VN zijn ongerust over massale schending van vliegverbod Bosnië

SARAJEVO, 22 FEBR. Berichten over massale schendingen van het vliegverbod in het Bosnische luchtruim wijzen er volgens waarnemers op dat de Bosnische Serviërs en het regeringsleger zich voorbereiden op een nieuwe gevechtsronde in de lente. De vluchten, gewoonlijk van mysterieuze herkomst, hebben geleid tot verwijten van de Verenigde Naties aan de NAVO, die moet toezien op naleving van het vliegverbod.

Het in oktober 1992 ingestelde vliegverbod in het Bosnische luchtruim is sindsdien zeker vijfduizend keer geschonden. De afgelopen weken hebben waarnemers van de VN en militairen van de VN-vredesmacht in het noorden en oosten van Bosnië echter een alarmerende stijging van het aantal schendingen geconstateerd. Nederlandse blauwhelmen maakten onlangs bij de moslim-enclave Srebrenica in het oosten van Bosnië melding van tientallen helikopters die kennelijk uit Servië afkomstig waren en die - naar wordt vermoed - de Bosnische Serviërs aan de frontlijn bij Srebrenica bevoorraadden. Later deze maand maakten VN-waarnemers ook melding van schendingen van het vliegverbod door helikopters en gevechtsvliegtuigen van de Bosnische Serviërs die, afkomstig van het vliegveld van Udbina in de Kroatische Krajina, naar het vliegveld van Banja Luka vlogen. Banja Luka is de belangrijkste stad in het door de Bosnische Serviërs beheerste noorden van Bosnië. In een periode van vier dagen telden ze 62 schendingen.

Maar ook de moslims zouden het vliegverbod op grote schaal schenden. Het afgelopen jaar zouden Iraanse transportvliegtuigen verscheidene pogingen hebben gedaan wapens voor de moslims via het vliegveld van de Kroatische hoofdstad Zagreb in te voeren. Enkele van die pogingen zouden succesvol zijn geweest. Zeker een Iraanse vlucht zou zijn doorverwezen naar de Hongaarse hoofdstad Boedapest.

Op 10 februari is volgens VN-bronnen op het vliegveld van de moslim-enclave Tuzla een transportvliegtuig geland, dat werd begeleid door gevechtsvliegtuigen. VN-waarnemers die een kijkje wilden nemen werden door soldaten van het Bosnische regeringsleger tegengehouden. Toen ze werden vrijgelaten, was het mysterieuze vliegtuig verdwenen. Twee dagen later landde opnieuw een transportvliegtuig in Tuzla.

De nationaliteit van het vliegtuig kon niet worden vastgesteld, maar ooggetuigen zeiden dat het om een C-130 Hercules ging of een soortgelijk type, zoals de Franse Transall. Op het moment van de vlucht waren alleen Amerikaanse vliegtuigen in en bij het Bosnische luchtruim aanwezig. Andere bronnen meldden dat vanuit een Hercules bij Tuzla goederen aan parachutes zouden zijn afgeworpen.

In VN-kringen wordt gespeculeerd dat met deze vluchten moderne wapens - mogelijk anti-tank-raketten of luchtdoelgeschut - voor het Bosnische regeringsleger zijn aangevoerd. In al deze gevallen kwamen NAVO-vliegtuigen - die worden geacht de naleving van het vliegverbod af te dwingen - te laat. In de regio beschikken de VS over Hercules-transportvliegtuigen. Frankrijk en Groot-Brittannië hebben eveneens ervaring met het afwerpen van goederen aan parachutes. (Reuter, AP)