Louis Aragon (1897-1982); Weerhaan zonder weerga

PIERRE DAIX: Aragon. Une vie à changer

565 blz., geïll., Flammarion 1994, ƒ 67,90

Louis Aragon was een ongewoon produktief en niet zelden ook een fijnzinnig schrijver en dichter. Maar hij leeft vooral in de herinnering als een ideologisch verblinde man, als de heraut van de bolsjewistische revolutie en de stalinistisch georiënteerde Franse communistische partij (PCF). Dat hij sinds zijn dood in 1982 door het publiek in Frankrijk is vergeten, is mede toe te schrijven aan de ondergang van het internationale communisme. De meeste van zijn boeken zijn niet meer te krijgen, de PCF, die tientallen jaren onderdak aan zijn fanatieke geloofswereld verleende, leidt een marginaal bestaan.

Pierre Daix, die een kwart eeuw lang zijn naaste medewerker bij het communistische weekblad Les Lettres françaises was, schreef al in 1975 een biografie over Aragon. Sindsdien zijn vele nieuwe bronnen beschikbaar gekomen, zoals de opening van de Sovjet-archieven over de Komintern (de communistische internationale) en de publikatie van de memoires van de Franse communist Charles Tillon. Na twintig jaar toog Pierre Daix opnieuw aan het werk, en het resultaat is een nieuwe levensbeschrijving die naar Daix' eigen zeggen voor zeker de helft is herschreven.

Louis Aragon werd in 1897 in Parijs geboren. Zijn achtergrond was zelfs voor Victoriaanse maatstaven nogal dramatisch: een jeugd zonder vader (een vooraanstaand politicus), maar ook zonder moeder, want die ging voor de jonge Louis als zijn oudere zuster door. Hij was een kind dat nooit Mamma heeft kunnen zeggen.

Dit niet alledaagse secret de famille is niet alleen door vrijwel zijn hele literaire oeuvre herkenbaar, maar leverde tevens een sleutel voor zijn ideologische en politieke dwaalwegen. De communistische partij vormde voor dit voormalige weeskind zijn familie. Tegelijk werd dit onwankelbare geloof in de partij zijn ergste drama. Opdat het communisme maar zou slagen, was Aragon tot elke vorm van geschipper bereid. Zodra het belang van de partij bedreigd leek, veranderde zijn geloof in politiek bedrog. Louis Aragon heeft een leven vol frustraties geleid, want hij heeft alle utopieën waarvan hij had gedroomd, ineen zien storten.

Le beau Louis

Voor wie geïnteresseerd is in de geschiedenis van het communisme en het meeloperschap van zoveel westerse intellectuelen, is het boek van Pierre Daix boeiende lectuur. Daix zelf is een ex-communist, die na de onthullingen over de stalinistische terreur zijn illusies heeft zien vervliegen. In 1972 is hij uit protest tegen de vervolging van Sovjet-intellectuelen uit de PCF gestapt.

Zijn biografie is een nauwgezette studie, en bepaald geen hagiografie. Daix doet geen poging de abominabele lafheden waartoe Aragon in staat was, te verbloemen, maar tegelijk schrijft hij met sympathie en mededogen over le beau Louis.

Behalve dat hij opvallend knap van uiterlijk was, beschikte de jonge Aragon over grote gaven. Samen met André Breton is hij na de Eerste Wereldoorlog een van de voornaamste grondleggers van het surrealisme. Al spoedig begint Aragon te ijveren voor de politisering van het surrealisme. Voor hem is steun aan de bolsjewistische revolutie voortaan een noodzakelijk entreebiljet voor de surrealistische beweging. Dit leidt tot een breuk met zijn vriend, de schrijver Drieu la Rochelle, die veel later de weg van het fascisme zou kiezen. Aragon wordt lid van de PCF, die de roerige surrealist aanvankelijk met wantrouwen bejegent.

In 1928 doet zich een beslissende gebeurtenis in zijn leven voor: de ontmoeting met Elsa Triolet. De Russisch-Franse schrijfster zal tot haar dood in 1970 zijn metgezellin zijn. Decennia lang vormen zij het beroemdste communistische echtpaar in Frankrijk. Elsa was getrouwd met André Triolet, lid van de Franse militaire missie in Rusland tijdens de Eerste Wereldoorlog, wiens naam zij haar hele leven zal blijven dragen.

In 1918 ziet zij nog vooral de nadelen van de revolutie, zij besluit dan uit Rusland te vluchten. Als Aragon haar tien jaar later in Parijs ontmoet, is zij inmiddels een vurig bewonderaarster van de bolsjewistische revolutie geworden. Zij krijgt grote invloed op Aragon, die zij niet alleen uit zijn labiele bohémien-leven haalt maar vooral diens revolutionaire elan weet te stimuleren.

