World Press Photo (2)

In NRC Handelsblad van 18 februari las ik twee houdingen ten aanzien van leven en dood die stof voor bezinning geven.

Op pagina 8 stond de World Press Photo van dit jaar: het profiel van een Hutu, met vier grote littekens, verminkt door zijn eigen mensen met kapmessen omdat hij niet aan de moord op de Tutsi's mee wilde doen. Toen James Nachtwey hoorde dat hij met die foto de prijs had gewonnen zei hij tegen de voorzitter van de jury, Michele Stephenson: “Ik zag dat die Hutu de hel had doorstaan.” Dat zien we ook, maar er zit ook iets positiefs in. Deze Hutu is een anonieme held. Hij heeft zich tegen zijn eigen mensen verzet. Zijn dapperheid is heldhaftig, bovendien leeft hij nog. Hij heeft het leven van anderen gerespecteerd en zijn eigen leven gered.

In het zaterdags bijvoegsel staat een artikel over euthanasie en demente bejaarden. Mevrouw Cornelisse, stafmedewerker van de NVVE verklaart o.a. dat het onmenselijk is om aan een ernstig demente een spuitje te geven. Ze vindt dat eerder moet worden ingegrepen. In haar eigen woorden: “Wij vinden dat mensen in de beginfase van dementie de kans moeten krijgen op een nette manier te overlijden . . . De angst voor lijden is ook lijden.”

Deze woorden zijn alarmerend. Nog afgezien van het gegeven dat het leven een gave is die je krijgt en die je ontnomen wordt: waar komt nu de grens te liggen? Hoever zullen we gaan als ons ethisch handelen opgebouwd wordt op onze dapperheid of beter gezegd het gebrek daaraan? De dapperheid stelt de mens tot heel wat in staat. Waarom niet een spuitje van moed geven?

De Hutu heeft het in erbarmelijke omstandigheden op zijn eentje gehaald. Onze welvaart voorziet ons van alles, maar we zijn wel gauw bang.