Rintje Ritsma fysiek en mentaal sterkste op bizar kampioenschap

BASELGA DI PINÈ, 13 FEBR. Kort na de apotheose van een bizar wereldkampioenschap schaatsen was Falko Zandstra één van de eersten die pa en ma Ritsma feliciteerden met de titel van hun zoon Rintje. De kampioen van '93 moest door een val op de 1.500 meter tijdens de tien kilometer in Baselga di Pinè noodgedwongen op de tribune plaatsnemen. Dat moment vormde een van de vele incidenten die dit WK tot een gedenkwaardige gebeurtenis maakten. De winnaar bleek echter onaantastbaar.

Terwijl zijn zoon op het punt stond te worden gehuldigd, sprak vader Bouke Ritsma de hoop uit dat Rintje niet dezelfde fout zal begaan als Zandstra. De provinciegenoot en boezemvriend liet zich in de zomer van '93 volop fêteren en probeerde ook commercieel munt te slaan uit zijn veroverde status. “Je ziet nu hoe betrekkelijk het allemaal kan zijn”, relativeerde de nuchtere Bouke Ritsma. “Falko is de hemel in geprezen en kon daar niet goed mee omgaan. Rintje blijft met beide benen op de grond staan.”

Robert 'Rintje' Ritsma kondigde gisteren al aan dat hij zijn zakelijke activiteiten zal beperken. “Want al die winkels openen is een vermoeiende bezigheid.” Ritsma wil de komende jaren grossieren in zo veel mogelijk titels met als hoogtepunt de Spelen in Nagano (1998). Bij dat streven passen geen hectische zomers. Pa Ritsma weet precies waar zijn zoon de nodige rust vindt: op het water, het IJsselmeer bij Lemmer. Ook senior en opa Ritsma, een prominente skûtjeszeiler, zijn altijd gepassioneerd geweest door het water. “Als hij de drukte wil ontlopen pakt hij de plank of z'n zeilboot”, vertelde vader Ritsma. “Dan is hij met zijn vrienden uren aan het varen. Daar raakt hij pas echt ontspannen. Onze familie heeft zich altijd zo veel mogelijk per boot verplaatst. Toen Rintje in de gewestelijke selectie kwam, leverde dat nog problemen op. We hebben getwijfeld of dat wel kon. Mijn vrouw heeft toen maar een autootje gekocht om hem naar de ijsbaan in Heerenveen te kunnen brengen.”

Pa Ritsma, werktuigkundige op een stoomgemaal, maakt zich niet al te veel zorgen over de toekomst van zijn zoon. “Hij ziet schaatsen nu als zijn beroep. Maar ik besef ook wel dat hij er straks niets meer aan heeft. Zijn zaakwaarnemer moet maar een goede route voor hem uitstippelen, zodat hij straks niet in een zwart gat terecht komt. Het schijnt dat Rintje een cursus volgt bij Schoevers. Een opleiding voor manager? Ik weet het eigenlijk niet eens.”

Het schaatsen is thuis nooit zo erg gestimuleerd. “Rintje stond wel vrij vroeg op het ijs. Toen hij vier jaar was al, dacht ik. Maar daarna hebben wij ons er nooit zo mee bezig gehouden. Al reden we weleens met z'n allen een tocht. Hij stond aan de top voordat we er erg in hadden.”

Bouke Ritsma bevestigde dat zijn zoon altijd zichzelf blijft en nauwelijks is veranderd onder het sterrendom. Hij speelt geen toneel bij interviews. De goedlachse blonde schaatsheld is privé dezelfde persoon. Dat maakt hem erg geliefd, vooral bij meisjes. Ritsma is momenteel op het ijs niet alleen fysiek de sterktste, ook mentaal kunnen weinigen aan hem tippen. Minder dan vijf minuten na de val van Zandstra, die voor zijn ogen op de 1.500 meter over zijn eigen armband uitgleed, moest Ritsma de belangrijke rit rijden tegen Roberto Sighel. “Zoiets kun je net niet gebruiken”, verwoordde coach Wopke de Vegt Ritsma's gevoel. “Je schrikt en je hebt even tijd nodig om het te verwerken. Maar die gelegenheid is er natuurlijk niet. Op zo'n moment bewijst Rintje zijn klasse.” En Ritsma vulde aan: “Ik moest een goede tijd rijden. Want 1.53 was voor een buitenbaan snel.”

Toen Ritsma en Keiji Shirahata enkele uren later klaar stonden voor hun tien-kilometerrit, schenen zon én maan tegelijk op de toppen van de Dolomieten. Ritsma verklaarde later dat hij had verwacht dat de Japanner, op dat moment al tweede in het klassement, vanaf de eerste meter het initiatief zou nemen. “Maar ik heb hem alleen bij de start even gezien.” Shirahata bleef inderdaad op eerbiedige afstand. Ritsma reed twee kilometer voor het einde even een rondje van 34 seconden, maar versnelde vervolgens weer en liet de chronometer tijden van rond de 33.5 afdrukken om vervolgens als winnaar van de tien kilometer te eindigen in 14.09,89. “Dit was een van de beste tien kilometerritten die ik ooit heb gereden”, constateerde hij tevreden.

Zandstra volgde het huzarenstukje gelaten. Hij vertrok geen spier toen zijn vriend weer een scherpe rondetijd liet noteren. Zandstra blijft dit seizoen niets bespaard. Op de mijl had hij een armband, die naar beneden gleed, willen afwerpen. Het kleinood viel inderdaad op het ijs, maar precies onder zijn schaats. Voor dat moment leek hij af te gaan op een tijd van 1.52, waarmee hij de 1.500 meter zou hebben gewonnen. KNSB-bestuurder Jan Augustinus probeerde bij de scheidsrechter nog een protest in te dienen, maar deze verklaarde niets voor Zandstra te kunnen doen. “Zoiets gebeurt een op de miljoen keer. Ik was zeker tweede geworden op dit kampioenschap en misschien zelfs wel eerste”, sprak de Fries ontgoocheld. “Ik ben in mijn leven slechts één keer tijdens een schaatswedstrijd gevallen. In de jeugd. Dat ik geen tien kilometer mocht rijden, heb ik nog nooit meegemaakt.”

Direct na de finish van de fatale rit stampten Zandstra en De Vegt zo hard van woede dat ze bijna het beton raakten onder de ijsvloer. Het slachtoffer vond troost bij zijn moeder die naar de boarding was gesneld. “Ik ben weliswaar een echte kerel maar soms moet ik kunnen huilen”, zei Zandstra. “Het mag dit seizoen kennelijk niet lukken.” Zandstra vroeg zich af waarom de rijders in deze tijd nog armbanden moeten dragen. “Dat is kennelijk alleen een herkenningsteken voor juryleden die niet weten wie er op de baan rijdt. Die dingen zijn niet van stof maar van plastic. Ik ga er nu zelf maar een fabriceren die goed blijft hangen.”

Dat is waarschijnlijk overbodig. Jan Dijkema, lid van het bestuur van de internationale schaatsunie ISU, verklaarde gistermiddag dat de armband onderwerp van gesprek zal zijn op de volgende vergadering van de technische commissie. Naar verwachting wordt dan besloten tot het afschaffen van het attribuut. Dijkema: “Als het kalf verdronken is dempt men de put, maar het is niet anders.”