Van Mierlo zal vaker bellen met Suriname

PARAMARIBO, 21 FEBR. Teder moest hij vooral zijn en gericht naar de toekomst. Dat had de fractie van D66 in de Tweede Kamer haar politieke leider op het hart gedrukt en ook in het kabinet was druk op hem uitgeoefend om de relaties met Suriname nu eens joviaal aan te pakken.

Minister Van Mierlo (buitenlandse zaken) had die aanwijzingen de laatste vier dagen in Suriname niet nodig. Op de eerste dag van zijn bezoek vertrouwde hij zijn gastheren toe: “Wie de roep van dit land kent weet hoe onherroepelijk dat bij je blijft”. En op de laatste dag feliciteerde hij zijn gastheer minister Mungra en zichzelf met het resultaat: “Beide regeringen waren tenminste uit de loopgraven geklommen en dat was al heel wat.”

Suriname was volgens Van Mierlo een land waarmee je echt buitenlandse politiek kon bedrijven. In de rest van de wereld waren de marges smal. Het raamverdrag uit 1992 tussen beide landen was uniek in de wereld. Het aanhalen van de betrekkingen kon veel voordelen opleveren voor de economische en sociale ontwikkeling, voor het herstel van democratie en rechtsstaat en voor wederzijdse verbondenheid.

De tekst van het verdrag was zeer vergaand maar “verplichtte helaas tot niets”. Daarom wilde Van Mierlo met zijn Surinaamse gesprekspartners overleggen of er “geen aandrijfmotor in het verdrag in te bouwen viel”, zodat het aanhalen van de betrekkingen zou leiden tot welzijn van de Surinaamse bevolking en niet tot een steeds grotere verpaupering die hij nu bij het binnenrijden van de stad waarnam.

In het begin van de jaren tachtig was hij zeven keer in iets meer dan één jaar tijd in Suriname geweest als lid van de Commissie Ontwikkelingssamenwerking Nederland Suriname (CONS). Hij was van het land gaan houden en als minister van buitenlandse zaken wilde hij er snel heen. In het najaar waren er in Paramaribo onlusten geweest als gevolg van de verslechtering van de leefomstandigheden. De verhoudingen met Nederland stonden onder druk door de beperkingen die de Nederlandse regering oplegde over de besteding van de 850 miljoen gulden waar Suriname nog recht op heeft van de 3,5 miljard, die bij de onafhankelijkheid werden toegezegd.

Over een jaar zijn er verkiezingen en zowel premier Kok als minister Pronk waarschuwde voor een belangrijke politieke winst voor oud-legerleider Bouterse die zichzelf stiller dan gebruikelijk klaarstoomt voor het presidentschap of voor een belangrijke rol in een nieuwe coalitie.

De druk op beide regeringen werd dus met de dag groter om oude vetes te begraven en te zoeken naar uitwegen uit de economische malaise. Kiezers zouden immers straks massaal de oude partijen kunnen verlaten om hun heil te zoeken bij een nieuw soort nationalisme. De huidige regeringscoalitie had de eerste twee jaren eerst het machtsvraagstuk moeten oplossen, omdat Bouterse nog steeds via het leger en zijn partij manifest aanwezig was. Vervolgens raakte de coalitie van de Nieuw Front-leiders verlamd, omdat zij terugschrok voor het doorvoeren van te veel maatregelen die haar aanhangers economisch en sociaal achterstelden. Nederland bleek niet bereid de achteruithollende economie en de faalangst van de politieke leiders, die niet bereid waren tot compromissen, blindelings te subsidiëren hoewel Suriname recht heeft op verdragsmiddelen. De Nederlandse bemoeienis gaat hier veel verder dan bij steun aan andere ontwikkelingslanden.

Zaterdag inviteerde Van Mierlo een bont gezelschap op een boot om daarna op de plantage Katwijk met zijn gasten van gedachten te wisselen. “Hij boft dat hij Brabander is; dat doet het in deze setting goed”, zegt een van zijn medewerkers. Een van de deelnemers is Deryck Ferrier, directeur van een raadgevend bureau in Paramaribo. “Kijk, hij heeft het prestige van een vice-premier. Hij zou iets kunnen doordrukken. Dat merk je al aan zijn manier van praten. Uit zijn woorden spreekt een zeker respect voor dit land. Hij kent het en dat geeft ons een gevoel van vertrouwen.”

Stroomopwaarts voer ook Arnold Kruisland mee, parlementslid van de Nationale Partij Suriname (NPS), een partij die bij de verkiezingen klappen vreest. Bij terugkeer zegt hij: “Een verademing. Pronk was altijd halsstarrig. Gaf de Tweede Kamer de schuld, hield ons voor dat hij zijn politieke carrière niet voor Suriname op het spel wilde zetten. Altijd belerend. Bij Van Mierlo is dat heel anders. Hij verschuilt zich nergens achter. Hij behandelt ons als gelijken en je krijgt het idee dat hij zaken wil doen.”

Van Mierlo bevestigt dat hij is gekomen om geschilpunten vlot te trekken. Hij waarschuwt zijn Surinaamse gastheren echter dat zij ook stappen moeten nemen, onder meer door het Internationaal Monetair Fonds (IMF) uit te nodigen om hen bij te staan bij het aanpassingsprogramma. “Het IMF houdt tegenwoordig meer rekening met sociale en politieke gevolgen en jullie zullen zien dat het goed is voor Suriname wat ze met jullie voorhebben”, aldus Van Mierlo.

Als minister Mungra bij de laatste ontmoeting nog een klein college economie heeft gegeven en voorstelt om de schouders eronder te zetten en “waar verstoppingen in het raamverdrag zijn die meteen door te blazen”, staat Van Mierlo stil bij de “offers die het Surinaamse volk moet opbrengen en zich desondanks nog steeds in een economisch dal bevindt”. Hij kondigt aan dat hij in de komende weken vaker de telefoon zal pakken om moeilijkheden uit de weg te ruimen. Vanmorgen zei Van Mierlo op Schiphol “wel beweging maar nog geen doorbraak” te zien. Hij rekent erop dat die binnen handbereik ligt. In Paramaribo zeggen ze dat wat directer: nog even doorgaan met 'rondhosselen'.

Doorbraak ligt volgens minister binnen handbereik