Beleggen in natuur en milieu komt aarzelend op gang

Beleggen in natuur en milieu geldt als een 'groeimarkt', zeker nu een nieuwe wet van kracht is die rente en dividend uit 'groene' investeringen vrijstelt van belasting. Maar de grote banken aarzelen nog. Is de belangstelling bij de klanten wel groot genoeg? Ook de recente watersnood kan 'groen' beleggen een impuls geven. De regering denkt althans aan een speciaal fonds om daaruit het verbreden van de Limburgse Maas te financieren. De plannen zijn echter nog vaag. Het gebeurt ook wel dat 'groen' van kleur verschiet - dat is het kaf onder het koren.

Rente zonder bijsmaak is al jaren de leus van de Algemene Spaarbank voor Nederland (ASN), die zetelt in Den Haag en is voortgekomen uit de vakbeweging. “Zonder bijsmaak”, omdat deze 'ethische' of 'ideële' bank met de haar toevertrouwde spaargelden slechts sociaal verantwoorde instellingen financiert. Daar is in 1993 'dividend zonder bijsmaak' bijgekomen. Dat jaar introduceerde de ASN een eigen aandelenfonds voor beleggingen in het bedrijfsleven, dat aan diverse eisen moet voldoen om hiervoor in aanmerking te komen. Wapenfabrieken en nucleaire installaties zijn van deelneming uitgesloten, evenals industrieën in landen waar de mensenrechten stelselmatig worden geschonden. Een belangrijk criterium is of de bewuste onderneming een verantwoord milieubeleid voert.

Via dit fonds is inmiddels 65 miljoen gulden uitgezet, waarvan ruim twee miljoen in Ahold. De supermarktketen kon door de beugel, omdat ze - in de woorden van ASN-directeur M.S. Negenman - “een voortrekkersrol speelt op het gebied van milieuvriendelijke verpakkingen, biologisch geteelde groenten verkoopt en in de koeling geen schadelijke CFK's toepast”. Sinds Ahold echter meedoet aan de actie air-miles (het verstrekken van zegels voor gratis vliegen) zit er voor de ASN wel degelijk een bijsmaak aan de super-kruidenier. “Deze manoeuvre, die meehelpt de atmosfeer te vervuilen, was voor ons aanleiding met het bedrijf in discussie te gaan”, aldus Negenman. “Hangende dat gesprek doen we geen nieuwe beleggingen in Ahold. En het resultaat kan zijn dat we de ruim 40.000 aandelen in het bedrijf zullen afstoten.”

Deze wet, die adspirant-beleggers over de financiële drempel moet helpen, was destijds een initiatief van drie PvdA-Kamerleden: Vermeend (nu staatssecretaris van financiën), Melkert (minister van sociale zaken) en Van der Vaart. Er staat een reeks voorbeelden van 'groene' projecten in opgesomd, waaaronder bos en andere houtopstanden (uitgezonderd kweekgoed, zoals kerstbomen), beschermde natuurmonumenten, biologische produktiemethoden en de opwekking van energie uit wind, zon en waterkracht. Het gaat om puur Nederlandse projecten, die moeten dateren van na 13 juli, de dag waarop het aangenomen wetsvoorstel in de Staatscourant werd gepubliceerd.

Een andere restrictie luidt dat de kredieten van de betrokken (bank)instelling voor 70 procent betrekking hebben op natuur en milieu, zoals genoemd in de wet-Vermeend c.s. Dezelfde voorwaarde geldt voor aandelenfondsen: van het uitstaande vermogen moet 70 procent in 'groen' zijn belegd.

Op het ogenblik is er geen enkel fonds dat aan die eis voldoet. Maar er zit er wel een aan te komen: het Windfonds van de antroposofisch georiënteerde Triodosbank in Zeist. Dit fonds, ondergebracht in een aparte nv, heeft circa de helft van zijn kapitaal uitstaan in windturbines. “En we verwachten dat het weldra 80 à 90 procent wordt, zodat we beantwoorden aan de wet-Vermeend”, zegt directeur P. Blom.

De Triodosbank beheert ook het Biogrond-beleggingsfonds, dat bouwland in erfpacht uitgeeft aan biologische boeren, maar hier is het moeilijker aan de wet te voldoen. “Wat ons parten speelt”, aldus Blom, “is dat de afzet van biologisch geteelde produkten nogal moeizaam verloopt met als gevolg dat er maar weinig bedrijven in die sector bijkomen. Daarom zou voor dit fonds moeten gelden dat ook beleggingen van vóór 13 juli '94 in aanmerking komen. Nu blijven de pioniers die destijds grote risico's namen, ten onrechte uitgesloten van het fiscale voordeel.”

