'Het is typisch voetbalhumor om te discrimineren'

Feyenoord-verdediger Orlando Trustfull (24) heeft in zijn jeugd onder meer bij Ajax gespeeld. Als zoon van een Surinaamse vader en een Nederlandse moeder leerde hij voetballen op een grasveldje voor het ouderlijk huis in de Amsterdamse wijk Osdorp.

“Toen ik een jaar of vier was, vertelde ik mijn moeder dat ik óf profvoetballer óf de baas van de wereld wilde worden. Ik was dag en nacht met voetbal bezig. Verder was er ook weinig vertier. De Hollandse jongetjes in de buurt gingen nog wel eens knikkeren of televisie kijken, maar mijn oudere broer en ik waren alleen maar met een bal bezig.

“Ik was als jongetje bevriend met Bryan Roy, die woonde om de hoek. Die kon echt alles met een bal. Aan hem trok ik me dan ook een beetje op. Als je met Bryan speelde wilde je niet voor hem onder doen. Wij waren altijd aan het voetballen. De meeste Hollandse jongens hadden er toch wat minder voor over. Normaal was het acht tegen acht, maar als wij meededen was het bij wijze van spreken tien tegen zes.

“Ik ging alleen naar school omdat ik anders ruzie zou krijgen met m'n ouders. Onder de les zat ik alleen maar aan voetbal te denken. Ik heb nog een paar oude schriftjes bewaard. Dan zie je dat ik alleen maar namen van beroemde voetballers en opstellingen opschreef. Ik keek met verbazing naar een jongetje dat heel goed was in wiskunde. Voor hem was dat alles. Voor mij was het een straf als ik andere jongetjes buiten zag spelen terwijl ik nog een som moest maken.

“Op m'n zevende werd ik lid van een klein clubje. De jongens uit de wijk hebben me een beetje gepusht om lid te worden. Van mijn vader hoefde het niet zo. Die zei: Je kan toch ook voor het huis blijven voetballen. Wij hadden een grasveldje voor de deur, dat was ideaal.

“Als jongetje begreep je niet dat er discriminatie bestond, dat is iets wat je door volwassenen wordt aangeleerd. Pas toen ik ouder werd, ging ik het aan den lijve ondervinden. 'Pak die bruine', riepen ze dan. Dat is niet leuk om te horen, maar ik heb er nooit veel acht op geslagen. Mijn vader kwam op zijn negentiende naar Nederland, die heeft nog echte discriminatie meegemaakt. Hij zei altijd dat ik er gewoon om moest lachen. Dat het zielig was.

“Ik heb meegemaakt dat mensen eerst heel arrogant tegen me deden tot ze doorhadden dat ik die voetballer van Feyenoord was. Toen werden ze opeens heel aardig. Die mensen zijn zo blind van clubliefde dat ze ons toch een beetje als blanken zien. Ze durven niet meer te zeggen wat ze allemaal denken. Het is weer een voorbeeld dat het voetbalpubliek het domste publiek is. Ik ga wel eens naar hockey of handbal kijken, maar daar hoor je nooit zoiets. Het is typisch voetbalhumor om te discrimineren.

“Toen ik voor Haarlem speelde, waren we op een gegeven moment met tien bruine jongens. En bij Feyenoord hebben we in de voorbereiding ook wel eens met een heel donker elftal gespeeld. Het ligt allemaal heel gevoelig, maar ik weet dat bij Feyenoord dreigbrieven binnenkomen, waarin gewaarschuwd wordt dat er niet te veel bruine jongens in het veld mogen staan.

“Voor sommige jongens is het een groot probleem. Dat merk je ook bij Feyenoord. Henk Fräser is er bijvoorbeeld heel gevoelig voor. Bij hem slaan soms de stoppen door, maar dan heeft de pers niet door wat er aan vooraf gegaan is. Je moest eens weten wat er allemaal tegen je gezegd wordt tijdens de wedstrijd.

“Binnen het elftal heb je een aantal vrienden, de rest is gewoon collega. Ik trek veel op met Larsson, Gorré en Fräser: toevalig allemaal bruine jongens. Misschien is het de warmte die je bij sommige Hollandse jongens mist.”