van ontwikkelingsgeld; ik ken ze uit de praktijk. In Tanzania hadden de Noren nooit geld over omdat vrijwel alles naar hun eigen 'Norconsult' ging dat allerhande sympathieke jonge Noren een hydro-elektrische centrale liet ontwerpen, zó groot dat voor 95 procent van de kWh in heel Afrika geen afnemers in zicht waren. De bouwkosten werden geraamd op een bedrag dat overeenkomt met 20 jaar totale wereldwijde hulp aan Tanzania. Mijn Canadese collegae zagen, met evenveel woede, het gros van de fondsen verdwijnen naar Canadese ingenieursbureaus die plannen bleven tekenen voor een nieuwe hoofdstad (in een hoog oord waarvan men wist dat er onvoldoende water zat) en voor de rehabilitatie van de spoorwegen (in tien dikke delen; met een belofte voor 0,4 procent van de miljarden-kosten van uitvoering!). In India berekende ik met de chef van dat 'sterke veldkantoor' eens de produktiviteit: zijn voorgeschreven circa honderd academische specialisten verwerkten per hoofd circa 10 procent van wat mijn diplomaten deden.

Oppassen - andermaal - voor verzelfstandiging!