Van literair museum tot handel in bedrukt papier

De Haagse uitgeverij Bzztôh viert deze maand haar 25-jarig bestaan. Het begon als een vriendenclub die het stof van het Haagse culturele leven wilde blazen, het werd een commercieel bedrijf waar geen enkel ideaal uit de jaren zeventig meer vat op krijgt.

Foto's uit de begintijd tonen de huidige directeur van uitgeverij Bzztôh, Phil Muysson, met een lange baard, nog langere haren, een Trotski-brilletje en een openhangend overhemd dat uitzicht biedt op een royale hoeveelheid borsthaar. In een kamertje aan de Prinses Mariestraat, tussen meubels die een welzijnsstichting had geschonken, sleutelden de medewerkers van Bzztôh 's avonds en in het weekeinde hun Bzzlletin in elkaar: acht gestencilde pagina's gevuld met aankondigingen van theater-, film- en literatuuractiviteiten.

Uitgeverij Bzztôh begon in 1970 als een anarchistische groep jongelingen die het stoffige culturele circuit van Den Haag nieuw leven wilde inblazen. Initiatiefnemers Phil Muysson, Henk Kamping en Vincent van der Akker voerden hun literaire avonden en toneelvoorstellingen zoveel mogelijk op als 'stage' in hun studie aan de Sociale Academie.

In de loop van de jaren zeventig stootte Bzztôh zijn theater- en filmactiviteiten af en ging zich als uitgeverij toeleggen op het onder de aandacht brengen van literatuur. Het Bzzlletin werd van een mededelingenblaadje een literair tijdschrift. Er werden vooral themanummers samengesteld over de auteurs die op de literaire avonden van de stichting aan de orde kwamen.

Vijfentwintig jaar later kijkt Muysson met een glimlach terug op die wilde jaren. “De uitgeverij was goed bedoeld maar absoluut niet professioneel”, zegt hij. “Als ik nog steeds die idealen van vroeger als uitgangspunt zou nemen was Bzztôh al lang failliet gegaan.” Ook uiterlijk heeft Muysson een gedaanteverwisseling ondergaan. De John Lennon-look is vervangen door pak en das. “Ik vind dat de bereidheid tot veranderen iets vitaals heeft. Stel je voor dat Bzztôh er nog steeds zo uit zou zien als toen, dat zou toch iets zieligs hebben.”

Inhoudelijk is Muysson tevreden over de koerswijziging die de uitgeverij heeft ondergaan. De fondslijst van Bzztôh is onder zijn leiding in hoog tempo gediversifiëerd en omvat inmiddels naast literatuur en non-fictie ook de genres Facts for Fun (titels als Doedelzakdoofheid en Waarom hebben varkens krulstaartjes), Astrologie/esoterie, Trouwen, Katten en Honden (101 vragen van uw hond aan de dierenarts) en Culinair. Het aandeel van literair proza en poëzie in het fonds is teruggebracht tot ongeveer een vijfde. Karakteristiek voor het nieuwe Bzztôh was de uitgave van de vertaling van de tweedelige biografie Diana: her true story van Andrew Morton waarmee de uitgeverij in 1992 en 1994 op de markt kwam. Een kassucces, waarmee Bzztôh het grootste deel van het negatieve vermogen wist weg te werken. “We zijn pas sinds tien jaar goed commercieel bezig”, zegt Muysson. Terwijl ex-medewerkers betreuren dat hij van 'literair-voor-een-klein-publiek' naar 'commercieel-voor-de-massa' is gesprongen, spijt het de uitgever zelf alleen dat “ik niet vijf jaar eerder de moed heb gehad om een commercieel bedrijf op te zetten.”

Het is de jongste gedaantewisseling in een lange geschiedenis. In 1977 beleefde Bzzlletin een doorbraak met het vijfenveertigste nummer, gewijd aan Willem Elsschot en goed voor tienduizend verkochte exemplaren. Bzzlletin stemde de inhoud vervolgens steeds meer af op middelbare scholieren die voor hun leeslijst gebruik konden maken van de secundaire literatuur die het tijdschrift per auteur bijeenbracht. Het abonnementenbestand groeide naar het voor een literair tijdschrift ongekend hoge aantal van twintigduizend abonnees rond 1980. “Wij wilden een klein standbeeldje oprichten voor de schrijvers en dichters die wij interviewden”, zegt Johan Diepstraten, van 1978 tot 1988 redacteur van Bzzlletin.