Voor de schrijver die al op 24-jarige leeftijd naam met zijn roman Anicet had gemaakt, breekt een lange periode van hondetrouw aan de partij aan. De Sovjet-Unie is zijn bedevaartplaats. De schokkende zelfmoord van de dichter Majakovski wordt door het echtpaar Aragon-Triolet toegeschreven aan intriges van critici. Geen moment komt de gedachte bij hen op dat het de Sovjet-partij was die Majakovski tot zijn wanhoopsdaad had gedreven.

In datzelfde jaar bezwijkt Aragon voor de druk van de Sovjet-partij door zich openlijk voor ideologische zelfkritiek te lenen. Dat veroorzaakt een definitieve brouille met zijn surrealistische vriend Breton. Maar deze knieval betekent vooral de eerste stap op een lange weg van vernederingen die Aragon zich door de Russische en Franse partijen zal laten welgevallen. Zijn ideologische vroomheid en onevenwichtige karakter zullen nog lang een makkelijke prooi voor de partijbonzen vormen.

Schijnvertoning

In 1934 woont het echtpaar in Moskou het eerste congres van de Unie van Sovjet-schrijvers bij. Tot in de jaren zestig zal Aragon de overtuiging zijn toegedaan dat dit congres de weg vrijmaakte voor de vrijwillige aansluiting van de Russische schrijvers bij het bolsjewistische regime. In werkelijkheid was het schrijverscongres een schijnvertoning met een macabere achtergrond. Het werd voorafgegaan door de arrestatie van Mandelstam en anderen die weigerden in de pas te lopen. Het schrijverscongres markeerde het begin van een bloedige terreur onder Sovjet-kunstenaars. In de daarop volgende jaren zouden meer dan 600 leden van de schrijversvereniging worden vermoord.

Tussen 1932 en 1936 verblijven Aragon en Triolet vele malen in de Sovjet-Unie. De terreur grijpt daar in die periode om zich heen, maar het echtpaar is blind voor wat er om hen heen gebeurt. In 1937 wordt Louis Aragon medehoofdredacteur van de communistische krant Ce Soir. In de Sovjet-Unie wordt dan het ene zuiveringsproces na het andere gevoerd, maar, schrijft Daix, we weten niets over wat het echtpaar toen dacht en elkaar wellicht toevertrouwde.

Het non-agressiepact dat de Sovjet-Unie in augustus 1939 met Hitler-Duitsland sloot, moet Aragon als zovele communisten in verwarring hebben gebracht. Volgens de officiële communistische versie heeft dit pact Stalin de noodzakelijke adempauze verschaft om met Duitsland af te rekenen. In zijn krant schrijft Aragon braaf dat de Sovjet-Unie uitsluitend zaken met Hitler heeft gedaan om de vrede te dienen. Hij laat zijn vriend Paul Nizan vallen. Deze schrijver was door de PCF voor politieverklikker uitgemaakt, nadat hij uit protest tegen het pact uit de partij was gestapt.

Uit documenten die sinds de publikatie van de eerste Aragon-biografie van Pierre Daix zijn vrijgekomen, is inmiddels gebleken dat Louis Aragon in het eerste oorlogsjaar moeite heeft gehad met de officiële Sovjetlijn (van samenwerking met Duitsland). Hij ziet meer in een 'nationaal communisme', wat hem in heimelijk conflict brengt met de tijdelijke partijleider Jacques Duclos. Duclos incarneert de Kominternlijn van samenwerking met de Duitse bezettingsautoriteiten. Het is dezelfde Duclos die in 1940-'41 pogingen in het werk stelt om het partijorgaan L'Humanité onder controle van de bezettingsautoriteiten weer te laten verschijnen.

Gedurende de oorlogsjaren groeit Aragon uit tot de meest vooraanstaande Franse dichter van la résistence. Hij weet communistische en niet-communistische intellectuelen in het verzet te verenigen, en is in 1942 de oprichter van het weekblad Les Lettres françaises. Hij geniet in die jaren het vertrouwen van de partij die andere preoccupaties heeft dan het koeioneren van sympathiserende intellectuelen. Het is waarschijnlijk de beste tijd in zijn leven.

Na de bevrijding dwingt de PCF hem tot stilzwijgen. De partijleiders hebben geen geduld met hen die - tegen de orders van de Komintern - de idealen van het 'nationale communisme' inhoud hebben willen geven. Het wordt in die eerste naoorlogse jaren stil rondom Aragon; in zijn oude krant Ce Soir is er aanvankelijk geen plaats meer voor hem. Pas in 1947 komt hij geleidelijk weer in beeld.

