Nederland stuurt meer militairen naar Bosnië

DEN HAAG, 11 FEBR. Nederland is “in beginsel” bereid op verzoek van de Verenigde Naties extra militairen en materiaal ter beschikking te stellen voor de verbetering van de effectiviteit van Unprofor in Bosnië-Herzegovina.

Dat zei minister-president Kok gisteren tijdens zijn persconferentie na afloop van de ministerraad.

Het kabinet heeft besloten tot de extra bijdrage aan het vredesleger, maar neemt pas een definitieve beslissing als de VN om meer mensen vraagt en als duidelijk is wat hun taak wordt.

Het gaat daarbij om een radargroep voor de opsporing van mortiervuur (twintig man personeel), twintig militaire waarnemers, twee F27-transportvliegtuigen en vier Bölkow-helikopters. De taak van deze eenheden is de effectiviteit van Unprofor te verbeteren, aldus Kok.

Voor hun uitzending is géén extra kabinetsbesluit meer nodig. De vliegtuigen en helikopters zijn op afroep van de VN beschikbaar. De radargroep is per 1 mei inzetbaar; zij moet nog worden opgeleid.

Het Nederlandse aanbod vloeit voort uit een besluit van de chefs van staven van de landen die bij Unprofor zijn betrokken. Zij overlegden eind vorig jaar in Den Haag over de veiligheid en effectiviteit van de vredesmacht. Een aantal landen, waaronder Groot-Brittannië, Frankrijk, Spanje, Duitsland en Italië, heeft al extra manschappen en materieel toegezegd.

De commandant van Unprofor heeft bovendien laten weten meer gemechaniseerde infanterie nodig te hebben, als zijn militairen tussen de strijdende partijen in worden gelegerd. Maleisië, Pakistan en Egypte hebben hiervoor inmiddels een bataljon beschikbaar gesteld. Er is echter nog meer infanterie nodig, reden voor de Nederlandse regering de mariniers toe te zeggen. Als zij naar Bosnië gaan, werken ze nauw samen met de Britten.