Nederlanders

(Erasmus, WVH 141)

Niet zelden wordt Nederlandse muziek enigszins denigrerend geassocieerd met klompendans, met variaties op de begrippen 'hoekig' en 'nuchter'. Sem Dresden schreef in 1923 in Het muziekleven in Nederland sinds 1880: 'Zonder twijfel bezitten wij den zin voor klare, koele analyse, voor regelmaat, die ons bijna immuun maakt voor fantastische of romantische afdwalingen.'

Luisterend naar de Nederlandse muziek die recent op cd verscheen blijkt dat eigenlijk onzin. Het is waar dat het werk van bijvoorbeeld Rudolf Escher over het algemeen vrij helder van structuur is, maar de trefzekere instrumentatie, de brede melodische lijnen en stevig aangezette dramatische muzikale ontwikkeling in zijn grote orkestwerken, heeft niets met hoekigheid te maken. (Concertgebouworkest o.l.v. Riccardo Chailly, NM Classics, 92048).

De pianomuziek van Herman Strategier is veel te Frans, dat wil zeggen te Debussy- en Fauré-achtig, om 'typisch' Nederlands te klinken. Pianist David Mannasse (een van de oprichters van de Strategier Stichting) verdedigt diens werk met verve, hij legt veel kleur in de samenklanken en accentueert de lyrische bewegingen. (Globe, glo 5124).

Het Requiem van Daniël de Lange is alleen al door zijn ontstaansgeschiedenis erg 'on-Nederlands'. De Lange schreef het in de tijd dat hij in Parijs werkte (1868), ondermeer als leraar van Ernest Chausson. Het is vloeiende en expressieve a-capella koormuziek, mooi gezongen door het Nederlands Kamerkoor (NM Classics, 92039).

Een hoekige klank is misschien eerder te vinden bij moderne componisten, wier werk veelal op het label 'Composers' Voice' van Donemus verschijnt. Klaas de Vries bijvoorbeeld houdt wel van bijtende klanken, strak gestructureerde vormen en een energieke ritmiek, zoals in de als een trilogie opgezette werken Diafonía, ...Sub Nocte en De Profundis, (CV 34). Maar daar staat tegenover dat het werk van Geert van Keulen, basklarinettist van het Concertgebouworkest, juist breedsprakig en traag is. Zijn fascinatie voor orkestrale kleuren en geleidelijke harmonische verschuivingen, leidt tot een alles behalve 'nuchtere' muziek (CV 33).

Bij een componist als Roderik de Man resulteert een op het eerste gehoor sterk intuïtieve werkwijze tot eigenzinnige klankexperimenten. En als er iets blijkt uit Departures from the Romantic Agony (geschreven voor het Osiris Trio), dan is het, dat Nederlandse componisten niet per se immuun zijn voor 'fantastische of romantische afdwalingen'.