Chirac probeert met een bevlogen betoog kandidatuur te redden

PARIJS, 18 FEBR. Na een uur viel zelfs het licht grotendeels uit. Het was alsof Frankrijk de boodschap van dynamiek, gelijke rechten en een nieuwe republikeinse broederschap niet wilde zien. Jacques Chirac sprak onverstoorbaar door. Zijn ideaal voor Frankrijk is ook zijn laatste kans op het presidentschap. De toespraak die zijn kandidatuur moest redden kon door niets worden doorkruist.

Voor een soms uitzinnig juichend gehoor van tienduizend aanhangers schetste de burgemeester van Parijs in het congresgebouw bij Porte de Versailles het verval van de republikeinse norm van gelijke kansen voor alle burgers. Het was een bevlogen betoog waar geen Westeuropese socialisten-leider zich voor zou hoeven schamen. Het sociaal gaullisme bereikte hier een nieuw hoogtepunt. Met een beroep op de generaal die Frankrijk in 1958 een nieuwe grondwet gaf, werd de wereld tot 2002 van een zinvol perspectief voorzien. De wereld in eigen land, want het buitenland is nog steeds geen onderwerp bij deze verkiezingen.

De Franse republiek, die met de rechten van de mens naam heeft gemaakt, moet een nieuw 'Republikeins Pact' sluiten met zijn burgers, aldus Chirac. Zonder de naam van premier en favoriet voor het presidentschap Balladur één keer te noemen haalde Chirac fel uit naar “de opvatting die zich tevreden stelt met wachten op de economische groei, die doet als alsof er geen sociale scheuring dwars door dit volk loopt”.

Zelf kiest hij voor “echte hervormingen, gericht op herstel van de sociale cohesie, een absolute prioriteit voor werkgelegenheid, een weigering zich te onderwerpen aan conformisme van rechts en van links, een weigering de nationale staat te laten veroordelen door de eisen van de internationale economie”. Dat laatste was een verwijzing naar de huiver voor de dominantie van het vrije marktdenken, die ook in Chiracs achterban leeft.

In zijn toespraak, die zeven kwartier duurde, ging Chirac uitvoerig in op de oorzaken van de werkloosheid - in Frankrijk boven de twaalf procent. Opnieuw zonder melding te maken van de socialist Mitterrand, die bijna veertien jaar president is geweest, en partijgenoot Balladur, die de laatste twee jaar een centrum-rechtse coalitie heeft geleid, haalde Chirac uit naar de overdreven nadruk die volgens hem is gelegd op bestrijding van de inflatie, “terwijl die al onder de knie was”, en op “financieren, beleggen en speculeren in plaats van investeren in de reële economie”.

Voor Chirac was de toespraak een hoogst belangrijke krachtproef. Hij is al twee keer kandidaat voor het presidentschap geweest. Zowel in 1981 als in 1988 verloor hij van François Mitterrand. Van '86 tot '88 was hij premier van een rechts kabinet onder de linkse president. Toen rechts in 1993 een beslissende overwinning in de parlementsverkiezingen haalde, liet Chirac het premierschap bewust over aan zijn adviseur Balladur. Na twee jaar regeren is die uitgegroeid tot de populairste staatsman van Frankrijk. Sinds de socialisten twee weken geleden Lionel Jospin als kandidaat hebben aangewezen, blijft Chirac in de peilingen op de derde plaats steken. In de tweede ronde is maar plaats voor twee kandidaten.

Balladur verliest de laatste dagen punten, maar die komen eerder ten goede aan Jospin. Chirac kan volgens de peilingen in de eerste ronde van de verkiezingen (23 april; tweede ronde 7 mei) op twintig procent van de stemmen rekenen. Hij mikte gisteren duidelijke op kiezers van rechts èn van links. Zijn beroep op republikeinse, sociale en morele waarden zijn een poging het partijenlandschap in Frankrijk onherkenbaar te verbouwen. Daarin schuilt het fascinerende en het bijna ondoenlijke van zijn campagne.

Chirac ontvouwde een uitvoerig programma van fiscale en organisatorische hervormingen om jeugdige en langdurige werklozen aan de slag te krijgen. De gelijkheid van kansen strekte hij ook uit tot de regio's, die ten opzichte van Parijs steeds dreigen weg te zakken. Chirac wil het Franse parlement weer “het recht en de plicht” geven de regering te controleren. Het zou als eerste taak de bureaucratie en de wetgeving moeten uitdunnen en op effectiviteit toetsen.