Muismodel voor Alzheimer lijkt nu beter op mens met Alzheimer

Door een genetische verandering aan een bekend gen, of door introductie van een menselijk gen in een bevruchte muize-eicel ontstaat soms een stam proefdieren die zeer bruikbaar is voor onderzoek naar een ziekte met genetische oorsprong. De muizestam is dan een 'muismodel' voor de ziekte. Er ontstaan proefdieren waarmee allerlei therapieën voor de ziekte kunnen worden getest.

Al tweemaal (in 1991 en 1993) zijn er transgene muizen gemaakt die het 'muismodel' voor de ziekte van Alzheimer zouden zijn. De muizen hadden het menselijke gen voor APP (bèta-amyloïd precursor protein) ingebouwd gekregen. Afbraakresten van APP slaan bj Alzheimerpatiënten neer rond zenuwuitlopers in de hersenen. Deze eiwitplaques ontstonden echter niet bij de transgene muizen. Niet ieder geïntroduceerd gen levert dus een goed model voor een menselijke ziekte.

Een groep van 34 onderzoekers in de VS hebben nu een transgene muis gemaakt die wèl plaques in zijn hersenen vormt en ook andere organische tekenen van de ziekte van Alzheimer vertoont (Nature, 9 febr). Bij de muis gingen zenuwuitlopers verloren en was er, net als in Alzheimerpatiënten, sprake van bindweefselvorming (gliosis) in de hersenen. De eveneens voor Alzheimer kenmerkende neurofibrillaire tangles (klitten) in de hersenen ontbreken bij de Alzheimermuis. De tangles bestaan grotendeels uit het tau-eiwit waar teveel fosforgroepen aan zijn gebonden. Er zijn onderzoekers die de oorsprong van Alzheimer bij het tau-eiwit zoeken.

De muis ondersteunt echter de hypothese dat sommige mutaties in het gen voor APP de oorzaak is van Alzheimer dementie. Die zijn dan verantwoordelijk voor een ongebruikelijke eiwitketen-splitsing bij de de afbraak van het eiwit. Fragmenten van ongeveer 40 aminozuren lengte worden dan niet meer opgeruimd. Ze blijven in de hersenen achter en hopen zich in de loop van jaren op tot de plaques die zenuwverbindingen verstoren, met dementie als gevolg.

Allereerst is de vraag wat het precieze mechanisme van de plaquevorming is. Genetisch interessant is de vraag of muizen met verschillende genen voor apolipoproteine E (een cholesteroltransporterend eiwit dat betrokken is bij de vroege vorm van Alzheimer) verschillende snelheid van plaquevorming hebben. Daarnaast is de vraag of therapieën die de muis voor plaques behoeden ook de mens zullen helpen. Die therapieën tegen Alzheimer zijn er overigens nog niet. Als oorzaak daarvoor noemden onderzoekers vaak het ontbreken van een muismodel.