Seks

Het is jammer dat Paul Schnabel de uitvoerige rapportage van vier Amerikaanse seksonderzoekers (Edward O. Laumann e.a: 'The Social Organization of Sexuality. Sexual Practices in the United States', University of Chicago Press, 1994) niet heeft gelezen en alleen de Nederlandse vertaling van de verkorte versie heeft besproken (boekenbijlage 11 februari). In de onverkorte versie trekken de onderzoekers regelmatig vergelijkingen met andere westerse landen, zoals Frankrijk, Groot-Brittannië en Finland, maar helaas niet met Nederland.

De onderzoekers hebben niet de pretentie die Schnabel hun toeschrijft dat ze het laatste woord over het seksuele gedrag hebben gezegd. In beide boeken benadrukken zij voortdurend dat seksueel gedrag en opvattingen over seksualiteit aan veranderingen onderhevig zijn en dat er dus niets definitiefs over seks te zeggen valt. Wel zijn de onderzoekers er trots op dat ze ondanks directe politieke tegenwerking van een rechtsradicaal als Jesse Helms er toch in geslaagd zijn het eerste grootschalige representatieve onderzoek naar seksueel gedrag in de Verenigde Staten te hebben verricht (Alfred Kinsey's onderzoek was grootschaliger, maar niet representatief).

In tegenstelling tot Schnabels suggestie worden er op het platteland helemaal niet even veel homoseksuele mannen geboren als in de stad. Laumann en de zijnen stelden niet alleen vast dat er veel meer mannen die homoseksueel gedrag vertonen in grote steden wonen (16,4 tegen 1,5 procent voor het platteland), maar ook dat die daar veel vaker al op hun veertiende levensjaar woonden (7,3 tegen 2,2 procent), dus voordat ze hun homoseksuele ambities hadden ontdekt of beproefd.

Het is juist, zoals Schnabel opmerkt, dat er een trek is van homomannen naar de stad. Maar het is bovendien zo dat de stedelijke omgeving, in ieder geval in de Verenigde Staten, veel meer mannelijke homoseksualiteit genereert dan het platteland. Het is een fascinerend resultaat dat vele belangrijke vragen oproept die de biologen met de zogenoemde seksuele geaardheid evenmin kunnen verklaren als sociologen met de voorstelling van een trek naar de stad. Er lijkt iets in steden te zijn dat ongeacht genen of hormonen seksuele voorkeuren beïnvloedt. De dikke studie staat vol met dit soort interessante dwarsverbanden. Het siert Schnabel dat hij het Nederlandse onderzoek aanprijst boven het Amerikaanse, maar ik vraag me af of dat ook zou zijn geweest wanneer hij van de echte studie kennis had genomen.