'Vriendelijke amateurs' in politiek

Bijna vijf jaar geleden ontstonden overal politieke bewegingen die veranderingen nastreefden buiten de traditionele politiek om. Tot nu toe zijn ze daar niet in geslaagd, en blijft succes uit.

DEN HAAG, 20 FEBR. Waarom de ideeën van hun politieke bewegingen niet aanslaan, vinden Johan Schaberg en Henk Zeevalking, ieder lid van zo'n beweging, eigenlijk niet zo'n interessante vraag. Ze zijn al tevreden als hun initiatieven worden nagevolgd en overal denktanks en comités van bezorgde burgers ontstaan. Of hun ideeën over vernieuwing van democratie en politiek zelf worden overgenomen, vinden ze iets van later zorg.

“We zijn te vergelijken met stijgend rivierwater. Naarmate er meer van ons soort politieke bewegingen komen, zou het water wel eens zo hoog kunnen komen te staan dat de dijken breken”, zegt Schaberg, bedrijfsadviseur en actief in de politieke beweging 'Club van Schier'. Zeevalking, een van de oprichters van D66 en ooit staatssecretaris en minister voor die partij zegt: “De politiek kan ons niet blijven negeren. Ik ben 72 en heb de tijd, hoe gek dat ook klinkt. Ik weet inmiddels hoe langzaam veranderingen gaan.”

Aan het begin van de jaren negentig ontstonden overal vriendenclubjes van wetenschappers, bestuurders, journalisten of ondernemers die zich bezorgd toonden over wat ze zagen als de verzwakking van ideologieën en de afwezigheid van een democratisch debat. Hun opkomst paste in een klimaat van groeiende afkeer van de gevestigde politiek en het op drift raken van het electoraat. Zeevalking publiceerde samen met andere D66'ers en bestuurders en hoogleraren uit PvdA-kring een boekwerkje waarin hij voorstelde Nederland op te heffen. De Club van Schier, waarbij in een vroeg stadium oud-minister Witteveen was betrokken, haalde de pers met haar pleidooi voor een nieuwe zingeving. Drie weken geleden meldde zich een clubje bestuurders onder de naam Denktank Intermediaire Structuren met onder meer oud-vakbondsman H. Pont en D66-voorzitter W. Vrijhoef.

Tot nu toe hebben alle activiteiten tot weinig geleid. Ondanks het 'stijgend water' dat Schaberg in alle activiteiten ziet, zijn de oude dijken van het traditionele partijwezen niet gebroken. Het ledental daalt weliswaar nog steeds en de kiezers zijn veel minder honkvast geworden, zoals nog eens bij de laatste Tweede Kamerverkiezingen bleek. Maar dat heeft zich niet vertaald in een groeiende aanhang van de nieuwe bewegingen. In plaats van een serieus alternatief voor de politieke partijen te vormen, kwamen er alleen maar groepjes en comités bij, en vond een zekere versplintering plaats. Vorig weekend nog meldde de kunstenaar Rob Scholte zich nog met een Comité voor Waakzaamheid dat de verloedering van de grote stad zou moeten tegengaan.

Anderzijds haakten ook mensen af. Het 'Democratisch Offensief' van wijlen sociaal-democraat Jan Schaefer verdween. Initiatiefnemer J. Kamp van de Club van Schier, ooit full-time bezig met zijn beweging en daarvoor betaald door een aantal industriëlen, raakte steeds krapper bij kas en heeft het inmiddels over een andere boeg gegooid. Hij begon aan het ontwerp voor een nieuw soort krant ('Ode') en treedt regelmatig op als gastspreker, al blijft hij nog steeds bij 'Schier' betrokken.

Het roept de vraag op hoe de toekomst van dit soort bewegingen er verder uitziet. Kunnen ze eeuwig door blijven gaan met het schrijven van pamfletten? Voorlopig wel, vinden ze zelf, want een concretere doelstelling zoals het oprichten van een politieke partij of wetenschappelijk instituut, wijzen zowel Schaberg als Zeevalking rigoureus af. Ze blijven liever “vriendelijke amateurs”, aldus Schaberg, dan de macht en de massa's te zoeken. Zeevalking: “Ik heb ooit een politieke partij helpen oprichten: D66. Dat was eens maar nooit meer. Een partij maakt mensen kopschuw want andere partijen gaan zich er tegen afzetten, al vinden ze de ideeën nog zo goed. Wat heeft D66 nu in al die jaren bereikt? Helemaal niets! Er is sinds de invoering van het algemeen kiesrecht niets aan ons staatkundig systeem veranderd.”

Schaberg ziet om dezelfde reden niets in de oprichting van een onafhankelijk wetenschappelijk instituut zoals de Amerikaanse Brookings Institution. “Als je een denktank opricht met een paar hoogleraren, assistenten, computers en statistiekjes, worden ze concurrenten van de bestaande wetenschappelijke instituten van politieke partijen. Die gaan zich daar tegen afzetten. Ons gaat het niet om concurrentie, maar om een ideaal, een droom.” Zeevalking die ooit wel iets in zo'n instituut zag, zegt nu: “Onze mensen hebben veel te drukke agenda's om daar hun tijd in te steken.,

Beiden gaan dan ook gewoon door met het schrijven van pamfletten en het bestoken van opiniepagina's, al ligt ook daar de concurrentie op de loer, meent Schaberg. Een deel van de negatieve reacties van gevestigde columnisten en andere opinieleiders op publikaties als die van Schier en Het Kapittel verklaart hij uit een soort rivaliteit. “Ik kan me voorstellen dat sommige journalisten die aan meningsvorming doen, ons als concurrenten zien. Dat ze het maar gek vinden als bezorgde burgers zich met die meningsvorming gaan bemoeien, en daarom zo'n voorstel om Nederland op te heffen, in een kwaad daglicht stellen.”