Herintroductie van biezen zinloos nu getij verdwenen is

Met het verdwijnen van de getijdegebieden door Deltaplan en Zuiderzeewerken hebben de Nederlandse biezen nog maar weinig overlevingskansen. Plannen van Rijkswaterstaat om deze oeverplanten weer terug te krijgen zijn daarom weinig realistisch. Dat concludeert ir. Olga Clevering die vorige week aan de Katholieke Universiteit Nijmegen promoveerde. Zij deed haar onderzoek bij het Centrum voor Terrestische Oecologie van het Nederlands Instituut voor Oecologisch Onderzoek van de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen.

Biezen horen thuis langs de oevers van open water, met hun voeten in het nat. Onderling verschillen de voorkeuren nogal. Zo komt de mattenbies (Scirpus lacustris ssp. lacustris) alleen in zoetwater voor en de ruwe bies (S. lacustris ssp. tabernaemontani) vooral in brak water, terwijl de zeebies (S. maritimus) zich merkwaardig genoeg zowel in zoet als in zout milieu thuisvoelt.

Clevering onderzocht of biezen zich opnieuw kunnen vestigen en handhaven in het Haringvliet, het Hollandsch Diep en de Biesbosch. Vroeger waren dit getijdegebieden met sterk wisselende waterstand en een geleidelijk verloop van zoet naar brak. Tegenwoordig echter is dit deel van de Delta zoet en de waterstand vrijwel stabiel. In feite is het een stelsel van zoetwatermeren. De vraag was, of genoemde biezensoorten zich in zo'n stagnant milieu kunnen handhaven.

Kieming en vestiging van de drie biezensoorten blijkt het best te slagen op droogvallende bodems en in zeer ondiepe, beschutte wateren. Onder water groeien de kiemplanten namelijk slecht. Bovendien spoelen ze bij teveel dynamiek weg. Waterbeheerders kunnen biezen wel aanplanten, maar ze in stand houden is moeilijk, omdat knobbelzwanen en ganzen ze zwaar begrazen. Alleen als men zeer grote oppervlakten zou aanplanten blijft daar misschien nog wat van over.

Bovendien zullen de biezenvelden periodiek moeten droogvallen, bijvoorbeeld eens in de veertig jaar. Zelfs dan nog heeft Olga Clevering haar twijfels of de biezen het zullen redden, aangezien andere oeverplanten zoals riet en kleine lisdodde, die veel beter bij de huidige geringe bodemdynamiek passen, ze gemakkelijk wegconcurreren.