Meer concurrentie in stroomvoorziening

ARNHEM, 17 FEBR. De Europese Commissie doet volgende maand voorstellen die kunnen leiden tot meer concurrentie en prijsvoordelen op het terrein van de elektriciteitsvoorziening, maar met behoud van de typische eigenschappen van een openbare nutsvoorziening die de klanten beschermen.

Dat zegt ir. N.G. Ketting, president van Eurelectric, de Westeuropese organisatie van stroombedrijven en directievoorzitter van de Samenwerkende elektriciteits Produktiebedrijven (SEP) in Nederland.

De nutsfuncties die volgens Eurelectric bij liberalisering van de Europese energiemarkt overeind moeten blijven, zijn: betrouwbaarheid van de stroomvoorziening, leveringsplicht op welke afgelegen plaats ook, gelijke behandeling van klanten onder andere in de tariefstelling, zo laag mogelijke prijzen en stroomproduktie met zo min mogelijk schadelijke gevolgen voor het milieu.

In Nederland, dat al een zeer liberale Elektriciteitswet kent, verwacht ir. Ketting geen ingrijpende gevolgen van een nieuwe regelgeving door de Europese Unie. Maar in andere lidstaten kan op termijn een “aardverschuiving” optreden als er “werkelijk concurrentie komt en grote klanten de mogelijkheid krijgen op de best mogelijke voorwaarden nationaal en internationaal hun elektriciteit te kopen.” Al of niet via plaatselijke distributiebedrijven kunnen de grootverbruikers stroom importeren. Zoals binnen Nederland nu al geldt, zijn de beheerders van leidingnetten dan verplicht de elektriciteit te transporteren - tegen een redelijke prijs - tenzij ze geen capaciteit vrij hebben. Nieuwe centrales zullen in landen en regio's worden gebouwd waar de kosten het laagst zijn en van waaruit de meeste klanten bediend kunnen worden.

Als de klant koning wordt ziet Ketting de internationale handel in elektriciteit sterk toenemen, al is transport van stroom door de transportverliezen en hoge kosten slechts interessant over een afstand van maximaal 500 kilometer. Momenteel wordt in de Europese Gemeenschap 10 procent van de totale produktie internationaal verhandeld, ofwel vijf maal het Nederlandse verbruik van elektriciteit.

Landen hebben ofwel onderling vaste contracten, ofwel ze kopen en verkopen stroom bij plotselinge overschotten en tekorten. Nederland heeft vaste 'vermogenscontracten' met Frankrijk en Duitsland en importeert uit die landen ongeveer 15 procent van zijn binnenlandse verbruik. Die import is voor een groot deel afkomstig van kerncentrales.

Eurelectric is vijf jaar geleden opgericht als een soort actiegroep die namens de Europese stroomproducenten verzet aantekende tegen vèrgaande plannen van het toenmalige Portugese lid van de Europese Commissie Cardoso e Cunha voor liberalisatie van de energiemarkt. Cardoso wilde door het forceren van vrije toegang van verbruikers tot de hoogspanningsnetten, het zogenoemde Third Party Access (TPA), de concurrentie tussen producenten op gang brengen. Volgens de Europese Ministerraad, die zijn voorstellen afkeurde, verloor Cardoso te zeer het belang van de openbare nutsfunctie uit het oog. De zekerheid van levering en het milieubeleid zouden bij uitvoering van zijn plannen geschaad worden. Typerend voor Cardoso was zijn uitspraak dat “de markt voor elektriciteit dezelfde is als die voor aardbeien”, aldus Ketting.

Volgens president Ketting is Eurelectric nu veranderd in een gesprekspartner van de Europese instituten op allerlei terreinen van de elektriciteitsvoorziening. Was het overleg met Cardoso te kenschetsen als “een gesprek tussen doven”, met zijn opvolgers en de huidige commissaris voor energiezaken, de Griek Papoutsis, is wederzijds begrip en een vruchtbare dialoog ontstaan. Zowel de Commisie in Brussel als het Franse voorzitterschap van de Ministerraad wil nu proberen tijdens een vergadering van de verantwoordelijke ministers op 1 juni de basis te leggen voor een vrijere energiemarkt.

Waar Cardoso één marktsysteem voor de hele Europese Unie wilde introduceren, wordt nu zowel door de Commissie als de Ministerraad erkend dat er verschillende systemen naast elkaar kunnen bestaan. Frankrijk houdt bijvoorbeeld strikt vast aan het monopolie van de nationale maatschappij Electricité de France, terwijl Groot-Brittannië de vrije toegang tot het transportnet kent (TPA) en in Nederland een gemengd systeem geldt.

Eurelectric verdedigt nu de introductie van Europese spelregels waarin een “balans” wordt vastgelegd tussen het belang van de vrije interne markt en nationale belangen. Uitgangspunten in die spelregels zijn meer concurrentie maar ook behoud van een betrouwbare stroomvoorziening, gelijke behandeling van afnemers en een zo goedkoop mogelijke produktie die het milieu zoveel mogelijk ontziet.

Sommige van die punten zijn in strijd met een volledig vrije markt. Daarom moet er volgens Eurelectric een compromis komen en een overgangsperiode om de vrijere markt geleidelijk in te voeren. Daarmee kan worden voorkomen dat bij vrije concurrentie in de bouw en exploitatie van nieuwe centrales een overschot aan vermogen ontstaat, waardoor kapitaalvernietiging optreedt omdat nog niet afgeschreven centrales overbodig worden.