Loopgravenkoorts duikt op onder grootstedelijke zwervende alcoholisten

Loopgravenkoorts is in de Eerste Wereldoorlog voor het eerst door militaire artsen als aparte ziekte onderkend. De ziekte bleek ook buiten de loopgraven voor te komen en is ook bekend als de vijfdaagse koorts of wolhyniakoorts. De ziekte wordt overgebracht door luizen die besmet zijn met de bacterie Bartonella quintana. Het is een ziekte die ontstaat bij mensen met luizen die opeengepropt in onhygiënische omstandigheden leven.

In twee artikelen in The New England Journal of Medicine (16 febr) beschrijven artsen het ziekteverloop van 13 dakloze alcoholisten uit Marseille en Seattle met loopgravenkoorts. De meeste van de tien patiënten in Seattle hadden koorts toen ze bij de dokter kwamen en sommige hadden de laatste tijd enkele kilo's lichaamsgewicht verloren. Een paar patiënten kregen door de bacteriën in hun bloedbaan zulke ernstige klachten aan hun hartkleppen dat ze een hartoperatie ondergingen. De aanduiding vijfdaagse koorts kan trouwens duiden op een koortsperiode van ongeveer vijf dagen, of van koortsaanvallen die eenmaal in de vijf dagen terugkeren.

Niet bekend

De hoofdredacteur van The New England Journal of Medicine vraagt zich in een begeleidend commentaar af of de loopgravenkoorts nieuw is onder zwervers of nu pas door artsen bij deze groep wordt opgemerkt. Bij een nieuw-opgedoken ziekte is het de vraag of er recent een meer ziekmakende stam van de Bartonella-bacterie is ontstaan, of dat de zwervers vatbaarder zijn geworden. De mannen waren niet met HIV besmet en hadden ook geen andere kenmerken waardoor ze vatbaarder zouden zijn voor infectieziekten.