Het vermoeden dat andere culturen saai zijn

Onze cultuur is vaak saai, maar ik merk bij mijzelf dat ik andere culturen nog saaier vind. Daarom denk ik wel eens dat een vreemde cultuur vooral gekenmerkt wordt door de intense en deprimerende saaiheid, die er voor de toeschouwer uit spreekt. Deze gemoedstoestand is geheel tegengesteld aan de verwachting die bij mij geïnduceerd werd, dat een vreemde cultuur fascinerend en opwindend is. Een goed bewaard antropologisch geheim is dat vreemde culturen een aan triestheid grenzende saaiheid bezitten.

Men kan er bij mij op aandringen de existentiële ervaring bedenkelijk te vinden en mij in overweging geven deze bevinding in mijzelf te bestrijden, maar die raad berust op een misverstand. Het is niet zo, dat de bestudering en kennisname van een andere cultuur niet belangrijk en interessant zou kunnen zijn, want zoals bij alle nieuwsgierigheid naar iets geheel anders, kan de bestudering en kennisname ervan natuurlijk wel interessant en belangrijk zijn. Maar het gaat er om, dat je een merkwaardige en beslissende beperking ervaart in je interesse in een andere cultuur. Je ervaart een licht onbehagen bij de gedachte dat je tot die vreemde cultuur zou moeten behoren en er niet meer uit kunt. Dat je samenvalt met het onderwerp van je belangstelling en in je vermogen tot distantie definitief geblokkeerd wordt. Dan slaat het vermoeden van een verpletterende saaiheid waartoe je veroordeeld zult zijn, onbeheersbaar toe.

Een andere cultuur is extrinsiek interessant of zelfs meeslepend, maar intrinsiek saai. What is it like to be a bat? Vooral saai en vervelend. Dat is psychisch, zal ik maar zeggen. Iemand die beweert dat hij geheel opgaat in een andere cultuur moet u niet geloven. Want iemand die zegt dat hij zich volledig met een andere cultuur kan identificeren, behoort per definitie niet tot die cultuur. Het betreft hier altijd de inleiding tot een verzoek om subsidie of iets dergelijks. Zo gaan die dingen. Televisie is vaak saai, maar vaker gênant. Dat laatste verraadt dat je er toch bij betrokken bent. Maar niets is zo saai en in het geheel niet gênant als de zogenaamde Allochtonen-TV. Het moet vreselijk zijn om die leuk te vinden en de uitzendingen al vast aan te kruisen in de radiobode. Het verraderlijke van het gedachtenexperiment dat je tot een andere cultuur behoort, zit hierin, dat je dat een goede gelegenheid acht om eens iets aan die andere cultuur te veranderen, zodat deze wat meer in overeenstemming komt met de dingen die je toch al leuk vond. Ik zou als vleermuis een leespakket verplicht stellen, het gescheiden zwemmen afschaffen en mij particulier bijverzekeren. Dat ligt voor de hand. Tenminste als ik de saaiheid wil bestrijden, die des vleermuis' is. En wat voor de evolutionaire niche van de vleermuis geldt, geldt ook voor andere culturen.

Je bent in een andere cultuur geen kind geweest en vooral geen puber. En daarom is een andere cultuur niet enerverend. Culturele prestaties zijn in sterke mate de uitkomst van een generatieconflict. Maar je beziet de oudere generatie in een andere cultuur niet met weerzin en minachting. In een andere cultuur vind je alles ongedifferentieerd interessant. De saaiheidsbevinding is beleefd, bijna gewoon zoals het hoort. Ik geloof niet dat iemand in een andere cultuur iets wenst te bestrijden, als verwerkelijking van een voorwaarde om er gelukkig in te worden. Dat word je in je eigen cultuur. Er bestaat ook niet zoiets als een multiculturele herinnering aan hoe het vroeger was. Dingen waaraan je met weemoed terugdenkt. Weemoed over wat verloren ging is typisch cultureel gelimiteerd. Bijna alle sentimenten hebben betrekking op je eigen jeugd. Het is psychologisch niet goed voorstelbaar dat je ontroerd raakt over wat er in een andere cultuur behouden bleef (al kan je het waarderen), of dat je je bevrijd voelt dat een verstikkende gewoonte godzijdank is afgeschaft. Een andere cultuur bepaalt niet je particuliere getob, noch je gêne, ergernis, schaamte, trots en verbittering. Iemand verzuurt alleen in zijn eigen cultuur. Het is om dezelfde reden vrijwel ondenkbaar dat je in een andere cultuur behoort tot de avantgarde, die de noodzaak voelt tot een radicale vernieuwing om van het leven eindelijk iets aardigs te maken. Het is alleen in je eigen cultuur mogelijk je te verzetten tegen een modieuze zelfdepreciatie. Een buitenstaander legt geen voorwaarden op aan de ontwikkeling van een andere cultuur. Daarom is het vermoeden van saaiheid ook zo weinig agressief en opdringerig. Het is een kostbaar vermoeden.