Top OM weigert informatie; Commissie eist volledige medewerking

DEN HAAG, 20 FEBR. De parlementaire enquêtecommissie, die een onderzoek instelt naar de opsporingsmethoden van politie en justitie, vindt dat het openbaar ministerie volledig aan haar verlangens tegemoet moet komen.

De voorzitter van de commissie, het Tweede-Kamerlid M. van Traa (PvdA), herinnert eraan dat de minister van justitie bij de instelling van de commissie “de volledige medewerking” heeft toegezegd aan de enquête en aan die belofte wil men de minister houden. Van Traa zegt dat er “voortdurend overleg” is met de departementen van justitie en binnenlandse zaken over de uitvoering van de enquête “en ik vertrouw op een goede afloop”.

Van Traa reageert daarmee op het bericht in deze krant van afgelopen zaterdag dat de top van het OM heeft besloten dat informatie van de criminele inlichtingendiensten niet wordt overgedragen aan de vier criminologen die in opdracht van de commissie de omvang van de georganiseerde misdaad in kaart moeten brengen. Het OM is bang dat dit onderzoek het leven van informanten en infiltranten in gevaar brengt en dat lopende onderzoeken worden belemmerd.

Het openbaar ministerie heeft haar standpunt vorige week bepaald bij het zogeheten Coördinerend Beleidsoverleg van justitie. In het CBO-beraad overleggen de hoofdofficieren van justitie die leiding geven aan de interregionaal rechercheteams (kernteams) en vertegenwoordigers van de politie en bijzondere opsporingsdiensten. De leiding is in handen van de procureur-generaal belast met de bestrijding van de zware criminaliteit, R. Gonsalves.

In dat overleg heeft ook de fiscale inlichtingen- en opsporingsdienst (FIOD) laten weten geen CID-informatie aan de commissie Van Traa te zullen geven. Een woordvoerder van Financiën zegt dat het departement zich nog officieel zal beraden over de vraag of alsnog medewerking wordt verleend.

Justitie koos positie nadat de onderzoekers bij verscheidene politiekorpsen gevraagd hadden om inlichtingen. Een woordvoerder van het OM zegt dat “vooralsnog de kasten van de CID dicht blijven”. Justitie zou wel eventueel bereid zijn mee te werken aan een compromis waarbij een vertrouwenspersoon - gedacht wordt aan een rechter - kijkt welke justitiële informatie wel door de enquêtecommissie mag worden ingezien.

Volgens het OM kunnen politierechercheurs van de criminele inlichtingendiensten niet worden gedwongen te vertellen over welke informatie ze beschikken. Zij zijn volgens justitie geheimhouders, te vergelijken met een dokter die iets hoort van een patiënt. Inlichtingen die men beroepshalve vergaart, zijn niet zo maar overdraagbaar.

Staatsrechtgeleerde en lid van de parlementaire enquêtecommissie voor het CDA, A. Koekkoek, zegt dat het uiteindelijke, in de Wet op de Parlementaire enquête vastgelegde criterium om te bepalen of justitie verplicht is informatie aan de enquêtecommissie te verstrekken 'het belang van de staat' is. “Als de minister van justitie meent dat het OM terecht bepaalde inlichtingen niet aan de commissie wil verstrekken en de commissie blijft met haar van mening verschillen dan moet uiteindelijk de Tweede Kamer uitmaken of het staatsbelang vereist dat ambtenaren worden gedwongen informatie te geven”.

Een woordvoerder van het ministerie wil geen antwoord geven op de vraag wat minister van justitie Sorgdrager vindt van de opstelling van het OM. “Wij gaan niet via de media discussiëren met de commissie Van Traa”. Het Tweede-Kamerlid M. Soutendijk-Appeldoorn (CDA) zegt “begrip te hebben voor terughoudendheid van het OM bij de verstrekking van informatie als justitie van mening is dat dit schadelijk is voor lopende onderzoeken. Het CDA heeft steeds voor een dergelijk gevaar gewaarschuwd bij het debat over de vraag of er een enquête moest komen”.