'Misdaad sinds begin jaren '80 niet gestegen'

DEN HAAG, 21 FEBR. De criminaliteit is in Nederland sinds het begin van de jaren tachtig “niet of nauwelijks” toegenomen. Wel hebben steeds meer mensen angst- en onrustgevoelens.

Dat blijkt uit een enquête van het centraal bureau voor de statistiek, waarvan de gegevens vanmorgen zijn gepubliceerd.

In 1994 zijn op elke ondervraagde personen van vijftien jaar en ouder ongeveer zeven geweldsdelicten gepleegd; in 1982 waren dat er ongeveer acht. Het aantal diefstallen lag vorig jaar volgens het CBS op ongeveer hetzelfde niveau als in 1982. Het aantal geweldsdelicten lag op een lager niveau, terwijl het aantal vernielingen op ongeveer hetzelfde niveau lagen. In de periode 1990-1993 is het aantal vernielingen relatief sterk gestegen; sindsdien is sprake van een dalende trend.

Uit de enquête Rechtsbescherming en veiligheid blijkt dat op elke honderd mensen van vijftien jaar en ouder jaarlijks ruim 35 delicten worden gepleegd. Jongeren worden daarbij veel vaker slachtoffer dan ouderen. Op elke honderd jongeren tot 24 jaar vinden zestig delicten plaats; dit is zes maal zo veel als onder 65-plussers.

Terwijl ouderen minder vaak het slachtoffer zijn van een delict, kampen zij veel meer dan jongeren met angst en onrust in verband met criminaliteit. Meer dan tachtig procent van de 65-plussers zegt bang te zijn om 's avonds open te doen als ze alleen thuis zijn. De helft van de vijftien- tot veertigjarigen durft in deze situatie de deur 's avonds niet te openen.

Op elke honderd mensen van vijftien jaar en ouder worden in de stedelijke gebieden ongeveer tien geweldsdelicten gepleegd. Dit is tweeënhalf keer zo veel als op het platteland. In de stedelijke gebieden zegt dertig procent van de mensen dat ze hun uitgaanspatroon aanpassen aan de criminaliteit tegen ruim tien procent in niet-stedelijke gemeenten. Het CBS houdt jaarlijks de enquête en voor de steekproef worden ongeveer 5.000 mensen ondervraagd.