Albanië laat vier leden Griekse minderheid vrij

TIRANA, 9 FEBR. Vier leden van de Griekse minderheid in Albanië, wier arrestatie en veroordeling wegens spionage vorig jaar tot een ernstige crisis tussen Griekenland en Albanië leidde, zijn vannacht in Tirana vrijgelaten.

De vrijlating was het resultaat van een uitspraak van het Albanese Hooggerechtshof, dat gisteren bepaalde dat de vier zich schuldig hebben gemaakt aan spionage voor Griekenland en verboden wapenbezit, maar dat hun straffen omzette in voorwaardelijke straffen. Aanvankelijk werd verwacht dat de vier direct zouden worden vrijgelaten. Dat gebeurde echter niet wegens bezwaren die tegen de uitspraak van het Hooggerechtshof werden aangetekend door de Albanese openbare aanklager. Deze oordeelde dat de uitspraak van het Hoogerechtshof “duidelijk niet op de wet is gebaseerd” en dat de vier dus niet op vrije voeten zouden komen.

Negen uur later werden de vier toch vrijgelaten. Ze werden voor de poort van de gevangenis opgewacht door familieleden, hun Albanese verdedigers en twee Amerikaanse diplomaten. De vier herhaalden onschuldig te zijn. Wat er met de bezwaren van de openbare aanklager is gebeurd, is onduidelijk.

De vier, allen leiders van Omonia, de organisatie van de Griekse minderheid in Albanië, werden vorig jaar samen met een vijfde verdachte opgepakt naar aanleiding van een incident aan de Albanees-Griekse grens in april. Ze werden in augustus tijdens een proces in Tirana schuldig bevonden aan spionage en verboden wapenbezit en veroordeeld tot straffen tussen zes en acht jaar. Later werden die straffen in hoger beroep verminderd en een van de veroordeelden werd door de Albanese president Berisha eerder gegratieerd en vrijgelaten.

De kwestie leidde vorig jaar tot een ernstige crisis tussen Tirana en Athene, dat uit wraak tienduizenden Albanese arbeiders in Griekenland deporteerde en hulpgelden van de EU voor Albanië langdurig blokkeerde. (Reuter, AP)