Toets

Dezer dagen kreeg ik een elegant plat koel glanzend wit 1 cm dik pakje met daarop “Afsluitingstoetsen Basisvorming” en de naam van het vak. Ze zijn er. Wie had dat ooit durven dromen. Zenuwachtig rukte ik het pakje open, helaas de ingenieuze sluiting beschadigend, en bladerde door fraaie dunne boekjes en kloeke stevige vellen met vragen gescheiden door roze papier. Met collega Klootjens besprak ik de toetsen.

“Nou begint het gedonder,” zei hij. “Het is toch verschrikkelijk. Kijk eens naar die vragen. Hier, nummer 2, een weetje, 3, een weetje, bij 4 moet je even nadenken, maar 5 is weer niks. Zijn dat de vaardigheden die ze willen toetsen? Van samenhang is er ook geen sprake, ja, de samenhang van los zand.

En wat een pak! Voor iedere leerling moet alles gekopieerd worden. Ga eens na wat dat aan papier kost. 20 Aviertjes voor ons vak, maal 15 voor alle vakken samen, dat is 300 velletjes per leerling, bij ons op school met 7 brugklassen: maal 200 is 6000 vellen. Voor heel Nederland, 180.000 leerlingen, dat is even denken, 54 miljoen vellen papier. Gaat per jaar een heel bos tegen de vlakte alleen voor die stomme basisvorming toetsen! En wij moeten ze leren goed voor het milieu te zijn. Belachelijk! Hoeveel uur staan concierges te kopiëren? Het lijkt wel een werkgelegenheidsproject.''

“Je hoofdrekenen is goed,” zeg ik. “O ja, de geheimhouding,” smaalde Klootjens. “Maken we 180.000 kopiën, die houden we geheim en volgend jaar gebruiken we dezelfde toetsen. Laat me niet lachen. Bij de dekaan lagen de toetsen nu al los op het bureau.” Ik zuchtte.

“Weet je dat het toetsen bij elkaar zo'n tachtig lesuur kost? Dat is bijna drie lesweken. Je hoeft nauwelijks nog les te geven tot het eind van het jaar. En dan: eenzelfde toets voor alle schooltypen. Dat kan toch niet? Je kan een vbo-er toch niet vergelijken met een gymnasium leerling. Dat is toch niet eerlijk? Dat vbo-kind maakt toch niets goed van die vragen?” “Je kunt zelf vaststellen welk cijfer je geeft,” zei ik. “ Ze zijn niet gek. Als Jantje van de 10 vragen er 2 goed heeft en ik zet er een 6 boven dan voelt hij zich belazerd.” Ook Klootjens zuchtte.

“Wat heeft dit hele circus voor zin? Ik kan prima basisvorming geven zonder toetsen. Ik moet wel de uitslagen opsturen. Is het soms de bedoeling mij te controleren. Krijg ik straks te horen dat ik geen les kan geven. Mooie boel. ik ben niet ingehuurd voor de basisvorming. Ik moet er voor zorgen dat ze straks een diploma halen.

Heb je gezien waar de eerste toets over gaat? Die gaat voor de helft over het vorige boek, en over hoofdstukken 2, 3 en 6 van het boek voor de tweede klas. Nou mag ik de toetsen niet in stukjes geven, niet knippen, zeggen ze, ook al zo'n waanzin. Dus moet ik ze 7, zeven!, hoofdstukken opgeven. Komt zo'n hummel thuis. Zegt ie: 'Mama, je moet me even helpen. Ik heb morgen een toets. Zullen we samen even 120 bladzijden doornemen?'

Dat is dus onzin.

Ik geef de toets niet op. Ik deel hem gewoon uit, zonder aankondiging vooraf. Alleen, een ander gaat lessen lang z'n leerlingen klaar stomen. Maar dan is het vergelijken van scholen toch onzin? Ik KAN de stof trouwens niet eens opgeven. Ze hebben het boek van vorig jaar niet meer!” Klootjens en ik zuchtten. “Wat vind jij er nou van?” “Tja,” zei ik, “het is wat.”