Helden

Met Gent-Gent wordt de wereld weer van iedereen. Het zal aan Timmer niet besteed zijn maar geen groter geestesmerk van de lage landen dan mannen op de fiets. De ruggen gekromd, zeemvel tussen de benen, vet in de broek en dat allemaal om vooruit te komen in het leven. Stoempen en kotsen met de vanzelfsprekendheid van de apocalyps. Wielrennen is een zeer katholieke sport.

Gent-Gent, de eerste klassieker, maakt een einde aan de stille paniek van de winter. Die dag komen de echte helden weer op straat: de keizer van Herentals, de adelaar van Toledo, de reiger van 's Heerenhoek. Mannen die ooit ook met hun broodtrommeltje onder de snelbinders naar school reden en later gevierd zouden worden als grote kampioenen. Morgen staan ze aan de start in Gent want in de verbeelding van de armen lijkt Nelissen als twee druppels water op Van Looy, Blijlevens op Bahamontes en Abdoesjaparov op Raas. Grote wielerkampioenen sterven een eeuw later dan hun laatste succes.

Omdat de pre-historie nooit ophoudt is er nog niet echt sprake van een crisis in het Nederlandse cyclisme. Het verleden blijft meefietsen. In deze sport zijn moderniteit en mystiek als communicerende vaten van een herinnering. In elke wedstrijd ontstaat wel een moment dat de kop van Joop Zoetemelk weer uit de bocht komt vallen. Zoals ook Checco Moser nog in een flits vreselijk te keer kan gaan op de pedalen van Mark Sergeant. Ha, rijdt daar niet Jean Robic, de mooie dwerg van twee turven hoog, geplaagd door aambeien en steenpuisten, in het truitje van TVM? Wielrennen is er voor de ambiance, voor het dansen van de ruggen, voor de exhibitie van Hollandse kuiten. De gezichten doen er eigenlijk niet toe. Generaties ook niet.

Het peloton is een reclamezuil geworden en dat is jammer. Al die schreeuwerige letters vloeken met de antieke gezichten van de renners. Zweet en slijk zijn als heimwee: van de mens alléén. Een weggeschoten hoofd op de televisie doet minder pijn aan de ogen dan een wielrenner met beschilderde pothelm. Maar de sponsors hebben de macht en bepalen uitzicht, getalsterkte en hiërarchie van het peloton. Coureurs blijven jongens van een andere tijd. Zij hebben de keuze tussen arm zijn en vernederd worden. Een middeleeuws dilemma dat nog meer drama geeft aan het beulswerk.

Peter Post is er voor het eerst in vele jaren niet meer bij. Een decapitatie. Een peloton zonder Post is als Amsterdam zonder Ischa. De professor-ploegleider mocht dan al een dagje ouder worden, met zijn kennis en passie gaf hij het wereldje een couleur locale die onvervreemdbaar was geworden. Hem alleen al zien lopen in een blauwgestreepte korte broek en witte mocassins was een lust voor het oog. Als hij sprak werd de wijde omgeving gevuld met de geur van masseerolie. Post was er de laatste jaren vooral voor de avonden in de Tour. Een catastrofe-filosoof met manieren en gevoel voor idyllische taferelen. Hij gaf het Nederlandse wielrennen een aplomb die het op de fiets al lang niet meer kon waarmaken. Met zijn tweede ziel kon hij ook lekker ordinair zijn in het aanhitsen van zijn renners. Weergaloze scheldkanonnades. Deze ploegleider schiep altijd zijn eigen helderheid. In en buiten de koers.

Tussen Post en Raas heeft jarenlang de oorlog gewoed. Beide tenoren bestreden elkaar met een ouderwetse lynch-ethiek. De inzet van het conflict draaide waarschijnlijk om een geldkwestie of een vrouwenaffaire, zoals het hoort tussen mannen die de wijsheid uit het leven en niet uit de boeken hebben gehaald. Pas toen de respectievelijke sponsors hun macht in de weegschaal wierpen, werd er een gewapende vrede getekend. Jan Raas heeft inmiddels veel van zijn primitieve woede en dito hartstocht op het hakblok van de commerciële tolerantie gelegd. Wat blijft zijn nog zeldzame vonken van een baldadig cynisme. Ingewijden zeggen dat de Zeeuw een beetje koersmoe is geworden. De uitblussing als gevolg ook van het mistroostige inzicht dat van een patatgeneratie toch geen mannen te maken is. Raas lijdt als een vader die ziet dat zijn verwende kinderen geen talent voor vrijheid hebben.

Post uitgeschakeld, Raas verinnerlijkt, Priem verkrampt in de pose van een parvenu: wedden dat morgen Gent-Gent gewonnen wordt door een Italiaan.