'Atletiekunie is vastgeroest in gekke, ouderwetse structuur'

Uit onvrede over de tegenwerking van het vastgeroeste kader, stapte Theo Leenders op als voorzitter van de atletiek-unie. “Dat soort mensen blijft zitten totdat ze omrollen.”

VUGHT, 22 FEBR. Hij was de aantijgingen en beledigingen beu, zegt hij. Theo Leenders stapte vorige week na tien maanden alweer op als voorzitter van de Koninklijke Nederlandse Atletiek Unie. “Ik pik zoiets niet”, legt hij uit. “Er werd op de man gespeeld, hard en grof. Daar leen ik me niet voor. Het was een hobby. Ik wil straks geen hartinfarct krijgen.”

Veel sportbestuurders liggen onder vuur in Nederland. De meesten van hen gaan gewoon door. “Er zijn blijkbaar mensen die zich wel willen laten beschadigen”, constateert Leenders. “Dat zijn misschien idealisten. Als je toch ziet wat een gerespecteerde man als Jos Staatsen in het voetbal naar zijn hoofd krijgt. Hoe lang houdt hij dat vol? In het bedrijfsleven roep je iemand die via de riool-lijn kritiek levert bij je. Verandert er daarna niets, dan kan je maatregelen nemen. Maar met vrijwilligers in de sport kan dat niet.”

Leenders was zelf directeur van Mars Europa. Hij dacht in het voorzitterschap van de KNAU een uitdaging te hebben gevonden voor na zijn pensionering. Er waren meer aanbiedingen. Hij werd benaderd voor, zoals hij het zegt, “de Wolzak-job” bij de voetbalbond. “Maar dat was een fulltime-baan, betaald. Dat wilde ik niet.” Hij koos voor de atletiek waarmee hij als sponsor van de wereldkampioenschappen sinds 1991 te maken had.

Al snel kreeg Leenders door dat men in de atletiek aan “vergaderitus” lijdt. Er wordt te veel gepraat en te veel commissies bemoeien zich met bepaalde zaken, aldus de ex-voorzitter. “Bij vergaderingen waren we vaak van zeven tot elf uur met leuterkoek bezig en van elf tot twaalf kwam je pas aan beleidszaken toe.” Hij stelt dat er bij de KNAU sprake is van “een ouderwetse, gekke structuur”.

De voorzitter nam zelf zitting in de structuurcommissie. “Er lagen hele goede rapporten, zelfs uit 1968, waarin stond dat er iets moest veranderen. Maar daar is geen moer mee gedaan.” Leenders en zijn mede-commissieleden wilden efficiënter werken met het bondsbureau in Nieuwegein als centraal punt. Ze stelden voor de districtsbesturen op te heffen en te vervangen door zogeheten regio-coördinatoren die ieder zo'n tien verenigingen onder hun hoede zouden krijgen. Dat laatste voorstel zorgde voor veel opschudding in de districten en secties.

Leenders: “Ze zagen in dat hun koninkrijkjes zouden verdwijnen. Ze zijn erin vastgeroest. Zestig procent van het kader is 65-plusser.” De voorzitter werd persoonlijk aangevallen door tegenstanders. Hij kreeg vervelende telefoontjes en brieven en hij hoorde wat voor onfatsoenlijke dingen er achter zijn rug over hem werden gezegd. “En dat zou nog anderhalf jaar zo zijn doorgegaan. Totdat de nieuwe structuur zou zijn doorgevoerd. Ik had geen zin in die lijdensweg.”

Leenders zegt herhaaldelijk hoe belangrijk hij vrijwilligers in de sport vindt. Hij wijst op de man die bij hem in de straat met een vlag op de hoek staat om het verkeer tegen te houden als er in Vught wedstrijden zijn van de plaatselijke atletiekvereniging. “Dat is het rottigste baantje. Maar hij doet het wel. Zo'n man moet je natuurlijk koesteren. En je moet zorgen dat hij plezier heeft.” De ex-voorzitter heeft echter gemerkt dat er in de districten en secties veel haat en nijd bestaat.

