Een klaagzang over kogels en hamburgers

Bijna alle romans van de Amerikaan Richard Brautigan zijn in het Nederlands vertaald en daarna met spoed opgeruimd en verramsjt. Ook 'Dat de wind er geen vat op heeft', een wonderlijk tragisch verhaal dat aangenaam veel weg heeft van een kinderboek. Rubriek over boeken die ten onrechte in de ramsj zijn geraakt.

Richard Brautigan: Dat de wind er geen vat op krijgt. Vert. Graa Boomsma. Uitg. Bert Bakker. Te vinden bij de Slegte: ƒ 6,95.

Jaren geleden stond ik bij een bordje met BUSHALTE erop te wachten op de bus. Het was in Axel, de op één na lelijkste plaats in Nederland. Je kon er lang wachten op een bus. Gelukkig had ik een boek. Het was van de Amerikaanse schrijver Richard Brautigan en het boek maakte mij aan het lachen. Er is iets voor te zeggen dat een bus niet snel komt.

Mensen die ook op een bus stonden te wachten keken afgunstig naar mij. Zij hadden geen boek. Zij hadden slechts het bordje met dat ene woord BUSHALTE erop of hun horloges. Ze vroegen mij waarom ik zo stom stond te lachen. “Hier lees zelf maar!” zei ik, nog steeds lachend en ik gaf mijn boek aan de eerste de beste weg.

Toen ik een tijd daarna het boek weer wilde kopen, bleek het opgeruimd te zijn, onbestelbaar, onvindbaar. En het was naar mijn idee nog maar net gedrukt! De inkt was nog vers, het papier nog in het geheel niet vergeeld!

Op een brief die ik aan de eigentijdse uitgeverij van het boek schreef, kreeg ik als antwoord dat ze mijn pogingen om mensen in Axel aan te zetten tot het lezen van Brautigan zo intens waardeerden dat ze mij beloonden met het op een na laatste archiefexemplaar van de uitgeverij. De uitgever bewonderde mijn verbluffend enthousiasme en vertelde er ietwat beteuterd bij dat het verdraaid niet meeviel om de boeken van Richard Brautigan in Nederland te slijten. Men was blij dat ten minste een exemplaar in het verre Zeeuwsch-Vlaanderen terecht was gekomen. Het was niet veel, maar het begin was er.

Tegelijk met die brief kreeg ik Het monster in de kelder van Richard Brautigan toegestuurd. Je vraagt je wel af wat er van dat weggegeven boek over de huurmoordenaars Greer en Cameron met hun Monster van Hawkline geworden is, daar in dat land van blubberige akkers, glibberige weggetjes, zwarte kreken, scheefstaande bomen. Het loopt in ieder geval raar af.

Ik meen dat bijna alle romans van Richard Brautigan (hij schreef ook gedichten en korte stukjes in een zeer persoonlijk poëtisch proza) in het Nederlands vertaald zijn en daarna met spoed zijn opgeruimd en verramsjt.

Het mooiste boek van Richard Brautigan is ontegenzeglijk: So the Wind Won't Blow It All Away.

Het was zijn laatste boek. Brautigan (geboren in 1935) schoot zichzelf in 1984 een kogel door het hoofd. Het boek werd door Graa Boomsma vertaald en in 1988 kwam het op de markt onder de titel: Dat de wind er geen vat op krijgt.

Het is een wonderlijk boek dat aangenaam veel weg heeft van een kinderboek door de laconieke verteltrant, de spreektaal, de optiek, en enerzijds het belang dat aan het alledaagse wordt gehecht zoals het verzamelen van bierflesjes wegens het statiegeld, het rapen van wormen om ze aan de wormenhandelaar te verkopen die ze weer doorverkoopt aan vissers, het schieten op appels, en anderzijds de schrijnende dramatiek. De vorm is bijzonder.

Het boek is het verhaal van iemand die als jongetje per ongeluk bij het schieten op rotte appels in de boomgaard zijn schoolkameraadje dodelijk in zijn bovenbeen treft, maar het is tegelijkertijd ook het verhaal van een echtpaar dat met een bestelauto vol meubelen een mooi plekje zoekt bij een meer om er te gaan vissen.

In het boek gedragen de beelden zich als gedachten in een hoofd: ze volgen elkaar, naar het lijkt, willekeurig op, lopen en buitelen door elkaar heen. Daardoor ontstaat uiteindelijk een meesterlijk, indringend, spannend en immens tragisch verhaal.

“Ik wou dat de kogel terug was in zijn doos bij zijn 49 broertjes en zusjes en dat de doos weer veilig op de plank in de wapenwinkel stond en dat ik op die regenachtige februarimiddag gewoon de winkel voorbij was gelopen en nooit naar binnen was gegaan.

Ik wou dat ik zin in een hamburger had gehad in plaats van kogels. Vlak naast de wapenwinkel was een restaurant. Daar hadden ze goede hamburgers, maar ik had geen honger. De rest van mijn leven zal ik aan die hamburger blijven denken.''

Dat de wind er geen vat op krijgt is een klaagzang, een monoloog over spijt, spijt vooral dat men geen greep heeft op de tijd, dat dingen onherroepelijk zijn en niet meer zijn terug te draaien, of misschien schijnbaar alleen in je hoofd, tot je er tureluurs van wordt.