Pronk wil percentage voor hulp niet verlagen

DEN HAAG, 15 FEBR. Volgens minister Pronk treft de strijd om de vraag welk percentage Nederland moet uittrekken voor ontwikkelingssamenwerking ook het “bestaansrecht” van deze sector. Hij verklaarde dat zijn budget in ieder geval niet uitkomt onder 0,7 procent van het bruto nationaal produkt (BNP).

De VVD vindt 0,7 procent - de internationale norm - voldoende, terwijl het kabinet in het regeerakkoord zegt te streven naar 0,9 procent. “Dat is een zeer grote bandbreedte die je bij andere begrotingen niet ziet”, zei Pronk gisteren bij de behandeling van zijn begroting in de Eerste Kamer. De coalitie-partijen kwamen vorig jaar niet tot een akkoord over het percentage voor de hulp. Pronk zei pas over de percentages te willen debatteren na de “totale herijking van het buitenlands beleid”. VVD-leider Bolkestein heeft echter al de aanval ingezet om het percentage op 0,7 procent te krijgen.

CDA-senator Van Gennip greep het debat aan voor een fundamenteel betoog over het hulpbeleid. Volgens hem is er een “viervoudige crisis” in de sector van minister Pronk. Hij wees op de “verwarring” ten aanzien van doelstellingen van het beleid. “Deze rolden in hoog tempo over elkaar heen”. Ook over het “concept” bestaat geen duidelijk beeld. “De diepste oorzaak van de malaise zit in de vraag en of de hulp helpt”. Volgens hem gaat bij de “uitvoering” veel mis en is het slagingspercentage van projecten veel te gering. Van Gennip maakt zich zorgen over het “draagvlak van de hulpsector en het isolement van de traditionele behartigers van ontwikkelingssamenwerking”. VVD-senator P. de Beer wees op het rapport van de Inspectie te Velde (IOV) waarin het effect van de Nederlandse hulp aan India, Mali en Tanzania “beperkt” wordt genoemd. De Beer stelde dat het aantal ambtenaren op het departement onder Pronk te sterk is gestegen; van 450 in 1989 naar 548 vorig jaar. “In vijf jaar is het aantal ambtenaren met 21 procent toegenomen, terwijl er op andere departementen juist een trend is naar minder ambtenaren”, aldus De Beer.