Ischa

Als ik uit mijn hoofd een jaartal moet noemen: 1977. Het CDA was net al wel of net nog niet van de grond en er werden statenverkiezingen gehouden, het kunnen ook raadsverkiezingen zijn geweest. Allerlei christen-democratische kopstukken, inclusief Van Agt, waren op doorreis in Twente.

Ik herinner me dat ik ergens op straat (Almelo?) aan de praat raakte met Hans de Boer. Deze zat in de gereformeerde hoek en stond bekend om zijn min of meer steile opvattingen over geestverwanten uit het roomse, waarvan er indertijd verscheidene in onverkwikkelijkheden waren verwikkeld.

Ik was, nu de gelegenheid zich voordeed, van plan De Boer te strikken voor een interview, dat dat hele CDA in de kiem had kunnen smoren. Net toen ik, voorzichtig, voorzichtig, vorderingen begon te maken, kwam er iemand op een vervelende manier bij ons staan. Ischa Meijer!

Hij hoorde het even aan, snoof verachtelijk, stak zijn hoofd naar voren en zei: “Maar waarom zijn het altijd christenen die met hun hand in de kassa worden betrapt?” De Boer deinsde terug en maakte zich weldra uit de voeten. Ik mag wel zeggen dat ik Ischa Meijer een etter vond, van '77 tot een eind in de jaren '80.

Daarna heeft-ie me nog één keer lelijk te pakken gehad. Ik zat met een boekje in het programma I.S.C.H.A. en hij zette me totaal op het verkeerde been door aardig te zijn.