In die idealistische geest ging ook uitgeverij Bzztôh eind jaren zeventig en begin jaren tachtig te werk. Vanaf 1978, het jaar van de eerste aanbiedingsfolder, werden veel lijvige delen met literatuurkritieken en essays uitgeven: in de serie Literair Archief verschenen onder meer de verzamelde Propria Cures-artikelen van Menno ter Braak en de literaire interviews van G.H. 's Gravesande uit het interbellum. Maar op uitzonderingen als Jona Oberski met zijn bestseller Kinderjaren na nauwelijks Nederlandse auteurs in het fonds van Bzztôh. Bzztôh was een letterkundig museum in plaats van een kweekvijver.

Toen het Haagse gemeentebestuur de jaarlijkse subsidie van 350.000 gulden, waaruit tweederde van de jaarlijkse kosten werden bestreden, per 1 januari 1985 stopzette omdat de stichting zich met al zijn activiteiten steeds minder op Den Haag richtte en steeds meer op heel Nederland, had de uitgeverij dan ook geen goedlopende titels om op terug te vallen. Soelaas boden de kookboeken die vanaf 1985 door een onderdeel van Bzztôh, uitgeverij Bever, werden uitgebracht. Van Koken met de Magnetron en De Mexicaanse Keuken werden duizenden exemplaren verkocht. Voor de werkgelegenheid bij Bzztôh waren dergelijke 'publieksboeken' de redding, voor de literaire idealisten betekenden ze de doodsteek.

Johan Diepstraten nam in 1988 afscheid als redacteur van Bzzlletin en wil ook geen boeken meer maken voor Bzztôh. Maar dat wil niet zeggen dat hij geen begrip heeft voor het beleid van Muysson. “Het is knap frustrerend om boeken uit te geven die niet lopen. Ik kan me voorstellen dat hij iets wilde uitgeven dat goed verkocht. Maar hij is wel erg doorgeslagen naar de andere kant. Hij is handelaar in bedrukt papier geworden. Het dondert niet wat erin staat, als er maar honderdduizend over de toonbank gaan.” Volgens Henk Vos, vanaf 1984 vertegenwoordiger voor Bzztôh, was de overgang van secundaire literatuur-voor-de-liefhebber naar populaire non-fictie bittere noodzaak. “De boeken van Bzztôh hadden bij de boekhandels het imago onverkoopbaar te zijn. Maar toen we op de Frankfurter Buchmesse de rechten van Yoga voor Katten wisten te kopen, was iedereen enthousiast.”

Nadat de subsidiestroom midden jaren tachtig was opgedroogd vroeg Bzztôh, dat in 1985 kampte met een negatief vermogen van twee ton, bankkredieten aan om als uitgeverij verder te kunnen. Hieraan verbonden de banken echter wel de voorwaarde dat de stichting een BV werd, hetgeen in 1990 gebeurde. Het driekoppige bestuur trok zich vrijwillig terug ten gunste van Muysson en diens hoofd financiën Arend Meijboom, die de BV oprichtten. Nog in hetzelfde jaar verhuisde de uitgeverij naar de Laan van Meerdervoort. Het aantal werknemers groeide naar 16.

Kritiek als zou hij de oude literaire idealen verkwanseld hebben, raakt Muysson nauwelijks. “Het is een misverstand te denken dat een uitgeverij literatuur uitgeeft. Een uitgeverij geeft boeken uit. Wij staan daarom bij de Kamer van Koophandel inderdaad ingeschreven als 'handelaren in bedrukt papier en de daaraan verbonden rechten'. Dat betekent niet dat ik niet meer bevlogen zou zijn. Alleen: de bevlogenheid voor literatuur is bevlogenheid voor het boek als produkt geworden.” Hij vindt het vreemd dat de kritiek van Diepstraten afkomstig is: “Hij heeft zelf aan die commercialisering meegewerkt met zijn boek Overstuur (over het behalen van het rijbewijs, red.) en juicht een Bzztôh-auteur als Robert Goddard toe in zijn eigen krant De Stem.” Van de kritiek op zijn Diana-boek is Muysson niet onder de indruk. “Een belangrijk deel van de boekenwereld in Nederland vond het ranzig dat wij dat boek uitgaven. Maar Vrij Nederland heeft Andrew Morton toch ook geïnterviewd. Een groot aantal boekhandels zei: over mijn lijk. Eén boekhandel wilde het uit principe niet in voorrraad hebben, maar kreeg vervolgens op een dag wel 25 bestellingen. Wat deed hij toen? Toch maar een flinke lading inkopen? Nee, bij elke nieuwe klant, zo om het half uur, bestelde hij bij ons een nieuw exemplaar. Dat vind ik hypocriet.”

