Stefanopoulos maakt de meeste kans op Grieks presidentschap

ATHENE, 17 FEBR. De 59-jarige conservatieve jurist Kostis Stefanopoulos volgt naar alle waarschijnlijkheid Konstandinos Karamanlis (86) als president van Griekenland op.

Karamanlis' laatste ambtstermijn loopt dit voorjaar af. Hij had aangekondigd de aftredingsprocedure twee maanden te willen vervroegen als zich een duidelijke opvolger aandiende. De regerende socialistische PASOK betuigde deze week, bij monde van premier Andreas Papandreou, haar steun aan Stefanopoulos' kandidatuur, die afgelopen maandag werd ingediend door de kleine nationalistische partij Politieke Lente van Andonis Samarás. De grote rechtse oppositiepartij Nieuwe Democratie (ND) maakte met haar kandidatuur van oud-parlementsvoorzitter Athanásios Tsaldáris toen geen kans meer.

Bij de eerste twee openbare stemmingen in het parlement, waarvan de eerste komende woensdag wordt gehouden, is een meerderheid van tweehonderd van de driehonderd leden vereist, maar bij de derde, die voor 8 maart staat gepland, is nog slechts een drievijfde meerderheid (180 stemmen) nodig. De PASOK beschikt over 170 zetels, Politieke Lente over elf, terwijl een onafhankelijke afgevaardigde waarschijnlijk ook voor Stefanopoulos zal stemmen.

Zou ook de derde stemming geen resultaat opleveren, dan zouden er volgens de grondwet nieuwe verkiezingen moeten worden gehouden, een vooruitzicht dat de meerderheid der Grieken afschrikt. De PASOK, die nu bijna anderhalf jaar regeert, deinst hiervoor terug omdat zij haar populariteit ziet dalen. Maar ook is er weinig enthousiasme voor bij de gemiddelde burger en vooral bij het bedrijfsleven, waar men beseft dat verkiezingen grote schade zouden doen aan de economie. Deze lijkt zich na vele jaren juist wat te herstellen en zelfs een organisatie als de OESO vindt er eindelijk weer wat waarderende woorden voor. De toonaangevende Atheense zondagskrant Tovima had uitgerekend dat verkiezingen het land niet minder dan het equivalent van zeven miljard gulden zouden kosten.

Met het stijgen van de kansen van de kandidatuur van Stefanopoulos vertoonde de beurs een spectaculaire opleving. De ND heeft de laatste weken moeite gehad met haar pleidooi voor vervroegde verkiezingen (“om van deze schadelijke regering af te komen”) en komt stellig niet zonder kleerscheuren uit de hele affaire.

De aanstaande president is uit haar gelederen afkomstig, maar is daar in 1984 uitgelopen om het splinterpartijtje Democratische Vernieuwing op te richten, dat bij de laatste verkiezingen de drie-procents-drempel net niet haalde. Bij het grote rechtse offensief tegen Papandreou in 1988, op basis van beschuldigingen dat de premier bij schandalen betrokken is, hield hij zich afzijdig. Dit en zijn faam van onkreukbaarheid maakten hem aanvaardbaar voor de socialisten, al zijn er nog wel die morren dat men een eigen kandidaat had moeten stellen. Proteststemmen in het parlement worden echter niet verwacht.

Hoewel de regering deze horde met succes lijkt te gaan nemen, komt ook zij niet onbeschadigd uit het strijdgewoel. Om de tijdelijke alliantie met de nationalisten van Samarás niet te bederven, moest zij, ten koste van haar reputatie in Brussel, een extra harde houding innemen binnen de EU inzake de douane-unie met Turkije, waartegen zij nog een veto laat gelden. Regeringswoordvoerder Evangélis Venizélos toonde zich gisteren zeer boos over speculaties dat in de dagen tussen de stemming van 3 maart en 6 maart, als de EU-ministers zich hierover weer moeten buigen, een verzachting van Athenes houding tot stand kan worden gebracht, “omdat Papandreou Samarás dan niet meer nodig heeft”.