Een Eiffeltoren van aluminium in de Achterhoek

Follies, Ned. 3. 19.30-19.56u, 14, 21 en 28 febr. en 7 en 14 maart

Het bouwen zit de mens in het bloed. Het kan een zandkasteel aan het strand zijn, maar ook een Eiffeltoren van aluminium in de Achterhoek, een huis in België bekleed met 'boomstammen' van cement of een fantasiekasteel in Heerlen waar ruim een miljoen kilo natuursteen en bijna een half miljoen kilo zand in zijn verwerkt. In Nederland en België blijkt er een verbazingwekkend groot aantal follies te staan, nutteloze bouwwerken oftewel architectonische dwaasheden. De eerste follies, vaak schijnruïnes en nepgrotten, ontstonden in Engeland in de achttiende eeuw; toen in de tweede helft van die eeuw Nederland en België ook de Engelse landschapsstijl voor de aanleg van parken overnamen, kwamen de follies mee. Eind vorige eeuw zijn er vele gesloopt, maar sommige zijn er nog - en er zijn vele bijgekomen.

Voor Gewest tot Gewest had Jacqueline van Pinxteren al eerder een reportage over dit onderwerp gemaakt, maar er was nog zo veel over te vertellen dat ze met advies van kunsthistoricus en folly-kenner Wim Meulekamp er een reeks van vijf uitzendingen over heeft gemaakt. Het zijn er meer, dat wel, maar daarmee is helaas geen meerwaarde ontstaan. De goh tjeempie-toon is dezelfde gebleven, evenals de voorspelbare opbouw waarbij ieder onderdeel dezelfde afgepaste hoeveelheid tijd - met bijbehorende muziekje - toebedeeld heeft gekregen. Voor de geschiedenis van de folly is ook jammer genoeg bijna geen aandacht, voor wat hedendaagse architecten met dit aanlokkelijke idee doen - het Architectuurinstituut organiseerde een paar jaar geleden een tentoonstelling over dit thema - evenmin.

Wat je overhoudt, is een overzicht van Nederlanders en Belgen die zich op hoogst particuliere wijze in het bouwen hebben uitgeleefd. Arthur Brancard uit het Belgische dorp Foquet, bijvoorbeeld, die als reclame de plaatselijke kerk van binnen helemaal bekleedde met zijn produkt, het goedkope namaak-marmer 'marbriet'. Bewonderswaardig is het vakmanschap van de 83-jarige Belgische 'rocailleur' Victor Janssens, die alle mogelijke boomsoorten en zelfs de grot van Lourdes in cement heeft nagemaakt. Zoals die man met een verbogen paperclip een nerfpatroon in het vochtige beton trekt: weergaloos.

Anders dan bij de achttiende-eeuwse adel die omwille van mode en status follies op zijn landgoed plaatste, blijkt de folly in tijden van democratie het domein te zijn geworden van de toegewijde, om niet te zeggen monomane hobbyist. Het is een uitdrukking van persoonlijke vrijheid geworden. Het fijnste van het fantasie-bouwen vindt oud-metselaar Huub Maas dat het niet meer recht hoeft, zegt hij, en oud-bouwvakker Jan Jansen is nog altijd blij dat hij bij de constructie van zijn miniatuurhuisjes verlost is van de uiteenlopende wensen van de baas, de opzichter, de architect en de eigenaar. Klaas van de Brink, die een heel dorp in de achtertuin heeft geconstrueerd, slaat de armen uit in een weids gebaar: “Met dit heb je geen baas boven je. Hier kun je een fout maken.”