De 'ranzige' reputatie heeft Bzztôh echter niet alleen te danken aan het uitgeven van de meer sensationele publieksboeken (de 'pulpstroom' van Bzztôh, zoals de Volkskrant onlangs schreef) maar ook aan de rechtszaken waarin de uitgeverij de afgelopen jaren verwikkeld raakte. Na het verschijnen van het dagboek van incestslachtoffer Yolanda uit Epe (1994) spanden zowel de vier beschuldigde maar niet vervolgde politie-agenten als de veroordeelden in deze zaak een kort geding aan tegen Bzztôh. De eis van de agenten om inzage in het manuscript te krijgen werd afgewezen, het bezwaar van de veroordeelden dat er in het boek werd gesproken over babymoord - een misdaad waarvoor zij niet waren veroordeeld - leidde via een schikking tot een aangepast voorwoord in de tweede druk. Bzztôh belandde opnieuw in de rechtzaal nadat het in november vorig jaar Achter de schermen bij de sterren van The Bold and the Beautiful had uitgebracht. De rechter oordeelde dat de uitgeverij inbreuk had gemaakt op het auteursrecht van de producent door het toekomstige verloop van de populaire televisieserie te onthullen, en veroordeelde de uitgeverij in januari van dit jaar tot het betalen van een schadevergoeding van vijfentwintigduizend gulden aan de Amerikaanse producent. De niet-verkochte exemplaren van het boek moesten uit de handel worden gehaald en vernietigd.

Volgens Muysson zijn de rechtszaken geen teken dat Bzztôh roekeloos te werk gaat bij het uitbrengen van boeken. Hij is het oneens met de uitspraak over The Bold, beraadt zich op hoger beroep en ziet ondertussen een aantal lichtpuntjes in de publiciteit. “Die rechtszaken geven aan dat Bzztôh dingen durft, en niet gewoon op safe speelt. Zulke risico's schatten wij met onze jurist vantevoren in. Bij The Bold hebben we ook goed over het risico nagedacht. We hebben echter te weinig aandacht besteed aan de verhaallijn.”

Bert ter Horst, van 1988 tot maart 1994 assistent-uitgever van Bzztôh, heeft een andere verklaring voor de rechtszaken. “Een hoop van dit soort missers kwam voort uit tijdsdruk. Toen ik net bij de uitgeverij werkte, mocht niets geld kosten, maar gooiden we wel alles wat los en vast zat op de markt.” Daardoor kwam het nauwkeurig redigeren en produceren van de boeken onder druk te staan. “Er werden boeken uitgegeven die niet voor honderd procent gelezen waren door de redacteuren. Alleen de correctoren lazen ze nog volledig.” Ook contractuele missers kwamen voort uit de tijdsdruk. Achter de vertaling van Andrew Mortons biografie van Diana zat zoveel haast dat er dingen misgingen in de onderhandelingen met de vertaalster.” Die vertaalster, Anneke Goddijn, is inmiddels al twee jaar verwikkeld in een rechtszaak tegen Bzztôh over het uitblijven van royalty's.

De rechtszaken zetten voor Muysson geen domper op de feestvreugde ter gelegenheid van het 25-jarig jubileum dat Bzztôh in februari viert. De rode draad die door de geschiedenis van de uitgeverij loopt is immers duidelijk: “Wat je steeds bij Bzztôh ziet is de bereidheid om nieuwe dingen uit te proberen. We hebben heel vaak mensen gehad die teleurgesteld waren omdat we 'het oude pad' verlaten zouden hebben.”