Waigel: Europese munt op zijn vroegst in 1999

BONN, 20 FEBR. Een gemeenschappelijke Europese munt zal wat Duitsland betreft op zijn vroegst in 1999 kunnen worden ingevoerd. Duitsland gaat namelijk niet akkoord met invoering van één Europese munt in 1997 als dan niet ten minste acht van de zestien leden van de Europese Unie aan de voorwaarden van de Verdragen van Maastricht inzake inflatie, begrotingstekort en staatsschuld voldoen. Dit heeft de Duitse minister van financiën, Theo Waigel (CSU), gisteren voor de Beierse radio gezegd.

Volgens Waigel is er weinig kans nu alleen de Bondsrepubliek en Luxemburg nog maar voldoen aan deze toelatingscriteria, terwijl dat volgens 'Maastricht' minimaal de helft van de EU-leden moet zijn, wil het in 1997 of 1999 tot één Europese munt kunnen komen. Ook Franse druk, zoals onlangs van premier en presidentskandidaat Edouard Balladur, om toch in '97 met de Euromunt te beginnen, verandert daaraan niets. Voor Duitsland moet de stabiliteit van de nieuwe munt centraal staan, de kwaliteit van de munt is belangrijker dan het tempo van invoering, aldus Waigel. De minister onderstreepte daarmee trouwens een opvatting die Bundesbank-president Hans Tietmeyer al weken laat horen op spreekbeurten.

Dat er in Duitsland bezorgdheid bestaat dat in 1996 op de Toetsingsconferentie van de Europese Unie, als voorzien in de Verdragen van Maastricht, geprobeerd zal worden om de voorwaarden voor de Europese muntunie “op te weken”, blijkt vandaag ook uit een vraaggesprek met Oskar Lafontaine, premier van Saarland en financieel specialist van de SPD. In de Bildzeitung zegt Lafontaine dat het in 1991 afgesproken tijdpad van de EMU niet meer deugt.

Wie landen met te zeer verschillende economische kracht één munt afdwingt, neemt verantwoordelijkheid voor enorme geldtransfers naar de zwakkere landen, waarschuwde hij.