Ambtenaar verpest dag bruidspaar

AMSTERDAM, 18 FEBR. Bij de burgerlijke stand in Amsterdam zeggen ze altijd: “Het is de dag van het bruidspaar”. Als dat zo is, dan had dit bruidspaar zijn dag niet.

Een stralende woensdagochtend, vorig jaar juli. Bruidspaar en gasten wachten in de hal van het stadhuis tot de trouwzaal vrij is. De trouwbode wenkt, dit is het moment. Maar als het gezelschap de zaal binnenstapt, neemt de bode het bruidspaar even apart. Of ze wel hebben betaald, wil hij weten. Natuurlijk hebben ze betaald. Of ze dat kunnen bewijzen met hun bankafschrift, want de gemeente heeft het geld nog niet binnen. Maar dat dragen ze niet mee in de zakken van hun feestkleding. Of ze dan maar even contant 227 gulden en 50 cent willen voldoen, dank u beleefd.

“Volkomen onnodig liep de belangrijkste dag in het leven van een Amsterdams bruidspaar uit op een drama”, schrijft de ombudsman in Amsterdam, N. Salomons in een rapport, op verzoek van de bruid. De “formele en tactloze” opstelling van de burgerlijke stand, onderdeel van de dienst voor het bevolkingsregister, acht zij “niet behoorlijk” en “onzorgvuldig” - het zijn de zwaarste oordelen die de ombudsman kan vellen over een ambtelijke dienst.

De dienst verdedigt zich door te wijzen op het feit dat ze ervaring heeft met niet-betalende trouwpartijen. In de regel “wordt het bruidspaar hierover discreet benaderd”. Omdat dit bruidspaar niet genoeg contant geld bij zich had, moesten enkele gasten bijspringen. Daarmee ging de discretie verloren, geeft de dienst toe.

Ook de plechtigheid verliep iets anders dan ze hadden verwacht. Dit bruidspaar had zo'n beetje het goedkope midweeksarrangement gekozen: een half uurtje op de woensdagochtend. Inclusief een toespraakje van de ambtenaar. Dat dachten ze ten minste. “Tijdens de huwelijksvoltrekking deelde de ambtenaar het bruidspaar op kleinerende toon mee dat zij geen praatje kon houden omdat het bruidspaar haar niet van tevoren hierover gebeld had”, schrijft de ombudsman.

Na de trouwdag klaagde de echtgenote bij de dienst en ontving een, volgens haar onbevredigend antwoord. Daarop wendde zij zich tot de gemeentelijke ombudsman. Die gaf haar gelijk: niet alleen kon haar niet worden verweten dat zij op haar trouwdag geen bankschrift bij zich had, ook laakte de ombudsman het feit dat de dienst niet even de bank had gebeld, zoals het bruidspaar had geopperd, om te vragen of het geld tijdig was overgemaakt. Want ze hadden wel degelijk betaald - de afrekening kwam een dag na het huwelijk bij de gemeente binnen.