Mariniers in Haïti betrekkelijk veilig

PORT AU PRINCE, 15 FEBR. Het is nog onduidelijk hoeveel militairen en wapens in het gebied in Haïti zijn waar Nederlandse mariniers volgende maand aan hun vredestaak beginnen. Het aan de zuidkust van Haïti gelegen gebied wordt betrrekkelijk veilig geacht.

Dat bleek dinsdag op de eerste dag van de besprekingen die minister Voorhoeve (defensie) in Port au Prince voerde. Zijn Haïtiaanse collega, M. Wiltham Lherisson, gaf hoog op van het feit dat de Amerikanen tot nu toe 29.000 wapens hadden ingenomen, maar hij kon niet inschatten “hoeveel wapens nog in verkeerde handen waren”.

Terwijl Voorhoeve met hem sprak probeerden honderden jongeren het ministerie binnen te dringen om te protesteren tegen de trage aanpak van de minister om criminele elementen uit het leger te verwijderen en hun niet langer de gelegenheid te geven de bevolking te intimideren.

Minister Lherisson gaf in het gesprek met Voorhoeve aan dat het leger wordt teruggebracht van 7.000 naar 1.500 man, maar dat hij geen controle kan houden op “ontevreden elementen” die zich over het land hebben verspreid. “Daarom komt er nu juist een multinationale VN-vredesmacht van 6.000 militairen en 900 politiefunctionarissen”, aldus Lherisson. Hij en president Aristide spraken hun waardering uit dat Nederland met 150 mariniers aan die vredesmacht meedoet.

De overgang van de door Amerikanen zwaar gedomineerde multinationale troepenmacht naar de VN-vredesmacht, die in maart begint, verloopt nog moeizaam. Mensenrechtenorganisaties in Haïti beschuldigen de Amerikaanse troepen en hun commandanten van samenwerking met criminele elementen en misdadigers van het vorige regime, om de streek waar zij opereren rustig te houden. Die houding verontrust ook de plaatselijke bevolking, omdat hun is voorgespiegeld dat de nieuwe ordebewakers hen juist zouden verlossen van tientallen jaren van onderdrukking, moord en diefstal.

Na terugkeer van president Aristide in oktober zijn de verwachtingen omtrent een grootscheepse hulpinspanning hooggespannen, terwijl het leven van alledag slechts zeer langzaam beter wordt. Van die situatie maken militairen en ambtenaren van het oude bewind misbruik. Gevreesd wordt dat zij de pogingen van de VN-vredesmacht om de economische toestand te verbeteren en het gevoel van veiligheid te vergroten, zullen trachten te ondermijnen.

Minister Voorhoeve is van mening dat de 150 mariniers die in drie groepen in maart arriveren, veel zullen moeten doen aan 'vredesopbouw'. Als het gebied waarin zij gelegerd worden eenmaal veilig is, kan net als in Cambodja begonnen worden met het herstel van bruggen en wegen die na tropische regenstormen in slechte staat verkeren, en met het bouwen van klinieken, gemeenschapsruimten en van een nieuwe en betere drinkwatervoorziening. “Hollandse jongens laten nu eenmaal graag hun handen wapperen”, aldus Voorhoeve.

Terug in Nederland wil hij minister Pronk (ontwikkelingssamenwerking) om ondersteuning vragen voor deze nieuwe projecten. “Komt die hulpverlening niet op gang, dan dreigt de democratische opbouw te mislukken en dus de vredesmissie.” Voorhoeve kan zich voorstellen dat de VN zullen besluiten na de inauguratie van de nieuwe president in februari 1996 nog met eenheden in Haïti te blijven. Of Nederland dan na een jaar weer mariniers levert, hangt af van de vraag hoeveel vredestaken Nederland op dat moment in de wereld uitvoert.