'Omvang verspilling overdreven'; Oostduitsers kunnen op hulp blijven rekenen

BONN, 17 FEBR. Berichten over geldverspilling bij de opbouw van Oost-Duitsland zijn niet onjuist, maar het gaat daarbij niet om 65 miljard mark sinds 1990, zoals Der Spiegel begin deze week schreef, maar om een veel kleiner bedrag.

Dat zegt de Duitse minister van economische zaken, Günter Rexrodt (FDP). Zulke berichten mogen niet leiden tot een heftig Oost-Westdebat over de steun aan de vroegere DDR of tot verdieping van de psychologische kloof tussen Oost en West. Politici moeten ook niet met “onbewezen beweringen” een slaatje proberen te slaan uit de opwinding van de afgelopen dagen, aldus Rexrodt gisteren in een regeringsverklaring in de Bondsdag.

Belastingbetalers in Oost- én West-Duitsland hebben er recht op te weten wat er gebeurt met de gigantische geldtransfers van West naar Oost (van bruto 150 miljard in '90 tot 180 miljard in '94), zei de minister, die zorgvuldiger controles en een nauwkeurig overzicht beloofde. Maar de solidariteit met Oost-Duitsland moet blijven, de hulp wordt voortgezet. “Aan de onverantwoordelijke paniekmakerij van media en zogenaamde deskundigen” over dit thema doet de regering niet mee, zei hij.

Bij monde van (de vroegere Groene) Otto Schily nam de SPD vooral minister van financiën Theo Waigel (CSU) onder vuur. Hij zou er te weinig op hebben toegezien wat in de vroegere DDR met de geldtransfers is gebeurd en hoeveel geld is opgegaan aan veel te dure en/of zinloze projecten op gemeentelijk en regionaal niveau, zoals Der Spiegel maandag, mede op gezag van Oostduitse regionale rekenkamers en met een reeks spectaculaire voorbeelden, berichtte. “Het kon meneer Waigel niets schelen waar de miljarden bleven”, aldus Schily. Daarmee oogstte hij hilariteit bij de regeringscoalitie, waar Waigel juist bekendstaat als man die sinds het eenwordingsjaar 1990 bij allerlei pleidooien voor (extra) hulp voor Oostduitse industrieën of zwakke regio's steeds op de rem ging staan.

De Thüringse minister-president, Bernhard Vogel (CDU), die in de jaren tachtig premier in Rijnland-Palts was, gaf toe dat er fouten zijn gemaakt bij de besteding van het geld uit West-Duitsland. “Bij de volgende Duitse hereniging zullen we dat beter doen”, riep hij spottend, “we konden Oost-Duitsland niet voor drie jaar stilleggen om plannen en controleprocedures te ontwikkelen.” Vogel wees erop dat de helft van de transfers voor sociale verzekeringsuitgaven is gebruikt en dat, als de Oostduitse belastingopbrengst en de Oostduitse bestedingen bij Westduitse bedrijven in mindering worden gebracht, er de afgelopen jaren feitelijk een netto totaal van 150 miljard aan transfers is geweest. Dat bijna de helft van dat bedrag aan nutteloze dingen verspild zou zijn, achtte hij uitgesloten. “Er is in Oost-Duitsland juist zeer veel bereikt, het is niet voor niets nu de snelst groeiende regio van Europa”, zei hij.