Met zichzelf; De verjaardag van de aardworm

De aardworm besloot zijn verjaardag alleen met zichzelf te vieren, onder de grond, tussen de wortels van de berk.

“Zo, aardworm,” zei hij. “Gefeliciteerd.”

“Dank je wel, aardworm,” zei hij terug, met een iets zwaardere stem. Hij probeerde ernstig en tegelijk feestelijk te klinken, en keek tevreden om zich heen in de duisternis.

“Wil je een stuk taart, aardworm?” vroeg hij.

“Wat is het voor taart, aardworm?” “Veentaart, aardworm.” “Ja graag, aardworm.” Hij sneed voor zichzelf een stuk veentaart af en begon te eten.

“Heerlijk, aardworm.” “Zeg dat wel, aardworm.” Hij at een tijd in stilte.

“Zo, aardworm,” zei hij, toen hij het stuk op had.

“Wil je nog iets?” “Nee dank je wel, aardworm.

Ik wil liever even wachten.” “Natuurlijk, aardworm, natuurlijk.” Even zat hij zwijgend op de grond in het midden van zijn kamer.

Toen stond hij op en begon te dansen.

“Wat dans je heerlijk, aardworm,” zei hij.

“Vind je dat, aardworm? Vind je dat echt?” “Nou en of, aardworm.”

De aardworm hield van zijn naam. Stel je voor dat ik olifant heette, dacht hij, of kabeljauw... Zo, kabeljauw, wat dans jij heerlijk... Hij rilde bij die gedachte. Nee, aardworm was de mooiste naam die er bestond, vond hij.

Tot zijn verdriet moest hij plotseling een hele tijd aan de kabeljauw denken en viel hij telkens, al dansend, om. Pas na een grote slok zoet aardwater danste hij weer vrolijk en mooi en dacht hij weer alleen aan zichzelf.

“Wat een verjaardag, aardworm,” zei hij.

“Ja, aardworm.”

Toen hij een tijd met zichzelf had gedanst ging hij zitten. Hij keek naar de duisternis, knikte een paar keer naar links en rechts en stond toen weer op.

“Kom, aardworm,” zei hij.

“Ik ga weer eens.” “Dat is goed, aardworm.” “Dank je wel voor het feest, aardworm.” “Ach...” zei hij verlegen.

“Ik ben blij dat je er was, aardworm.” Hij liep zijn voordeur uit, sloeg een hoek om en kwam door zijn achterdeur weer naar binnen.

“Zo,” zei hij.

Hij keek om zich heen in het donker, wreef in zijn handen en dacht: dat was dat.

Vlug at hij de resten veentaart, modderpudding en grondgebak op.

En hij nam zich voor nooit meer een ander soort verjaardag te vieren.