Slaafse houding

Om maar weer in de gratie van de partij te komen, schurkt Aragon tegen alles aan wat uit de Sovjet-Unie komt overwaaien. Dank zij zijn slaafse houding tegenover de PCF wordt 'de dichter van het verzet' de belangrijkste intellectuele stalinist in zijn land. De ex-surrealist steunt de partijcampagne tegen de moderne kunst, hij wordt een enthousiast pleitbezorger van het socialistisch realisme. Hij volgt daarin kritiekloos het beleid van de beruchte Zjdanov, die in de Sovjet-Unie de wetenschap en de kunst geheel aan de communistische ideologie dienstbaar wil maken. Aragon en Triolet hebben er geen flauw vermoeden van dat Zjdanov de intellectuelen die in Rusland moeite met de partijlijn hebben, gewoon laat vermoorden.

In 1950 opteert de PCF voor onvoorwaardelijke steun aan de Sovjet-Unie. Het centrale partijcomité wordt grondig gezuiverd, maar Aragon mag er als beloning voor zijn onderworpenheid zijn intrede doen. De schrijver is dan een pure stalinist geworden. In 1956 stelt Chroesjtsjov op het 20e partijcongres in Moskou 'de persoonlijkheidscultus en zijn gevolgen' tijdens de regeerperiode van Stalin aan de kaak. Consternatie in de PCF: de partijleider Maurice Thorez was de voorafgaande jaren immers het doelwit van een intensieve persoonlijkheidscultus geweest en Aragon had er met vrome gedichten aan het adres van kameraad Maurice ruim aan mee gedaan.

Na Chroesjtsjovs historische redevoering kiest de PCF voor continuering van de stalinistische orthodoxie. Opnieuw is Aragon van de partij, terwijl hij ditmaal weet wat er zich onder Stalin in de Sovjet-Unie heeft afgespeeld.

Pierre Daix schrijft uit de vele persoonlijke gesprekken die hij met Aragon heeft gevoerd, de overtuiging te hebben gekregen dat deze in het midden van de jaren vijftig goed over de stalinistische terreur was geïnformeerd. Daix geeft twee antwoorden op de vraag of Aragon werkelijk heeft geloofd dat die terreur alleen maar een tijdelijke maar noodzakelijke episode in de opmars van het socialisme vertegenwoordigde. De kunstenaar Aragon weet wat er is gebeurd, maar de politicus Aragon wringt zich in bochten en liegt naar hartelust. Zijn excessen in dit dubbele taalgebruik zijn niet te tellen. Zelfkritiek was niet zijn sterkste kant, schrijft Daiz in een litotes.

Toch begint zelfs Aragon na de Hongaarse opstand wat kritischer over het Sovjet-verleden te denken. Dat gebeurt vooralsnog erg omzichtig, want voor hem blijft gelden dat een intellectuele herziening van de schrijver steeds moet worden verzoend met de vereisten van het partijlidmaatschap. Schipperen dus.

Pas vanaf het midden van de jaren zestig gaat de PCF afstand nemen van het Sovjet-dogmatisme in de kunst. Les Lettres françaises verdedigt dan met overtuiging de vervolging van intellectuelen in het Oostblok. Het blad wordt in 1969 zwaar getroffen door de opzegging van alle abonnementen in de Sovjet-Unie en de volksdemocratieën. Het laatste nummer verschijnt in 1972. De broederpartij in Moskou is geslaagd in haar opzet om het dissidente Franse blad te wurgen.

De schrijver is dan 75 jaar. Typerend voor zijn onstandvastige karakter is dat hij daags na het verscheiden van zijn geliefde weekblad zich op de Sovjet-ambassade in Parijs een hoge onderscheiding van Brezjnev laat uitreiken. Tot aan zijn dood in 1982 zal Aragon weer alles doen wat de PCF van hem verlangt. Zijn fysieke en mentale aftakeling maakt deze nieuwe episode van ideologische verblinding alleen maar treuriger.

De intellectuele integriteit van Aragon is een rokende puinhoop. Zijn biograaf geeft de moed echter niet op. De tijd zal de wonden helen. Men zal vergeten dat Louis Aragon een politieke weerhaan zonder weerga was. Toekomstige generaties zullen zijn beste boeken weer gaan lezen, voorspelt Pierre Daix. Het klinkt wat voorbarig. Aragon zelf schreef al in 1924: “Alles zal op mij terugvallen en maatschappelijk zal ik altijd ongelijk hebben.”