De natie bedrogen, met de vaart van een draaikolk

Quiz Show. Regie: Robert Redford. Met John Turturro, Rob Morrow, Ralph Fiennes, David Paymer. In 8 theaters.

Niets is saaier dan het onversneden gelijk en precies dat bedreigt in beginsel een onderneming als Quiz Show, de nieuwste film van regisseur/acteur Robert Redford (Ordinary People, A river runs through it). Het verhaal is gebaseerd op feiten uit de geschiedenis van de Amerikaanse televisie. Een van de twee deelnemers van de in de jaren vijftig immens populaire quiz Twenty One bleek de vragen en de antwoorden steeds van tevoren voorgelegd te hebben gekregen. Hij won uiteraard keer op keer en mét 'het risico' zijn per uitzending hogere winst te verliezen, namen de kijkcijfers toe. Ten gunste van de omroep en de sponsor en van de betrokken deelnemer zelf, en ten koste van de geloofwaardigheid van de televisie. Maar die prijs - nationaal tumult veroorzakend - werd pas betaald, toen het bedrog werd bewezen door een lid van een onderzoekscommissie van het Huis van Afgevaardigden.

De film gaat dus over bedrog, over aan het licht gekomen bedrog en bedrog mag niet. Zo zuiver en ondubbelzinnig is het gelijk, waarmee de geschiedenis Redford en scenarioschrijver Paul Attanasio opscheepte. Het schandaal was en is zo evident dat het bijna ondramatisch wordt: het leent zich niet voor verrassende wendingen, zoals in een thriller, of voor spektakulaire actiescènes of voor de diepmenselijke, herkenbare psychologie van het relatiedrama. Drama schuilt hooguit in het feit dat de geschiedenis de omroepbazen en de sponsor - een geneesmiddelenfabrikant - buiten schot liet.

En toch is Quiz Show een wervelende, meeslepende film geworden. Niet alleen vanwege het tijdsbeeld dat hij schetst, met die typische en grappige uiterlijke kenmerken van de jaren vijftig. En ook niet alleen om de draaikonterige quizwinnaar, de geslepen omroepbazen, het vasthoudende congreslid dat zo'n goeie speurhond blijkt. Zij maken de film inderdaad aantrekkelijk, maar er is meer.

Terecht doen Redford en Attanasio niet geheimzinnig over het bedrog zelf. Daar hoeft de spanning wat hun betreft niet vandaan te komen. Ze maken, na een inleidend exposé over de schlemielige Herbie Stempel die de quiz al wekenlang wint, direct duidelijk dat het plaats heeft. Stempel (een uitstekende rol van John Turturro) wordt opgedragen de volgende keer een verkeerd antwoord te geven. Zijn congé is ingegeven door een mengeling van antisemitisme en commercieel inzicht. De omroep heeft in Charles Van Doren, professor aan de Columbia Universiteit en telg van een nationaal vooraanstaande familie, een winnaar onderkend die de tanende kijkcijfers kan keren. Die veronderstelling klopt - en Ralph Fiennes die Van Doren speelt, maakt ook duidelijk waarom. Hij is de ideale schoonzoon: knap in beide betekenissen van het woord, charmant, bescheiden en toch een ster.

Al in dat inleidende gedeelte blijkt de kracht van de film. Het heeft een zuigende vaart, als van een draaikolk, vol beeld- en scènewisselingen en flitsende dialogen die verwarren en overrompelen. Die snelheid houdt de film, maar tegelijkertijd weet Redford ruimte te scheppen voor de nuances die Quiz Show belangwekkend maken. Hij schakelt druk heen en weer tussen de regiekamer en de televisiestudio, tussen de bordkartonnen illusie daar en het resultaat in de huiskamer en in hetzelfde tempo vervlecht hij die beelden met het onderzoek van het commissielid Dick Goodwin (Rob Morrow), het prototype van de ambitieuze, jonge jurist. Bijna en passant toont Redford ook de belangen en de motieven van instituten en individuen.

Die zijn cynisch maar ook menselijk en variëren van pure hebzucht tot domme argeloosheid: Charles Van Doren laat zich al te graag paaien met het argument dat zijn optredens het onderwijs ten goede komen, de motieven van Stempel, treffend gesitueerd in de kleurige armoe van zijn woning in Brooklyn waar de meubelen overtrokken zijn met plastic, zijn al te begrijpelijk en de belangen van de omroep en de sponsor zijn dat niet minder. Maar intussen begeeft iedereen zich op een hellend vlak.

Redford zegt in interviews dat dit schandaal het begin van het einde inluidde van de American dream: de televisie, dat destijds nog nieuwe en onaantastbare venster op de wereld was vanaf dat moment niet meer te vertrouwen. Watergate is volgens de regisseur slechts een vervolgaflevering van het desintegregende feuilleton aan schandalen. Hij beweert het meeslepender, subtieler en minder direct ook in zijn film. “Het zigeunermeisje wordt toch ook niet werkelijk doorgezaagd”, luidt de verdediging van de producent van Twenty One en dat oneigenlijke argument klinkt zowaar plausibel. Wat geeft het, het is maar amusement. Het weerwoord dat Redford de boosdoener gunt, maakt Quiz Show des te sterker. Het geeft wel, omdat ieder bedrog ondermijnend is.