Aan de keukentafel

Door alle verhalen over de overheid die zich terugtrekt, de veranderingen in sociale en werknemersverzekeringen en het blokkeren van fiscale (sluip)routes weet bijna niemand meer precies waar hij aan toe is. Voor loonadministrateurs lijkt het een duivels complot van beleidsmedewerkers en adviseurs die hun brood verdienen met het voortdurend veranderen van de regels. Alleen daarom zou alles een jaar of drie moeten blijven zoals het is. Even rust in die papierlawine.

Wie zijn geldzaken eens wil nalopen om een mogelijk gevoel van onrust kwijt te raken zal niet weten waar hij moet beginnen of misschien geneigd zijn dat te doen in cijfers als verhouding tussen eigen en geleend geld, rendement van het vermogen, (gemiddelde) belastingdruk, omvang besparingen enzovoort. Net als (beurs)bedrijven.

Daarmee blijft veel verborgen: zijn persoonlijke en zakelijke risico's afgedekt, fiscale vrijstellingen benut, voorzieningen voor de oudedag op peil en andere zaken in orde? Hoe kan men zittend aan de keukentafel zichzelf keuren, zonder helpers als computers, multifunctionele rekenmachines en berekeningen van bruto naar netto? Misschien kan een particulier het zo doen.

Neem een vel papier en verdeel dat in honderd ruime vakken met behulp van elf verticale en elf horizontale lijnen, een tabel van tien bij tien. Tien horizontale vakken horen bij elkaar en vormen een hoofd-onderdeel.

De eerste regel brengt bijvoorbeeld het ziekterisico in kaart. Dit risico beïnvloedt het inkomen van een werknemer en brengt vaak (ziekte)kosten met zich mee. De gevolgen zijn afhankelijk van onder meer duur en leeftijd. Tijdens de eerste 52 weken keren werkgever en ziektewet tot 70 % inkomen uit, maar welke regeling bestaat er voor de resterende 30 %? Daarna valt men voor compensatie onder de WAO, AAW en de met verzekeraars of pensioenfondsen afgesloten verzekeringen.

Een werknemer zou die tien vakjes zo in kunnen vullen: kosten gedekt door het ziekenfonds of ziektekostenverzekeraar en door de AWBZ, uitkering van werkgever en ziektewet, ZW-gat, AAW, WAO van 0,5 tot 6 jaar, WAO na 6 jaar, WAO-gat, aanvullende (op wettelijke uitkeringen) arbeidsongeschiktheidsverzekering en als tiende het stoppen van premiebetaling voor belangrijke verzekeringen, zoals die om een hypotheek af te lossen en een pensioen op te bouwen.

Door na te gaan of ieder punthypotheek (deelrisico) voldoende is gedekt kan men deze waarderen met '1' (in orde of niet van belang) of '0', onvoldoende. Werknemers bij bedrijven die alles regelen komen aan 8, 9 of 10 punten. Zelfstandigen die op hun sterke gestel vertrouwen, krijgen een punt voor de AAW, omdat die voor iedereen geldt, voor een verzekering tegen ziektekosten en soms voor een aanvullende AAW-polis. In totaal slechts drie punten. Mensen met een inkomen dat niet afhangt van gezondheid kunnen overal 1 invullen, mits verzekerd tegen ziektekosten, en komen aan een tien. Op deze wijze werk je alle regels af: eerst definiëren en daarna waarderen. Maximaal 10 maal 10 is honderd punten. Daar zou iedereen naar moeten streven.

Hoe verloopt deze keuring verder? De tweede regel betreft het overlijden, een onafwendbaar risico met (vaak) complexe en definitieve gevolgen. Een (echt)paar dient eigenlijk drie van deze balkjes in te vullen: voor de kostwinner, zijn of haar levenspartner en een indien beiden tegelijk overlijden. Het volgende voorbeeld gaat over kostwinners.

Na het overlijden stopt zijn inkomen uit arbeid en moeten andere, tijdig getroffen, voorzieningen dit gemis opvangen. Een bekende is het weduwen/weduwnaars- en wezenpensioen (AWW) van de overheid met een uitkering van, bijvoorbeeld, rond 2.500 gulden per maand voor een weduwe met een kind tot 18 jaar. Verder kunnen aan de orde komen: een weduwenpensioen uit een pensioenregeling, een zelf gesloten aanvullend pensioen, de inkomsten van de overlevende partner en inkomen uit eigen vermogen. Dit zijn de vijf over inkomsten.

Daarnaast spelen allerlei vermogensbestanddelen en diverse schulden een rol. Zes is het eigen huis, inboedel plus overige roerende bezittingen en zeven de levensverzekeringen die tot uitkering komen. Acht het in effecten en onroerend goed belegd vermogen. Naar wie gaat dat toe? Op negen staan schulden. Worden die kwijtgescholden of afgelost door speciaal afgesloten verzekeringen? Tien betreft de gevolgen voor de eigen zaak. Optimale testamenten, schenkingen en huwelijkse voorwaarden, soms, en passende verzekeringen kunnen veel (belasting)leed voorkomen. Tot zover het overlijdensrisico. (wordt vervolgd)