De Scholekster kraait victorie

'Het hakt er emotioneel diep in wanneer je een school moet opheffen', zegt directeur Hugo van Answaarden als zevendegroeper Kaya de lerarenkamer weer uitloopt. 'Neem haar', wijst hij Kaya achterna, 'zij is bij ons op school gekomen omdat basisschool De Kring werd opgeheven en nu dreigde ze voor de tweede keer te moeten verkassen omdat wij werden opgedoekt.'

In de Amsterdamse volksbuurt De Pijp moesten volgens de wet Toerusting en Bereikbaarheid, waarmee de schaalvergroting in het basisonderwijs wordt gerealiseerd, twee van de vijf openbare scholen hun deuren sluiten. Een van de twee was De Scholekster, de enige openbare montessorischool in dit stadsdeel waar Van Answaarden nu ruim twintig jaar directeur is.

Na vier jaar verbeten strijd kan de directeur nu eindelijk even rustig ademhalen: zijn school lijkt op het nippertje van de ondergang te zijn gered. Als relatief zelfstandige nevenvestiging van de Anne Frank montessorischool, gevestigd in het aangrenzende stadsdeel, kan de Scholekster in De Pijp blijven voortbestaan. En dat is altijd het uitgangspunt van de directeur geweest: 'In deze buurt moeten ouders voor een openbare montessorischool kunnen kiezen, anders trekken ze geheid met hun kinderen de wijk uit.'

Intussen is het aantal leerlingen dramatisch teruggelopen van 151 tot 53. Niet omdat ouders hun kinderen van school haalden - 'Nee, onze ouders zijn trouw gebleven tot de laatste snik', zegt Van Answaarden - maar omdat er geen nieuwe kleuters meer werden aangemeld. Vier jaar strijd en onrust. En dat allemaal omdat de wettekst niet goed gelezen is door de gemeente en de deelraden. De Scholekster en een aantal andere - bijna opgeheven - basisscholen in Amsterdam hebben hun redding uiteindelijk te danken aan één woordje in een overigens onduidelijke tekst, dat door iedereen over het hoofd is gezien. Daardoor is het nu ineens mogelijk om maximaal elf basisscholen die met hun leerlingenaantal onder de norm van 189 zitten te laten voortbestaan als nevenvestiging van een school die boven dat aantal uitkomt. Voor minstens één goedlopende school, De Palm sinds 1871 gevestigd in de Jordaan, komt de redding te laat. Deze is afgelopen zomer al gesloten.

Van Answaarden wordt weer kwaad als hij aan de afgelopen periode terugdenkt. 'Het laatste anderhalf jaar heb ik minstens de helft van mijn werktijd besteed aan de fusieperikelen. Dat is achteraf bezien allemaal verspilde energie geweest.' Alles heeft hij in het werk gesteld om De Scholekster te redden. 'Maar welke school die ruim in zijn leerlingen zit en niet bedreigd wordt gaat zich nou de rompslomp van een fusie op de hals halen?' De voorgenomen fusie met de Daltonschool in De Pijp liep voor de zomer definitief stuk. Omdat ouders en team zich bleven verzetten, maar vooral ook omdat Deelraad De Pijp - het bestuur van beide scholen - zich te vrijblijvend opstelde, vindt Van Answaarden achteraf.

Daarna werd een 'federatief verband met dislocatie' tot op de bodem uitgezocht. Ook dat ging niet door omdat de twee montessorischolen die daarvoor in aanmerking kwamen bij nadere berekening iets te ruim in hun vierkante meters zaten, waardoor De Scholekster niet als 'dislocatie' in De Pijp kon blijven. Slecht ingewerkte ambtenaren die de zaken op hun beloop lieten en onzinnige deelraadgrenzen deden de rest. Van Answaarden steekt zijn misnoegen niet onder stoelen of banken en is naar eigen zeggen niet vrij van wrok: 'Ik was vele malen beter op de hoogte van de regelingen dan mijn bestuur bij de Deelraad. Ze hebben niet echt gestreden voor de enige montessorischool in de wijk.'

Toen alle 'gaten in de wet' waren onderzocht en er geen overlevingskansen voor de school meer in het verschiet lagen, werden op 11 november vorig jaar de ouders bijeengeroepen om hen te vertellen dat het doek nu definitief was gevallen voor de Scholekster. Een trieste avond die directeur Van Answaarden niet licht meer zal vergeten.

Drie dagen daarna stond echter een klein berichtje in het hoofdstedelijk huis-aan-huisblad. Team en ouders van de eveneens met sluiting bedreigde Leonardo Da Vincischool in Amsterdam-West waren zelf de wet eens grondig gaan doorspitten en hadden ontdekt dat deze wel degelijk mogelijkheden schept voor relatief onafhankelijke nevenvestingen. Gemeente en deelraden hadden deze constructie altijd met de grootste stelligheid als onwettig van de hand gewezen.

'Niemand kon aanvankelijk geloven dat het om een ordinaire leesfout ging', zegt Hugo van Answaarden, 'wij niet, maar ook de deelraadbestuurders en de wethouder van onderwijs niet. Zelfs een bevestigende fax van het ministerie kon de wethouder niet overtuigen. Het moest wat hem betreft eerst maar eens in het ministeriële voorlichtingsblad Uitleg worden gepubliceerd.' Ondertussen verstreek tot grote ergernis van de bedreigde scholen de tijd. Zij hadden haast, want voor 1 februari '95 moesten de fusieaanvragen binnen zijn.

Hugo van Answaarden heeft niet gewacht op de traag draaiende ambtelijke molens en is weer met de twee montessorischolen in de aangrenzende deelgemeente Rivierenbuurt om de tafel gaan zitten. Binnen twee weken was de zaak beklonken. De Scholekster verhuist bestuurlijk van De Pijp naar de Rivierenbuurt en wordt nevenvestiging van de Anne Frankschool. En daarmee is de school historisch gezien weer terug bij af, want in 1947 startte de Scholekster in De Pijp als 'buitenklas' van de Anne Frankschool. Ook de derde fusiepartner is ooit uit de Anne Frankschool voortgekomen.

Voor de scholen blijft vrijwel alles hetzelfde. Ze houden hun eigen gebouw, hun eigen organisatie en onderwijsvisie, ook de afvloeiingslijst, altijd een gevoelig punt in het onderwijs, blijft per school gehandhaafd. 'Nu is de de unieke situatie ontstaan dat drie montessorischolen op de werkvloer kleinschalig en zelfstandig blijven maar toch onder één bestuur vallen', zegt Van Answaarden niet zonder trots. Enthousiast wijst hij op de nieuwe landkaarten die zojuist zijn gearriveerd. Bewijs van het nieuwe élan. 'Drie jaar geleden vonden we al dat we aan nieuwe landkaarten toe waren. Maar ja, toen viel net de hele wereld uit elkaar en wij wisten ook niet hoelang we nog zouden bestaan.'