Veiligheidsraad wil geen snelle interventiemacht

NEW YORK, 23 FEBR. De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties heeft voorstellen voor de vorming van een snelle interventiemacht voor vredesoperaties afgewezen, maar wel ruimte gelaten om bij toekomstige missies geweld te gebruiken.

De raad pleitte voor heldere mandaten en duidelijke tijdsafbakeningen bij vredesoperaties.

De raad reageerde gisteren op een rapport van secretaris-generaal Boutros Boutros-Ghali van 5 januari, waarin hij een uit 1992 daterende blauwdruk over vredestaken van de VN uitwerkte. Boutros-Ghali bepleitte in dat rapport de oprichting van een snelle interventiemacht, bestaande uit nationale contingenten, maar onder commando van de VN. Hij merkte daarbij naar aanleiding van de VN-interventie in Somalië op dat de VN in vredesoperaties neutraal moeten blijven en zich niet actief met gevechtshandelingen moeten inlaten.

De Veiligheidsraad negeerde in een gisteren uitgegeven beleidsdocument het pleidooi voor de oprichting van een snelle interventiemacht en beperkte zich tot een verzoek aan Boutros-Ghali om “de bestaande paraatheidsregels te handhaven” en daarbij gebruik te maken “van het hele scala aan hulpbronnen”.

Op het ogenblik stellen nationale regeringen troepencontingenten ter beschikking van de VN. Daarbij hebben ze het recht zo'n missie te weigeren, wat bijvoorbeeld is gebeurd toen de VN troepen vroegen voor dienst in de kampen met Rwandese vluchtelingen.

De Veiligheidsraad wil echter volgens het beleidsdocument wel mogelijkheden voor grootschalige missies in de toekomst open houden. Over het algemeen, aldus het document, is de raad het eens met “het afzien van gebruik van geweld, behalve ter zelfverdediging” en “zonder het vermogen om incidenteel op situaties te reageren te compromitteren”.

Boutros-Ghali had de Veiligheidsraad ook gevraagd om een “mechanisme” te ontwerpen ter bestudering van de gevolgen van sancties. Kennelijk refererend aan het geval van de sancties tegen Irak vond Boutros-Ghali dat de doeleinden van de Veiligheidsraad niet altijd even helder omschreven zijn en “zelfs in de loop van de tijd lijken te veranderen”. De raad is onderling verdeeld over de vraag of de sancties tegen Irak worden geëerbiedigd en moeten worden voortgezet of afgezwakt. De Veiligheidsraad negeerde oproepen van Frankrijk en Rusland om Boutros' standpunt over te nemen. Boutros-Ghali werd slechts opgeroepen de staf van de sanctiecomités te versterken.

In het document brak de Veiligheidsraad wel een lans voor het denkbeeld van een “micro-ontwapening”, met het argument dat in conflicten tegenwoordig de meeste doden vallen door lichte wapens. Tevens pleitte de raad in het document voor een strikte naleving van wapenembargo's - een verwijzing naar het voornemen van het Amerikaanse Congres om het wapenembargo tegen de Bosnische regering op te heffen. (AP, Reuter)