Banken als misdaadbestrijders

ROTTERDAM, 16 FEBR. De officier van justitie hoeft alleen een simpel formuliertje in te vullen. Dat stuurt hij naar zijn vaste contactpersoon bij Bank X. De bank licht daarop het dossier van de van een misdrijf verdachte rekeninghouder Z. De rekening volgt later.

De financiering van de georganiseerde misdaad is door haar bestrijders ontdekt. De regeling met de banken om op een snelle, eenvoudige manier en tegen een vaste vergoeding geldstromen in kaart te kunnen brengen vormt de meest recente stap in het pad dat justitie enkele jaren geleden is ingeslagen: Als je de zware jongens wilt pakken, moet je bij hun geld zijn.

In het reusachtige gebouw van de Criminele Inlichtingendienst (CRI) in Zoetermeer bevindt zich op de vijfde verdieping de afdeling Finpol (financiële politie). Daar opereert een team van rechercheurs die er hun dagtaak van maken financiële transacties uit te pluizen. Het traditionele oppakken van drugsdealers leidt vrijwel nooit tot het oppakken van de grote baas achter een misdaadsyndicaat. Het volgen van de geldsporen wel, zo hoopt justitie.

Finpol behandelt de binnengekomen meldingen van het Meldpunt Ongebruikelijke Transacties (MOT), twee verdiepingen lager, dat sinds 1 februari van het vorige jaar actief is. Daarbij gaat het om transacties die financiële instellingen als 'ongebruikelijk' hebben gesignaleerd. De rechercheurs van Finpol proberen de keten van aan- en verkoopopdrachten te reconstrueren die criminelen ontwerpen met het doel hun vermogen te verdoezelen.

Banken en andere financiële instellingen zijn nodig om merkwaardige transacties te signaleren en door te geven. Maar ze moeten evenzeer behulpzaam zijn bij het speuren naar het vervolg van de vermeende witwasketens. Vroeger ging dat meestal met een formeel bevel tot huiszoeking bij de bank, hetgeen voor de laatste natuurlijk niet plezierig was.

Justitie kan nu vanaf 1 januari op tamelijk eenvoudige wijze bij banken vragen om uitlevering of inzage van dagafschriften van de rekeningen van verdachte klanten. De banken krijgen daar nu zelfs een standaardvergoeding voor: 5 gulden per stuk ofwel 125 gulden per uur als dat voor justitie goedkoper is. In het verleden konden banken alleen een onkostenvergoeding krijgen via een ingewikkelde procedure, maar daar werd volgens de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB) slechts zelden gebruik van gemaakt.

Op het standaard-formulier dat de officier van justitie en ook de rechter-commissaris vanaf 1 januari in zijn bureaula heeft liggen, kunnen ze drie hokjes aankruisen nadat ze bovenin de naam van de verdachte cliënt hebben ingevuld. De eerste twee hokjes hebben betrekking op dagafschriften waarbij de officier of rechter-commissaris het rekeningnummer en de gewenste periode invult. Het derde hokje verwijst naar een blanco regel en daar kan de magistraat naar believen bescheiden opvragen. Het formulier eindigt met de zin: 'Uw (eventuele) rekening kunt u zenden naar mijn secretaris op het bovenstaande adres'.

Het is begrijpelijk dat justitie blij is met de regeling. Landelijk officier van justitie R. Smid, speciaal belast met de witwas-bestrijding, toont zich enthousiast en erkent dat zijn onderzoeken hiermee een stuk eenvoudiger gaan verlopen: “Nu is het tenminste op een fatsoenlijke manier geregeld.” De oude situatie met “veel uitleveringen met huiszoekingsbevelen” noemt hij “een hoop gedoe”.

Banken aan de andere kant staan tweeslachtiger tegenover de hulp die zij justitie verstrekken. Over de onkostenvergoeding zijn zij tevreden, maar met de schending van privacy van hun klanten hebben ze moeite. Banken bestaan immers bij de gratie van het vertrouwen dat de cliënt in hen stelt.

De drie grote banken ABN Amro, ING en Rabo, doen vrijwillig mee met de eenvoudige regeling die voorlopig een jaar op proef is. De vraag naar de privacy-aspecten doen ze allen op dezelfde manier af: justitie vraagt ons niet om stukken te overhandigen, ze beveelt, zo luidt de boodschap. “Er valt op het gebied van privacy dus niets af te wegen,” aldus de woordvoerder van ABN Amro. Directeur L. Overmars van de NVB trekt het in breder perspectief: “We zijn de laatste vijf jaar door justitie gedwongen mee te helpen de misdaad te bestrijden.”