Vorderingen van Nusse Brink erkend

AMSTERDAM, 24 FEBR. De curator van het failliete effectenhuis Nusse Brink, mr. R.J. Graaf Schimmelpenninck, heeft 8,6 miljoen aan vorderingen van crediteuren erkend. Een bedrag van een kleine 4 miljoen gulden aan vorderingen heeft Schimmelpenninck niet erkend.

Zo betwist de curator een claim van E. Brink van een half miljoen gulden. Brink was directeur en mede-eigenaar van het effectenhuis dat in 1992 failliet ging. Hij en zijn mede-directeuren Nusse en Misdorp worden strafrechtelijk vervolgd wegens verduistering en witwssen.

Schimmelpenninck erkent evenmin de vordering van 1,7 miljoen gulden die de nabestaanden van Michael Vane op de boedel van Nusse Brink hebben. Vane was een van de klanten van de commissionair die naar verluidt banden had met de georganiseerde criminaliteit. Met hulp van Nusse Brink zou hij miljoenen guldens op de effectenbeurs heben witgewassen. Voor zijn vordering zou Vane directeur Nusse onder bedreiging een schuldbekentenis hebben laten tekenen. Kort na het faillisement van het effectenkantoor werd Vane vermoord teruggevonden.

De wel erkende crediteuren hebben overigens weinig te verwachten. Op 4 november van het vorige jaar stond er een saldo van 639.808 gulden en 7 cent op de faillisementsrekening. Dat bedrag is waarschijnlijk wel iets toegenomen, maar daar wordt eerst een preferente crediteur van betaald - de bedrijfsvereniging die nog de afdracht van sociale lasten tegoed heeft. Bovendien zijn er boedelkosten gemaakt en krijgt de curator nog zijn salaris.

Een nieuwe naam die in de lijst van 'concurrerende' rediteuren van Nusse Brink opduikt, is die van het Bedrijfspensioenfonds voor de Drankindustrie. Schimmelpenninck heeft een vordering van 323.791 gulden erkend.

Ook de claim van Van Meer James Capel is erkend. Door transacties met de 100 procent dochter van Capel, Premie- en Effectenkantoor Van den Broek, is een bedrag van 4,6 miljoen verloren. Dat bedrag maakt eveneens deel uit van een gerechtelijke procedure tussen Capel en de Amsterdamse Effectenbeurs. Capel verwijt de beurs dat zij gefaald heeft in het toezicht op Nusse Brink en dus voor de strop moet opdraaien.

Andere grote, door de curator erkende, claims zijn die van Mees Pierson (2,2 miljoen gulden), het beleggingsfonds Eckavit (875.585 gulden) en Wirtz Research (143.874). De beurs zelf heeft ook verschillende vorderingen op de failliete boedel van Nusse Brink die in totaal 135.000 gulden belopen.

De heer H.J. Heerema uit het Belgische Brasschaat heeft een erkende vordering van 150.000 gulden op Nusse Brink. Een tweede claim, 220.707,56, van de heer Heerema is door Schimmelpenninck niet erkend omdat “niet is aangetoond (aan de hand van schriftelijke bewijsstukken) dat daadwerkelijke schade is geleden”.