De spaarbank ASN in Den Haag verstrekt hypotheken op windmolens van particulieren, vooral boeren, en heeft leningen lopen bij de Vereniging Natuurmonumenten, alles bij elkaar voor dertig miljoen gulden en dat is slechts een fractie van de 1,2 miljard aan uitgezette spaargelden. Wie bij de ASN spaart, komt dus bij lange na niet in aanmerking voor het buitenkansje dat de wet-Vermeend te bieden heeft. Dat is de reden waarom ook de ASN overweegt een speciaal groen beleggingsfonds te stichten. “We onderzoeken de mogelijkheden”, zegt directeur Negenman, “enerzijds richting klant en anderzijds richting markt. Hebben we genoeg gegadigden om in zo'n groenfonds te participeren? Is het voor hen ook commerciaal aantrekkelijk? En wat de markt betreft: zijn er genoeg projecten om in te beleggen?”

Hij tekent bij dit alles aan dat de spaarder/aandeelhouder al over een aardig, vrij besteedbaar kapitaal moet beschikken om het fiscale voordeel van 'groen' beleggen in de wacht te slepen. Rente-opbrengsten en dividenduitkeringen zijn immers al tot duizend gulden per persoon onbelast. Dat betekent dat een gezin tussen de 80.000 gulden en een ton kan hebben uitstaan vóór de fiscus toeslaat. Met andere woorden: pas als die vrijstellingen zijn gepasseerd, wordt de nieuwe mogelijkheid financieel interessant.

Niettemin ziet hij de groene sector als een 'groeimarkt' binnen het grotere geheel van 'ethisch' of 'zuiver' bankieren. Zijn collega-concurrent Blom van de Triodosbank denkt er net zo over: “Natuur en milieu zijn van discussiethema meer onderdeel van het dagelijks leven geworden. En dat is een gunstige ontwikkeling. Onze bank groeit en die groei is voor een groot deel te danken aan groen beleggen. Anders gezegd: zonder groen zouden we op dit moment niet groeien.”

Ook bij het Centrum voor Energiebesparing en Schone Technologie (CE) in Delft wordt niet getwijfeld aan de belangstelling voor ecologische fondsen. “En zonder de ethiek als doorslaggevende factor”, meent CE-medewerker P. Sprengers, die als adviseur van het ministerie van VROM aan de wieg stond van de wet-Vermeend. “Groen beleggen zal mensen trekken die genoegen nemen met een gangbaar rendement van pakweg zeven procent, maar zonder enig risico. En dat hoeven helemaal niet van die idealistische figuren te zijn. Eerder normaal calculerende burgers. En zo hoort het ook als het om natuur en milieu gaat. Ook daar moet je normaal calculeren.”

Tegen die achtergrond hoeft het niet te verbazen dat ook de grote banken hun voelhorens uitsteken op de 'groene' markt. Al valt er van die kant nog weinig concreets te melden. “We hebben niets op de plank staan”, aldus een woorvoerder van de ING Groep (ING Bank en Postbank), “maar we bestuderen de mogelijkheden, aangespoord door de wet-Vermeend. De grote vraag is of er voldoende belangstelling bestaat om zo'n groen fonds te rechtvaardigen.”

De Rabobank is voor beleggingen een strategische alliantie met de Robecogroep aangegaan. Hun gezamenlijk instituut Iris moet nieuwe 'produkten' ontwikkelen. Directeur P.B. van Daalen “Wij onderzoeken de mogelijkheden van een groen fonds, maar zijn er nog niet uit. Het is moeilijk te schatten hoe groot de doelgroep is. In elk geval kan de wet-Vermeend een goede aanzet zijn om in groen te investeren.” En een woordvoerster van ABN/Amro: “Ook wij hebben de intentie een groen fonds op te richten, maar zijn nog bezig met onderzoek.”

Inmiddels heeft het fenomeen 'groen' beleggen door de recente watersnood een zekere actualiteitswaarde gekregen. De rijksoverheid, meldde ook deze krant, wil met een aantal banken praten over een speciaal fonds om daaruit het verbreden en verdiepen van de Maas, alsook dijkverzwaringen langs de Waal te financieren, gebruik makend van de belastingfaciliteiten volgens de wet-Vermeend. Een 'groen' fonds dus, maar hoe 'groen' is het doel?

Zoveel is zeker dat dijkverzwaringen niet in aanmerking komen, omdat ze natuur en milieu geen dienst bewijzen. “Bovendien”, zegt P. Sprengers van het CE, “is de wet-Vermeend bedoeld voor milieuprojecten die wegens geldgebrek of een te laag rendement moeilijk van de grond komen. En over dijkverzwaring is steeds geroepen dat het geld beschikbaar is. Het zou dus onlogisch zijn daarvoor zo'n groen fonds te gebruiken.”