Hij hoopt dat zijn aftreden een schokeffect heeft. Hij kreeg inmiddels al vele positieve reacties. “Ik schat dat tachtig, negentig procent van de mensen erg happy is met de voorgestelde nieuwe structuur.” Aan een terugkeer als voorzitter denkt hij niet. “Er zijn kerels die nu met hun portefeuille wapperen. Maar die gaan echt niet weg. Zo gaat dat altijd. Dat soort mensen blijft zitten totdat ze omrollen. En twee, drie man weg is niet genoeg. Het gezwel is veel groter.”

Leenders wil wel weer ergens anders gaan besturen. “Want ik ga niet achter de geraniums zitten.” Hij kreeg al een aantal uitnodigingen. Hij werd door collega's genoemd als een geschikte kandidaat voor een internationale sportfunctie. Leenders zou kandidaat zijn voor een plaats in het bestuur van de internationale atletiekfederatie, de IAAF. “Dat lijkt nu niet meer aan de orde. Ik zit niet eens meer bij de nationale bond.”

Hij zal in het vervolg voorzichtiger zijn met het accepteren van een functie in de sport. Maar uitgesloten is niets. Want de 58-jarige Leenders noemt zichzelf een sportman in hart en nieren. Hij wilde ooit graag gymnastiekleraar worden. Een ongeluk met de fiets waarbij hij het licht in één van zijn ogen verloor verhinderde dat. “Ik had best een soort basketbalgoeroe willen worden, zoals Wim van Heumen was in het hockey.” Leenders was in 1952 betrokken bij de oprichting van het Bossche EBBC en werd op jonge leeftijd bestuurder van de basketbalvereniging èn van de bond.

Door zijn drukke werkzaamheden moest hij zijn bestuursfuncties in de sport opgeven. Beroepsmatig kwam hij in aanraking met het wielrennen. Zijn bedrijf werd co-sponsor van de Mars-Flandriaploeg. Leenders wilde er destijds ook een paar Nederlandse renners bij hebben. “Herman Krott adviseerde me Joop Zoetemelk aan te trekken. Als Jopie de Tour de l'Avenir wint moet je Jopie nemen. Dus tekende Joop bij mij zijn eerste contract.” Het werden twee succesvolle jaren, met de gebroeders De Vlaminck en de verongelukte wereldkampioen Monseré.

Eén van de product-managers van Leenders, Hein Verbruggen, raakte door de sponsoring ook betrokken bij de wielrennerij. Hij is nu voorzitter van de internationale bond, de UCI. “Hein was geen wielerjongen”, vertelt Leenders. “We kregen allebei een fiets van Flandria. Ik viel er meteen van af, maar hij heeft hem gehouden.”

Theo Leenders zegt de ontwikkelingen bij de KNAU nauwgezet te zullen volgen. Hij adviseert de bond uit eigen gelederen een sterke voorzitter (“Ik weet wel een paar geschikte kandidaten. Maar het gaat om de beschikbaarheid”) te benoemen en vooral om het nieuwe structuurplan toch door te voeren. “Als dat niet gebeurt, dan zie ik het heel somber in.”

Hij is bang dat de wegatleten zich anders zullen afscheiden. “En dat zou funest zijn.” Want volgens Leenders zijn er veel jonge leden te winnen. “Zo'n 800.000 mensen rennen een paar keer per week over straat. Maar die voelen zich niet verbonden met de bond. Dus moeten we ze service bieden, via informatielijnen en dergelijke. Die plannen liggen klaar.” Leenders had al een oud-wegatleet op het oog als kandidaat voor het hoofdbestuur. “Die heeft een grote mond, was de reactie. Ja, daarom moet je hem ook binnenhalen. Die kan ergens over meepraten.”