Na bijna 25 jaar varieert het repertoire van licht-klassiek via zware Bruckner tot de jazz; Zondags Koffieconcert is onverminderd populair

Zondagochtend kwart voor elf. In de hal van hotel Jan Tabak in Bussum stromen de mensen binnen. Obers in witte jasjes staan achter een tafel en serveren koffie met een verse krakeling. Het publiek, gemiddelde leeftijd boven de vut-grens, is ondanks het vroege uur feestelijk aangekleed - hier en daar glimt een goudbestikt hesje. Om half twaalf begeven de aanwezigen, 160 in totaal, zich naar een zaaltje met spiegels, palmen en kristallen lampen. Bij de ingang zit een mevrouw te turven voor het glas na afloop: rood, wit, of fris. Maar eerst is er een uur muziek. Pianist Ivo Janssen speelt Bach, Brahms en Schumann.

Het koffieconcert op de zondagochtend staat aan de vooravond van zijn 25-jarig bestaan. Wat in 1971 begon als een initiatief van het Nederlands Impresariaat met twee concerten in Amsterdam en Nijmegen, is uitgegroeid tot zo'n 700 concerten per jaar, verspreid over het hele land, met een gemiddelde zaalbezetting van 250 bezoekers. En dat zijn dan alleen de concerten waarbij het impresariaat is betrokken, daarnaast zijn er nog veel andere series.

Sinds oktober is er ook het wekelijkse Zondagochtend Concert in het Amsterdamse Concertgebouw bij gekomen, dat vaak al maanden van tevoren is uitverkocht. “Het is nu al een instituut”, constateert directeur Martijn Sanders vergenoegd, nadat de Zevende symfonie van Bruckner, toch niet de lichtste kost, weer een volle zaal heeft opgeleverd. “Er komen gezinnen uit het hele land. Tot en met januari hebben we al 40.000 mensen gehad”.

Het concert op de zondagochtend is niet meer uit het Nederlandse muziekleven weg te denken. Bekende musici, onder wie sopraan Roberta Alexander, cellist Pieter Wispelwey, of hoboïst Han de Vries, en hun minder bekende collega's trekken in alle vroegte de provincie in naar kastelen, stadhuizen en schouwburgen, waar de koffie klaar staat. Soms, zoals in het Concertgebouw, zijn er hele orkesten bij betrokken, maar meestal gaat het om solisten of kleine formaties. Een saxofonist vertelt dat er onder saxofoonensembles zelfs een 'moordende concurrentie' bestaat om in het zondagcircuit te komen.

Koffiefabrikant Douwe Egberts rook promotiemogelijkheden en sprong er tussen 1987 en 1992 zelf in met zo'n 40 jaarlijkse koffieconcerten, waarbij jonge musici podiumervaring konden opdoen. Die zijn echter stopgezet omdat het beoogde goodwill-effect uitbleef. “Het bleek toch te kleinschalig en lokaal”, zegt een woordvoerder van Douwe Egberts in Utrecht.

Voor musici betekenen de koffieconcerten een aardige aanvulling op hun inkomen. “Optredens op de zondagochtend en de -middag maken een groot deel uit van mijn concertpraktijk”, vertelt Ivo Janssen die na zijn uitvoering in Bussum in de hotellounge cd's zit te signeren en vriendelijk bewonderaars te woord staat. Janssen moet elke keer maar afwachten wat voor piano men heeft ingehuurd, en ook de akoestiek is in de veelal kleine zaaltjes in de provincie niet altijd optimaal. “Dat maakt het spelen wel eens moeilijk”, zegt hij. In Bussum speelt hij in een lage ruimte met tapijt op de vloer, waardoor het geluid nogal wordt gedempt.

De tevredenheid van het publiek is er niet minder om. De sfeer van een koffieconcert is informeler en gemoedelijker dan 's avonds in de officiële concertzaal. Er is ook meer contact tussen publiek en musici. Gebruikelijk is dat de laatsten zelf hun te spelen werken toelichten. Ook Janssen leidt elk werk in met een kort praatje over het stuk en de componist.

De koffieconcerten beginnen om elf of twaalf uur en duren ongeveer een uur. Inmiddels zijn ook de matinees op zondag populair geworden, maar die hebben de tendens even lang en zwaar te zijn als de avondprogramma's. Het koffieconcert is doorgaans iets lichter van opzet.