Een genuanceerder beeld biedt het Maasplan, dat een tweeledig doel dient: het tegengaan van overstromingen (een kwestie van waterhuishouding) en het versterken van de natuurwaarden langs de rivier, waar deze de grens vormt tussen Nederlands en Belgisch Limburg. Sprengers: “Dat laatste onderdeel zou inderdaad onder de nieuwe wet kunnen vallen.” Maar of het zover komt, is onduidelijk. Zowel het ministerie van VROM als de grote banken hullen zich in vage termen: “Het is allemaal nog zeer pril, het overleg moet nog beginnen.”

Los van Maas en Waal worden onder de noemer 'groen' of 'ecologisch' beleggen projecten geafficheerd die het predikaat in geen enkel opzicht verdienen. Soms is sprake van regelrechte oplichting, zoals uit een recent krantebericht viel op te maken. Het repte van de Amsterdamse firma Fonte Floristal Bosbouw, die beleggers overhaalde te investeren in wilde walnootbomen in Portugal. “Volgens ex-werknemers van dit bedrijf”, aldus het bericht, “werden de aangekochte bomen nooit geplant en is het geld van de beleggers doorgesluisd naar bankrekeningen in het buitenland.”

Er zit dus kaf onder het koren. Dubieus bleek ook het Environment Growth Fund van de bank Pierson, Heldring en Pierson, een zogenaamd 'groen' fonds, dat onder andere investeerde in Mitsubishi, de Japanse mammoet die betrokken is bij de exploitatie van tropisch regenwoud. Vorig jaar is het omstreden fonds trouwens een zachte dood gestorven door gebrek aan belangstelling, voortkomend uit te lage revenuen.

Twijfel is er over de teak-plantages in Costa Rica, een door het Wereldnatuurfonds ondersteund project van levensverzekeraar OHRA, die zogeheten Teakwood Rendementspolissen verkoopt om de ontbossing in het Middenamerikaanse land een halt toe te roepen. Tegen het plan zijn echter ecologische bezwaren in te brengen, omdat teak van nature niet in Costa Rica voorkomt. Het is een boomsoort van Zuidoost-Azië. Directeur Blom van de Triodosbank voegt er nog een bedenking van financiële aard aan toe: “Er wordt uitgegaan van stijgende teakprijzen op de wereldmarkt, maar de vraag is of het Costa-Ricaanse produkt dezelfde prijs opbrengt als teak van topkwaliteit uit Maleisië. En houdt men wel voldoende rekening met de gevaren van ziektes en stormen? Zulke risico's kunnen voor de belegger vergaande financiële consequenties hebben.”

Sprengers van het CE in Delft oordeelt milder: “Het gaat om een vorm van duurzame bosbouw, waarvoor een internationaal certificaat of keurmerk in de maak is. Daar staat een organisatie van milieugroepen over de hele wereld achter. Krijgen de teakplantages van OHRA dat stempel, dan zijn ze voor mij acceptabel.”

Ook Nederland kent een instantie die beleggingen aan een oordeel van goed of kwaad onderwerpt: de Stichting Milieukeur, waarin milieu-organisaties, de Consumentenbond, werkgevers en werknemers samenwerken. Ze verleent haar keurmerk aan die fondsen die in de 'schone' helft van het bedrijfsleven beleggen, zowel in binnen- als buitenland, maar steeds volgens Nederlandse maatstaven. Terwijl de wet-Vermeend het smalle pad van waarachtig 'groen' bestrijkt, richt deze stichting zich op een breed spectrum van activiteiten en ook dat gebeurt in het belang van een gezondere leefomgeving.

Met daarachter een zeker eigenbelang bij de belegger. “Financiers van bedrijven”, schreef J. Henselmans van de Stichting Natuur en Milieu, “realiseren zich meer en meer dat bedrijven die risico's inhouden voor het milieu, ook voor hun beleggingsrendement een risico vormen.” Het langzamerhand klassieke voorbeeld is dat van de gifbelt. Sprengers van het Delftse instituut: “Stel dat een bank in zee gaat met een bedrijf dat op vervuilde grond blijkt te staan en een kostbare bodemsanering moet uitvoeren, dan kan die firma van een betrouwbare een onbetrouwbare relatie worden. In Amerika zijn al banken aansprakelijk gesteld voor milieuschade die hun cliënten hadden veroorzaakt. De claims zijn weliswaar door de rechter afgewezen, maar toch... ook zuiver zakelijk gezien kan het geen kwaad in schone bedrijven te beleggen.”