Weg met: Valentijnsdag; De rode hartenkoorts slaat toe

Kleine ergernissen, het leven zit er vol mee. De een krijgt krom- me tenen van vieze vaatdoekjes, de ander ergert zich aan te korte herensokken. En sommige mensen maken zich kwaad over Valentijnsdag.

Wekenlang heb ik de heilige Valentinus aangeroepen. Wellicht dat hij ons van de rode hartenkoorts, die rond Valentijnsdag de samenleving teistert, kan genezen. Vroeger werd de brave man immers ook te hulp geroepen bij vallende ziekte of koude koorts. Tevergeefs. Mijn smeekbeden zijn niet verhoord. En gisteren begreep ik waarom. In een winkel zag ik wc-rollen te koop liggen met honderden hartjes per vel. Een wc-rol om je diepste gevoelens te uiten. Dan zou ik als heilige ook op de loop gaan.

Wij zijn dus op onszelf aangewezen om het Valentijnsvirus kwijt te raken. Dat kan maar op één manier: de commercie - die meent ons met zijn infantiele Valentijns-gaven tegemoet te komen - ervan overtuigen dat wij geen behoefte hebben aan zijn produkten. Laten wij massaal op het postkantoor de hartvormige advertenties negeren om hartvormige pakketten met hartvormige cadeautjes te versturen. En ook geen hartvormige taarten meer kopen bij de bakker. Wij geven elkaar géén pinda's met Valentijn, ook al zegt de zoutjesfabrikant dat dat pas echte romantiek is. Wij houden wel het zakje met klaprooszaadjes, dat voor de gelegenheid is ingesloten.

Wij sturen geen enkele officiële Valentijnskaart met een zwijmelend beertje of kwijlende hond. We kopen wèl zo'n kaart met rood, opgezwollen hart met vleugels. Dat ultieme teken van frustratie zenden wij met vaarwelgroet aan alle fabrikanten, winkeliers, dienstverleners en kranten, die denken aan ons hart te kunnen verdienen. Tot slot storten wij alle hartvormige stickertjes, ballonnetjes, boekjes, koekjestrommels en drinkbekers in de hartvormige afvalcontainer.

Dan herstellen wij Valentijnsdag in ere. De veertiende februari wordt weer net als in de tijd van onze voorouders de dag die de lente aankondigt. Wie die lentekriebels al voelt, stuurt zijn of haar geliefde een bescheiden cadeautje of een beschaafd, teder kaartje. Wie romantisch, maar ook verlegen is, vermeldt geen afzender. Wie 's ochtends verwachtingsvol doch vergeefs naar de brievenbus rent, hoeft niet te treuren. Die zaait de klaprooszaadjes en gaat bij de bak zitten wachten tot ze opkomen. Om het wachten te verkorten, neemt hij of zij af en toe een pinda. Dat had de fabrikant ook geadviseerd. Maar toen wist hij nog niet dat wij zelf gevoel voor Valentijn hebben.