“Met Sjostakovitsj hoef ik niet aan te komen”, zegt Paul Brandenburg van de stichting De Gooise Culturele Kring, organisator van het Bussumse concert. “Bartók ligt al moeilijk”. De stichting organiseert zo'n 13 concerten per jaar, ontvangt geen subsidie en moet voor elk concert bij sponsors aankloppen. Desondanks kunnen de programma's voor het seizoen worden afgedrukt in een mooi, glimmend blad, De Gooise Concertkrant. Concertbezoekers betalen rond de 25 gulden, maar dat is dan wel inclusief koffie en een glas wijn.

De prijzen verschillen sterk van plaats tot plaats. In het sociaal-cultureel centrum De Stoep in Spijkenisse zijn ze gratis. Alleen de koffie moet worden betaald. Voor het optreden van het Selmer Saxofoon Kwartet aldaar bestaat grote belangstelling. Zo'n 300 mensen vullen het concertzaaltje. Vrijetijdskleding overheerst en de gemiddelde leeftijd is laag. De concerten in Spijkenisse trekken veel leerlingen van de muziekschool die in het cultureel centrum is gevestigd, en hun ouders.

Het concert van de vier saxofonisten, dat van Scarlatti tot hedendaags klassiek en jazzy composities gaat, wordt door de zaal ademloos gevolgd. Het is geen regulier concertpubliek dat hier komt, dat blijkt wel uit het geklap na elk allegro of adagio. En dat er uit een gezin met kinderen achterin steeds het geluid van een knisperende zak snoep opstijgt lijkt niemand te deren. Het is “móóói, heel mooi”, vindt een oudere dame naast mij.

Veel mensen zijn binnengekomen met een foedraal met saxofoon. De leden van het kwartet geven na het concert een workshop waaraan liefhebbers voor vijf gulden kunnen deelnemen. Een Rotterdamse muziekhandel heeft in de hal een stand ingericht met bladmuziek, cd's en saxofoons waarop iedereen naar hartelust mag blazen.

“Wij proberen de concerten te combineren met educatieve activiteiten”, vertelt Maarten Stolk van De Stoep. “We hebben een restaurateur en een vioolbouwer gehad die over hun werk praatten, en iemand die iets vertelde over historische instrumenten. Voor opvoedkundige projecten krijgen we geld van de Culturele Raad Zuid-Holland. Andere kosten dekken we met subsidies van gemeente, provincie of sponsors. We krijgen een publiek dat niet voor dertig gulden naar De Doelen zou gaan.”

Soms worden de concerten gegeven door veelbelovende studenten aan de conservatoria in Rotterdam en Den Haag. Ze krijgen er geen geld voor, maar doen op deze manier podiumervaring op. Stolk: “Voor een jeugdig publiek is het goed generatiegenoten te zien optreden, dat haalt het stoffige imago van klassieke muziek af. We zijn nu ook met moderne jazz begonnen en ook daar komt een heel nieuw publiek op af.”

Het succes van de koffieconcerten is wel in verband gebracht met het afnemend kerkbezoek. De concerten zouden een substituut zijn voor de zondagse kerkgang. Jan van Waveren van het Nederlands Impresariaat die aan de wieg van de koffieconcerten stond, gelooft niet in die theorie. De zondagochtend is gewooneen rustig moment in de week waarop je iets anders kunt doen, vindt hij. “Toen de koffieconcerten opkwamen, was dat kerkbezoek al flink gedaald en het is sindsdien niet zoveel verder afgenomen. Vroeger thuis maakten we een boswandeling en daarna kregen we koffie en een krentebol. Zo'n uurtje muziek op de zondagochtend past in het gezinsleven en maakt de rest van de dag niet kapot.”

Toen Van Waveren bijna 25 jaar geleden bij het Impresariaat kwam, zocht hij naar nieuwe concertmogelijkheden voor toonkunstenaars. “De markt was verzadigd. De kamermuziek was het terrein geworden van 'het Nut', van artsen en notarissen in kleine gemeenten die concertjes organiseerden. Kamermuziek had een sociaal imago gekregen dat de rest van het publiek afstootte. Wij hebben geprobeerd de kleinschalige muziek aan 'het Nut' te laten ontsnappen door een andere, wat informelere sociale context te scheppen.

“Dat is gelukt. Vanaf de eerste dag dat we met koffieconcerten begonnen was het een onvoorstelbaar succes. De directeur van de Nijmeegse schouwburg zei indertijd dat het wel leek of Toon Hermans optrad. Sindsdien is het in korte tijd in een razend tempo gegroeid. Kamermuziek is van iedereen geworden en trekt nu meer publiek dan alle symfonieorkesten bij elkaar.”